Accede!
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God

(/ English version)

Lastige emoties, sociaal-psychologische ‘spelletjes’ en de drama driehoek van Karpman

André H. Roosma
updated: 2019-11-13

Bepaalde emoties kunnen lastig of zelfs moeilijk zijn om te ervaren. Machteloosheid en angst zijn voor de meesten van ons bijvoorbeeld van die lastige emoties. We doen er van alles aan om deze emoties niet te voelen. Allerlei verslavingen worden bijvoorbeeld gebruikt om het ervaren van deze emoties te verdoven. Vooral als we als klein kind niet goed begeleid zijn in het ervaren van dit soort emoties, kan het zijn dat we ze onbewust liever vermijden.
Dat velen van ons al vroeg geleerd hebben om hun gevoelens te vermijden – niet meer te voelen wat ze voelen – heeft soms nare consequenties. Je ziet bijvoorbeeld wel dat mensen door hun vermijding van gevoelens in bepaalde disfunctionele interactiepatronen met anderen blijven hangen, of steeds opnieuw in dezelfde valkuilen trappen.

De sociaal-psychologische speltheorie

Een aspect van de manier waarop velen geleerd hebben lastige emoties te vermijden is door de realiteit te ontkennen en continu een soort toneelstukje op te voeren. Deze mensen zijn niet gewoon zichzelf in gezelschap, hun gedrag komt niet voort uit wie ze echt zijn of uit hun bewuste keuzes. Nee, hun gedrag wordt sterk bepaald door wat wenselijk was in hun omgeving als klein kind, en ze spelen op basis daarvan een rol die lijkt ingegeven door een vast rollenpatroon. Op deze manier vermijden ze de lastige emoties die de realiteit soms oproept – en wel vooral de emoties die veroorzaakt worden door afwijzing van hun persoon door anderen (verlatingsangst en angst voor afwijzing behoren tot de meest ingrijpende ‘lastige emoties’). We spreken in dit geval ook wel van ‘overlevingsgedrag’, omdat het gedrag is dat is ingegeven door de noodzaak om als kind te overleven te midden van disfunctionele of gebroken omstandigheden. Gedrags- en reactiepatronen uit de kindertijd zijn tot vaste rollenpatronen geworden. Dit doet de betrokkenen zelf, alsmede hun omgeving geen goed. In feite zijn er vaak alleen maar verliezers.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw heeft de psycholoog Eric Berne een aantal van die patronen geïdentificeerd. Hij noemde elk een spel dat gespeeld wordt, om aan te geven dat men de realiteit vermijdt.

Een voorbeeld van zo’n ‘spel’ waarin dat verlies voor alle betrokkenen duidelijk naar voren komt, is ‘verkrachtertje’, zoals Berne het noemde. Het wordt o.a. wel gespeeld door vrouwen die als meisje verwond zijn geraakt door het toedoen van mannen. Zoals al deze ‘spelen’ wordt het meestal niet bewust gespeeld, maar ontvouwt het zich als een onbewust patroon in de omgang van een vrouw met mannen. Het gaat als volgt: de vrouw doet aardig tegen een man. Als hij erop ingaat, probeert ze hem te verleiden om steeds verder te gaan. Zodra hij echter bij haar over een grens gaat van wat zij toelaatbaar acht, roept ze heel hard: ‘vuile verkrachter!’ (in woorden of nonverbaal!). Gaat hij niet op haar avances in, dan noemt ze hem ‘een preutse hark’ of iets dergelijks (opnieuw: in woorden of nonverbaal!). In haar spel zit dus van te voren al besloten dat hij moet verliezen en dat zij dan rechtvaardiging vindt voor haar boosheid tegenover mannen. Op die manier denkt ze – dit alles dus meestal totaal onbewust – een soort revanche te nemen op mannen. In werkelijkheid verwijdert ze zichzelf door zo’n sociaal gedragspatroon echter steeds verder van een gezonde en bevredigende omgang met die mannen, die hierdoor vaak ook verbijsterd achterblijven.
Wellicht ten overvloede een opmerking voor alle duidelijkheid: Het spelen van dit soort ‘spelletjes’, soms onschuldig, soms tot de dood aan toe, is niet voorbehouden aan vrouwen of welke andere groep mensen dan ook – het komt overal voor waar mensen echt contact (en de gevoelens die dat op kan roepen) vermijden.

Het bovenstaande is bekend geworden als de sociaal-psychologische speltheorie van Eric Berne. Zijn boek Mens erger je niet – De psychologie van intermenselijke verhoudingen bevat veel inzichten die ook in het pastoraat nuttig kunnen zijn1.
Deze speltheorie wordt wel beschouwd als onderdeel van de eveneens door hem ontwikkelde Transactionele Analyse. Zie ook mijn artikel: Innerlijke Ouder, Volwassene en Innerlijke Kind: Een beknopte analyse van de Transactionele Analyse in een Bijbels-pastorale context.

De drama driehoek van Karpman

Een speciale vorm van zo’n ‘spel’ dat vaak onbewust gespeeld wordt, en dat veel voorkomt, is voor het eerst geïdentificeerd en beschreven door Stephen B. Karpman, een vroege leerling van Eric Berne. Zijn beschrijving staat dan ook in de context van de hierboven kort genoemde Transactionele Analyse en sociaal-psychologische speltheorie.
Het door Karpman gesignaleerde sociale gedragspatroon bestaat uit een rollenpatroon van drie disfunctionele rollen, waarbij de spelers zo nu en dan van rol wisselen. Het is bekend geworden als de drama driehoek van Karpman (soms wordt ook wel gesproken over de disfunctionele of trauma driehoek).
Hieronder ga ik nader op dit gedragspatroon in, waarbij ik uitga van het originele artikel van Stephen B. Karpman erover2. Daarbij eerst even wat achtergronden.

Sprookjes en de rollen in de drama driehoek

Geboren uit een Joodse moeder en een christelijke vader, is Karpman als kind ternauwernood ontkomen aan de Joden-vervolgingen in Europa rond de tweede wereldoorlog. Hij was iemand die de verschijnselen zoals hierboven kort ingeleid, al vroeg bestudeerd heeft (jaren ‘60 van de vorige eeuw). Hij werd erbij bepaald dat veel oude en internationaal bekende sprookjes een bepaald simplistisch rolpatroon kennen, en dat hij ditzelfde patroon in veel gezinnen terugzag. Hij onderscheidde zodoende dat deze verhaaltjes een negatief effect kunnen hebben op kinderen, als kinderen zich met deze rollen gaan identificeren. Daarover ging zijn artikel over de later veel breder bekend geworden drama driehoek.

Wat Karpman waarnam en wat sindsdien door veel hulpverleners is waargenomen, is dat mensen in en na situaties van misbruik en dergelijke vaak vervallen in de volgende drie rollen: ‘slachtoffer’, ‘dader’ (ook wel: ‘vervolger’ of ‘aanklager’) en ‘redder’. Stephen Karpman haalt o.m. het sprookje van Roodkapje en dat van de Rattenvanger aan, en laat zien, hoe de mensen daarin achter elkaar deze verschillende rollen spelen. Bij het verhaal van de Rattenvanger is het wel heel duidelijk: eerst is hij de ‘redder’ (die de stad van de rattenplaag redt), vervolgens ‘slachtoffer’ (hij wordt bedrogen door het stadsbestuur) en wordt tenslotte ‘dader’ (als hij alle kinderen ‘betovert’ met z’n spel en meeneemt).
Karpman plaatst de drie rollen wel in een omgekeerde driehoek met de ‘slachtoffer’-rol in de onderste punt en de andere twee rollen bovenaan. Om het dynamische karakter van deze drama driehoek en haar voortdurende rol-wisselingen te benadrukken, teken ik hem liever als in onderstaande diagram.

Op het moment dat iemand de ‘slachtoffer’-rol speelt, lijkt hij of zij -onbewust- te zeggen: „ik ben zo zielig, ik ben machteloos, ik wordt altijd benadeeld, anderen zijn veel beter af;” hij of zij manipuleert anderen via zijn/haar hulpeloosheid en/of passiviteit.
En in de ‘redder’-rol: „ik wil alleen maar helpen, ik wil alleen maar goed doen;” hij of zij zet de ander naar zijn/haar hand door de (echte of vermeende) ‘gebreken’ van de ander te ‘repareren’ en ontleent daar een zeker gevoel van waardigheid aan (of verzachting van een gevoel van onwaardigheid).
En iemand in de ‘dader’-rol: „ik zal zorgen dat ik ook aan m’n trekken kom!”; hij/zij beheerst de ander via enig mechanisme van autoriteit of macht, vaak speelt hierbij boosheid ook een rol.
De oorspronkelijke vorm van de ‘dader’-rol (in Karpman’s originele artikel) is de rol van ‘aanklager’ of ‘vervolger’; hiervan spreken we als iemand de situatie (en de ander) probeert te beheersen door anderen te beschuldigen: „jij doet / jullie doen het allemaal helemaal fout!”.
Uit het bovenstaande wordt duidelijk, dat de kern-emoties die de driehoek-dramatiek drijven, dus zijn: gevoelens van hulpeloosheid, onwaardigheid en boosheid. Deze komen relatief veel voor (en worden relatief weinig echt goed verwerkt) bij mensen die als kind geleden hebben onder verwaarlozing, mishandeling of dergelijke traumatische ervaringen.

Het oorspronkelijke artikel over de drama driehoek gaat er dus over dat mensen als kind beïnvloed worden door het simplisme van sprookjes die hen een aantrekkelijke rol aanreiken, evenals de rol-wisselingen. Karpman noemt ook het sprookje van Roodkapje, waarin Roodkapje eerst de ‘redder’ speelt t.o.v. grootmoeder, en vervolgens ‘slachtoffer’ wordt ten opzichte van de wolf. Die wolf, op zijn beurt, is eerst ‘dader’ door grootmoeder op te eten, speelt vervolgens grootmoeder, dus arme ‘slachtoffer’ tegenover roodkapje in haar rol als ‘redder’, wordt daarna weer ‘dader’ tegenover Roodkapje , en ten slotte weer ‘slachtoffer’ tegenover de boswachter.

Even terzijde: Het valt me op dat in veel stripverhalen, TV-films en -series, en pc-spelletjes voor de kinderen ook de drie rollen centraal staan zoals hier besproken. Er zijn weerloze slachtoffers, gemene daders en een of meerdere heldhaftige ‘redders’ (al zie je daarbij niet altijd de voor de drama driehoek van Karpman zo typerende rol-wisselingen). Andere rollen, zoals die van gewoon medemens, buur, broer, zus, vriend, en dergelijke, zie je relatief weinig. Kinderen leren van de modellen die ze om zich heen zien. Tegenwoordig spelen de TV en de PC daarin een grote rol. Als we onze kinderen alleen modellen voorschotelen van deze drie pathologische rollen, worden kinderen klaargestoomd voor de pathologie en voor het niet normaal – buiten de driehoek – met anderen om kunnen gaan! Als ik kinderen op schoolpleinen en dergelijke observeer in hun samenspel, valt het me wel eens op dat een kind dat niet goed in een van deze rollen past, er soms uit ligt bij de rest. De rotte appels in de mand besmetten ook de gezonde. Geen wonder dat problemen in gezinnen (ten onrechte wel ‘huiselijk geweld’ genoemd – ik vind dat een contradictio in terminus) in deze tijd zo toenemen!
Het wordt tijd dat we als ouders, film- en programmamakers, en politici onze verantwoordelijkheid nemen en alles in het werk stellen om onze kinderen betere voorbeeld-modellen te geven. Er is zeker ruimte voor nieuwe, hedendaagse ‘familiefilms’ en -series, en pc-spelletjes waarin gezonde, goed communicerende rolpatronen worden neergezet.

Het drama van de drama driehoek en zijn wisselende ‘rollen’

Karakteristiek voor de drama driehoek is de dramatiek; de drama driehoek is door Stephen Karpman niet voor niets zo genoemd. Karpman zelf zei hiervan: geen drama driehoek zonder rol-wisselingen. Het is geen realisme, maar het spelen van een ‘spel’3; een drama, met als doel het vermijden van confrontatie met de pijnlijke of beangstigende aspecten van de realiteit. Zonder de support van onze Schepper en de bemoediging van elkaar, is die gebroken realiteit ook vaak ondraaglijk. Maar daarom is de drama driehoek ook zo onproductief en disfunctioneel: in plaats van dat mensen in hun kwetsbaarheid, angst en pijn bij elkaar komen en elkaar bemoedigen, wordt hun afstand door het drama van de gespeelde rollen in de driehoek alleen maar groter...
Het is inderdaad opvallend dat in de sprookjes die Karpman noemt, de rollen behoorlijk vijandig zijn ten opzichte van elkaar, en de conflicten beslecht worden door rolwisselingen in combinatie met manipulatie op basis van macht en onmacht (angst) en niet door gesprek of iets dergelijks. In die zin bevatten deze sprookjes inderdaad een – wat ik wel noem: – ‘giftige’ (ongezonde) boodschap voor opgroeiende (kleine) kinderen. Dit laat zien dat het belangrijk is, om kritisch te zijn ten opzichte van de verhalen waarmee we onszelf en onze kinderen voeden.

De rollen liggen dus niet vast: “hij of zij is altijd de ‘redder’”, maar kunnen wel vergeleken worden met dans-patronen. Het geheel is dan een soort macabere dans waarin ieder op de ander(en) reageert, maar waarbij er geen wezenlijk contact en geen echte intimiteit met elkaar aanwezig is (zie ook de literatuur van Eric Berne). De tragische ervaring leert, dat iemand die één van de rollen speelt, ze meestal allemaal zal spelen. Bijvoorbeeld: het slachtoffer gaat anderen beschuldigen als ‘dader’, maar wordt daarin zelf ‘dader’/‘vervolger’ ten opzichte van die ander. Eén van de oorzaken hiervan is de dynamica van angst en macht, waar ik in een volgend artikel nog uitgebreider op in hoop te gaan. Het gedrag is automatisch en angst-gedreven. In de onderliggende angst realiseert men zich onvoldoende het effect van het eigen handelen op de ander.
Een andere oorzaak van het spelen van alle rollen is dat de slachtoffer-rol aangenaam lijkt (wegens het medelijden van anderen wat hij op kan wekken) maar uiteindelijk zeer onaangenaam is qua gevoelens (pijn, angst, onmacht). Het slachtoffer gaat daardoor vaak proberen anderen te ‘redden’ om nog enig gevoel van macht en competentie te hebben. In deze ‘hulp’ is dus niet die ander het doel maar het zoeken naar een goed gevoel voor zichzelf. De ander wordt daardoor dikwijls tot slachtoffer en de ‘redder’ tot ‘dader’. Ook worden ‘slachtoffers’ en ‘redders’ tot ‘dader’ door wat in de contextuele benadering wel genoemd wordt: het ‘destructief gerechtigd zijn’ (het gevoel: ze hebben mij te pakken genomen, nu mag ik ook wel eens...), of door identificatie met de dader als overlevingsstrategie. Een andere manier om naar de verschuiving van ‘slachtoffer’ naar ‘dader’ te kijken is dat het ‘slachtoffer’ impliciet of expliciet vaak kwaad wordt of neerbuigend spreekt over degene(n) die hij/zij als ‘dader(s)’ beschouwt. Door deze kijk op de zaak wordt hij/zij ‘aanklager’ – zoals gezegd een vorm van ‘dader’. De ‘dader’ wordt vaak tot ‘slachtoffer’ als degene die tot dan toe de ‘redder’- of ‘slachtoffer’-rol speelde, de ‘dader’-rol gaat spelen. De ‘daders’ kunnen ‘redders’ worden als hun rol hen te impopulair maakt.

Populariteit van de ‘redder’ rol

De verschillende ‘rollen’ uit de drama driehoek verschillen in populariteit. Velen spelen in het openbaar het liefst de ‘redder’-rol. De ‘slachtoffer’-rol kent lastige emoties van onmacht en dergelijke, en de ‘dader’-rol staat aan grote kritiek vanuit de omgeving bloot. Deze ‘redder’-rol lijkt nog een zekere waardigheid te kennen. We vinden de ‘redder’-rol ook wel aangeduid met het begrip ‘mede-afhankelijkheid’ (codependentie)4. Jim Wilder brengt iets wat sterk lijkt op de ‘redder’ rol in verband met nooit kind geweest zijn, en noemt het wel ‘ondersteboven vliegen’5. Karpman zelf zag ook hoe populair deze rol is in de sprookjes die hij bekeek, waar de ‘redder’ steeds de held van het verhaal is.

toegevoegd: 2010-07-07

Een ‘innerlijke’ variant

Karpman heeft later ook een persoonlijke, ‘innerlijke’ variant van de drama driehoek onderscheiden, waar het gaat over een innerlijke dialoog die iemand met zichzelf kan hebben.6 De innerlijke ‘redder’ is zelfbescherming, de innerlijke ‘dader’ is zelf-sabotage, het innerlijke slachtoffer is zelfmedelijden, of varianten daarop.
Een variant hierop wordt gevormd door de script situatie ‘spelen’ van de kindertijd: de ‘ouder’ vertegenwoordigt het script van wraak op de ouder, de ‘redder’ het script dat het op zich neemt om de ouder te helpen, en het ‘slachtoffer’ is verward en laat het allemaal maar over zich heen komen.

toegevoegd: 2010-07-07

Gevangen in de driehoek

Alle drie de posities houden mensen ook gevangen in de driehoek. Je weet dat de driehoek je gevangen houdt, als je in een relatie eigenlijk iets wel zou willen aankaarten, maar het maar niet doet, omdat de ander:

Als je de ander hierop aanspreekt, verandert hij/zij vaak van rol, zodat je maar moet raden wat nu zal werken of niet. Als initiatiefnemer ben je dan vaak in het nadeel.
Voor meer hierover, zie: Stephen B. Karpman, Game-free communication for couples, Part 2, 2007, pag. 4.

Herstel – hoe kom ik uit de driehoek?

Over herstel en het ‘uit de driehoek komen’ is al veel geschreven – hele boeken vol!4 Daarom heb ik even geaarzeld: kan ik daar in dit artikel iets unieks aan toevoegen of het op een unieke wijze toegankelijk maken? Zoals u ziet, heb ik deze vraag voor mezelf bevestigend beantwoord (ik ben natuurlijk benieuwd of u ’t met me eens bent). Dat heeft er onder andere mee te maken dat ik in m’n eigen strijd met deze thematiek én in m’n pastorale praktijk inzichten heb gekregen die ik de moeite van het doorgeven waard acht.

Verantwoordelijkheid

Vaak is gewezen op het patroon dat iemand in geen van de rollen echt verantwoordelijkheid neemt. Het ‘slachtoffer’ neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn/haar eigen leven, maar verwijst naar anderen van wie hij/zij afhankelijk denkt te zijn en tegenover wie hij/zij zich machteloos voelt. De ‘dader’ neemt geen verantwoordelijkheid voor de invloed die hij of zij uitoefent over de levens van anderen. En de ‘redder’ lijkt dan wel verantwoordelijkheid te nemen voor anderen, maar dit is slechts schijn. Bovendien neemt hij of zij geen verantwoordelijkheid om te kijken naar zijn of haar eigen leven en de pijn daarin onder ogen te zien en te verwerken. ‘Neem je verantwoordelijkheid’ is dan de leus, waar het gaat om herstel en het ‘uit de driehoek komen’. En hier zit iets in.
Voor velen klinkt het echter als: ‘Trek jezelf aan je haren uit het moeras’.

‘Posities’ en gekruiste interactiepatronen in de TA

Binnen de Transactionele Analyse onderscheidt men ook wel een andere oorzaak, die te maken heeft met drie ‘posities’ of mijns inziens ten onrechte zo genoemde ‘zijnstoestanden’ die teruggrijpen op onze jeugd-ervaringen. Ervaringen die we opdoen als kind, worden gemakkelijk tot verwachtingspatronen en onze reacties worden dan tot rolpatronen en ‘posities’. Die ‘posities’ zijn manieren waarop we denken, ons voelen en gedragen. Men onderscheidt drie hoofd-posities: die van (innerlijke) Kind, Volwassene, en (innerlijke) Ouder. In het artikel Innerlijke Ouder, Volwassene en Innerlijke Kind: Een beknopte analyse van de Transactionele Analyse in een Bijbels-pastorale context, ga ik hier nader op in.
Ik bespreek daar o.a. de lastige situatie die optreedt als iemand zich als volwassene tot een ander als volwassene richt, en die persoon gaat reageren als een ouder tegenover een kind (diagram hier rechts). Bijvoorbeeld: persoon A vraagt: ‘Heb je toevallig m’n autosleutels gezien?’, waarop B antwoordt: ‘Nee, natuurlijk niet, ik heb je al drie keer gezegd dat je ze altijd op hun plaats moet hangen!’ Hier reageert B als ‘kritische ouder’ en ziet A daarbij als ‘kind’. De twee interacties kruisen zich dan, ze corresponderen niet met elkaar. Dit is niet respectvol en wordt vrijwel altijd als onprettig ervaren.
Zo’n ‘gekruiste interactie’ zien we ook als beiden zich als kind opstellen tegenover de ander als ouder. Bijvoorbeeld: A zegt: ‘Ik ben vreselijk afgezeikt op ’t werk, ik voel me erg beroerd!’. In plaats van in te gaan op A’s verzoek om wat liefde en aandacht, reageert B: ‘Nou, hoe denk je dat ik me voel, na ...?!’ Beiden zullen hierna hoogstwaarschijnlijk nog gefrustreerder en verdrietiger zijn dan voor deze interactie.
Iets dergelijks treedt ook op als A merkt dat er ander brood is dan anders en nieuwsgierig vraagt (V-V): ‘Waar heb je dit brood gekocht?’ en B dit ten onrechte interpreteert als kritiek: ‘Wat voor idioot slecht brood is dit?’ van A als ‘kritische Ouder’, en vanuit deze interpretatie reageert als ‘gewond/verongelijkt Kind’ tegenover die ‘kritische Ouder’ (K-O): ‘Wat mankeert er aan?’

In deze laatste voorbeelden reageert B niet op de vraag van A, maar vanuit een associatie die A’s vraag opriep in B’s innerlijke Kind of innerlijke Ouder. Het is dan ook waarschijnlijk, dat B’s reactie in het vervolg van zo’n gesprek onechtheid en een verandering in de ‘positie’ van A zal oproepen. Het gesprek gaat in wezen niet meer over datgene wat A aankaartte, maar over datgene wat B voelde, maar niet zei. Dat maakt deze ‘gekruiste transacties’ zo onduidelijk en onprettig voor de betrokkenen. Vaak houden deze ‘gekruiste transacties’ een drama driehoek in stand en zorgen ze voor de rolwisselingen. In het laatste voorbeeld met het brood, hierboven, positioneert B’s reactie in feite hem-/haarzelf in de ‘slachtoffer’ positie en A in de ‘dader’ positie van de driehoek. (Dat er ook gekruiste transacties zijn die juist een einde kunnen maken aan een disfunctioneel ‘spel’, is een ander chapiter.)
Met wat ik zei over dat het gesprek ging ‘over datgene wat B voelde, maar niet zei’, komen we op een belangrijk punt.

De drie posities bezien vanuit de hechtingstheorie

toegevoegd: 2009-02-28

Het is in dit verband zeer verhelderend, de dynamica van de dramadriehoek ook te bezien vanuit het oogpunt van de hechtingstheorie van John Bowlby. (Dit is wat bijv. Giovanni Liotti doet in zijn artikel: ‘Attachment and metacognition in borderline patients’.7) Een kind dat geen consistente veiligheid vindt bij zijn voornaamste hechtingsfiguur (bijv. regelmatig angst ziet in de ogen van zijn hechtingsfiguur, mogelijk gebaseerd op onverwerkt trauma van haar), krijgt te maken met een aangrijpend en onafwendbaar dilemma: dat tussen hechting en afstoting, die beide (levens)bedreigend lijken. Vanuit het schisma dat aldus ontstaat (een vorm van wat ik wel innerlijke onverbondenheid noem) gaat het kind zichzelf en zijn hechtingsfiguur alternerend zien als dader, slachtoffer, en ‘redder’ ten opzichte van elkaar. Dit beeld wordt onbewust later op andere relaties overgedragen.
Deze visie laat overigens ook zien waarom een cognitieve benadering niet altijd ‘werkt’ voor mensen die in deze driehoek gevangen zitten: een hechtingsprobleem is niet louter cognitief op te lossen.

Emoties: reageren met echtheid

Een ander aspect van de driehoek is echtheid versus het spelen van rollen in onze reacties op de emoties die de ander in ons oproept. Alle dramatiek van de driehoek heeft te maken met het vermijden van gevoelens. Het is een spel dat mensen spelen; niet een echt leven vanuit het hart8. Het devies is dan: durf écht te zijn; laat je echte gevoelens toe en – heel belangrijk – praat er rustig over op een gepast moment.

Bij het uit de driehoek komen, gaat het er volgens de TA om, dat we leren als volwassene te reageren op wat er werkelijk door de ander bedoeld wordt én zo veel mogelijk onze reacties te laten ‘corresponderen’. Dit betekent dat we de gevoelens die de woorden van de ander in ons losmaken, ons bewust moeten worden. Dan kunnen we eventueel een vraag stellen, als de achtergrond van waaruit de ander spreekt en zijn of haar zijnstoestand van de ander niet duidelijk zijn. In het voorbeeld waarbij A vraagt: ‘Heb je toevallig m’n autosleutels gezien?’, kan B zeggen: ‘Nee, helaas, ik heb ze niet gezien’. Nu rondt B de door A gestarte conversatie goed af (de V reactie ‘corresponeert’ met de V opening van A). B kan zich tegelijkertijd realiseren dat ze een machteloos gevoel krijgt omdat ze A met haar adviezen niet heeft kunnen helpen om de sleutels steeds op dezelfde plek te hangen. Ze kan dan een nieuwe zin beginnen waarin zij dit gevoel weergeeft. Ze zou kunnen zeggen: ‘Ik vind ’t wel jammer dat je ze niet kunt vinden – het geeft me een machteloos gevoel, dat ik je met m’n eerdere adviezen niet heb kunnen helpen om ze steeds op dezelfde plek te hangen’. Nog duidelijker wordt het, wanneer B daarbij duidelijker aangeeft wat zij van A nu als reactie verwacht. Is de opmerking over haar gevoel een vraag om steun en medeleven van A en dus een K-O transactie? Dan is het duidelijker als ze er bijvoorbeeld nog op laat volgen: ‘Ik vind ’t echt moeilijk om goed met die machteloosheid om te gaan’. Is het een O-K transactie waarmee ze aangeeft dat ze nu echt wil dat A zijn gewoonten verandert, dan kan ze toevoegen: ‘Ik zou het echt fijn vinden als je van nu af aan die sleutels op hun vaste plek hangt’. Of is het een V-V transactie waarin ze voor beiden het beste zoekt? In dit laatste geval zal ze zich realiseren dat dit niet het moment is om dit met A te bespreken, nu die intussen koortsachtig verder zoekt omdat hij al laat is voor z’n werk. Ze zal dan bijvoorbeeld zeggen: ‘misschien kunnen we ’t er vanavond na ’t eten even over hebben hoe we hier samen beter mee om kunnen leren gaan’. Hiermee blijft ze in correspondentie met A’s oorspronkelijke (V-V) vraag. In het latere gesprek kan ze haar emotie vertellen en kunnen ze samen aan een voor beiden bevredigende oplossing werken.

De ‘winnaarsdriehoek

Iemand die ook heel constructief met de drama driehoek bezig is geweest, is Roos Ikelaar9. Zij legt er evenals ik de nadruk op dat het in de TA en ook in de drama driehoek in wezen gaat over emoties, reactiepatronen e.d. – dus over ons spreken en handelen en de drijfveren daaronder, en niet om identiteit of een manier van ‘zijn’. Naast of over de drama driehoek van Karpman, tekent zij wat ze noemt een winnaarsdriehoek, waarbij ze alle predicaten vervangt door werkwoorden, en bewust de kleuren rood (stop, gevaar) voor de drama driehoek en groen (veilig, doorgaan) voor de winnaarsdriehoek gebruikt:
Drama driehoek volgens Ikelaar, met 'doen als slachtoffer', 'aanklagen' en 'redden' als hoekpunten
Drama driehoek
Winnaarsdriehoek volgens Ikelaar, met 'realistisch doen', 'feedback geven en vragen' en 'helpen' als hoekpunten
Winnaarsdriehoek
Hiermee geeft ze duidelijk aan wat zij ziet als manieren om uit de drama driehoek te komen – door ‘rood gedrag’ (uit de drama driehoek) te vervangen door ‘groen gedrag’ (uit de winnaarsdriehoek):

Tot zover de winnaarsdriehoek van Ikelaar. Zij geeft hiermee een alternatief aan, en geeft daarmee perspectief hoe het anders kan. Sommige mensen zullen hiermee geholpen zijn. Voor de een zal het gemakkelijker zijn om deze ‘omschakeling’ te maken dan voor een ander.
Het wordt voor mij echter ook in deze benadering nog niet duidelijk, waar iemand die dat nooit gekund heeft, de bronnen vindt om ineens het winnaarsdriehoek-gedrag te gaan vertonen...

Om op nog een andere manier in te gaan op de vraag hoe we uit de driehoek kunnen komen, even terug naar de Bron.

De drama driehoek en de Bijbel

Ik heb me afgevraagd: wat zegt God hierover in de Bijbel? Het viel mij toen op dat de drie rollen te zien zijn als een soort verworden karikatuur of polarisatie van drie belangrijke aspecten van ons mens-zijn (zie Genesis 1-3):

  1. het ‘slachtoffer’ vertegenwoordigt in feite onze machteloosheid en afhankelijkheid als schepsel ten opzichte van onze Schepper;
  2. de ‘redder’ is bij uitstek een icoon voor ons hulp zijn tegenover elkaar;
  3. de ‘dader’ is de belichaming van onze heerschappij over de schepping en van ons eigen initiatief daarin.

Erkenning en integratie (in ons bewustzijn) van deze drie aspecten is cruciaal voor herstel en bevrijding uit de drama driehoek. Ik loop ze alledrie even langs.

1. Onze machteloosheid en afhankelijkheid als schepsel tegenover de Schepper

We ervaren soms gevoelens van machteloosheid en grote afhankelijkheid. Maar regelmatig worden we er – bijvoorbeeld in de Psalmen – toe opgeroepen, niet bang te zijn voor mensen maar alleen op te zien naar God. Als we door genade in Jezus Christus Zijn kinderen geworden zijn, mogen we rekenen op Zijn bescherming. In dit kader wordt mensen die in hun jeugd slachtoffer waren van geweld (fysiek, seksueel of emotioneel) vaak – en mijns inziens terecht – geleerd om zichzelf niet langer te zien als slachtoffer, maar veeleer als overlevende, en vooral God als onze Beschermer. In Gods orde staan we als mensen gelijkelijk tegenover elkaar en als schepselen in afhankelijkheid tegenover Hem als Schepper. Het gaat verkeerd, als we die verhoudingen verschuiven en onszelf als afhankelijk slachtoffer tegenover anderen gaan zien. Geen wonder, dat we dan lastige gevoelens krijgen die we moeilijk kunnen hanteren!
Leanne Payne roept mensen in haar Pastoral Care Ministry weken op om niet gebogen te zijn naar mensen maar alleen naar God. Hij is groter en machtiger, maar Hij gebruikt die macht niet om ons te kleineren, maar Hij kwam juist naar ons toe in de gestalte van een weerloze en afhankelijke baby10.
We komen uit de driehoek door God boven de mensen te stellen en ons, in ons handelen, meer te richten op Hem dan op wat mensen fijn vinden. Wat we dan ontdekken, is dat we bij God veiligheid vinden en echter worden. Tevens ontdekken we dat we meer onze eigen verantwoordelijkheid durven te gaan nemen. In contact met God komen we ook in contact met wat Hij in ons ziet: onze potentie en onze kracht. Deze staan haaks op de slachtofferpositie. Doordat we echter worden en gericht zijn op het goede van God – ook in de andere persoon –, kunnen we ook meer betekenen voor die ander. Daarmee kom ik bij het volgende punt:

2. Een hulp zijn tegenover elkaar

Genesis 1-2 spreekt erover dat God ons mensen maakte naar Zijn beeld en gelijkenis. Ook staat er dat de tweede mens geschapen werd als hulp voor de eerste. Wat dat hulp-zijn inhoudt, kunnen we zien als we naar God kijken (zie het vorige punt!). In de drie-enige God zijn de drie: de Vader, de Zoon en de Geest, optimaal ingesteld om elkaar goed te doen. Soms – zoals in de weg die Jezus ging naar het kruis – is dat moeilijk. ‘Elkaar goed doen’ betekent niet wat de ‘redder’ in de driehoek doet: lastige gevoelens vermijden.
Ook hier gaat het er dus weer om, dat we ons in de eerste plaats voegen naar wat God aangeeft.
Uit de zondeval, zoals beschreven in Genesis 3, leren we drie andere belangrijke aspecten van het hulp zijn tegenover elkaar. (1) Eva en Adam raakten enorm van elkaar verwijderd, nadat ze de liefde achter Gods aanwijzingen betwijfeld hadden en tegen Zijn advies in waren gegaan. We kunnen alleen een goede hulp zijn voor elkaar als we gericht blijven op Gods liefde. (2) Eva verzuimde om haar overwegingen om toch van de verboden vrucht te eten, expliciet te delen met Adam, maar maakte hem wel medeplichtig. Op dat moment veranderde ze van een hulp ten goede in een verleidster ten kwade – reden voor Adam om haar te beschuldigen en reden voor God om haar (en in haar alle mensen, i.h.b. alle vrouwen) een lijden op te leggen op het gebied van relaties. (3) Adam verzuimde om kritische vragen te stellen en Eva van haar plan te weerhouden, toen zij Gods liefde ging wantrouwen. Integendeel, hij verschool zich achter haar keuze en at rustig mee van de verboden vrucht. Soms moeten we (i.h.b. wij mannen11) opstaan tegen een medemens waar die de verkeerde keuze maakt, in plaats van overal in mee te gaan, zoals de ‘redder’ vaak geneigd is te doen. Essentieel in de vraag wat ‘een verkeerde keuze’ is, is wel dat we uitgaan van Gods liefde en respect hebben als de ander toch zijn of haar keuze wil doorzetten (dat respect heeft de ‘redder’ dikwijls niet – die is erop gericht om de ander te veranderen om zodoende zelf minder lastige gevoelens te hebben!).
Tenslotte, het is duidelijk, dat in het hulp-zijn tegenover elkaar we elkaar gelijkwaardig zijn. Waar de ‘redder’ zich graag in een soort medelijden en ontferming boven het ‘slachtoffer’ verheft, en in kwaadheid boven de onverantwoordelijke ‘dader’, is de echte hulp zich bewust van zijn of haar eigen menselijkheid en staat gewoon naast de ander. Vaak is al genoemd dat degene die zich specifiek tot de ‘redder’ rol aangetrokken weet, zich vooral ook bezig moet houden met zijn of haar eigen herstel, in plaats van alle aandacht te richten op het laten herstellen van anderen12. Echte zorgzaamheid veronachtzaamt zichzelf niet, en gaat dan hand-in-hand met de ander zijn of haar vrijheid gunnen.

3. Heersers over de rest van de schepping – niet over elkaar

Als mensen is ons initiatief, verantwoordelijkheid en creativiteit gegeven als heersers over de rest van de schepping. Essentieel is wat het woord ‘heersen’ hierin betekent. Door de zondeval is dit begrip nogal geschonden. Maar opnieuw: door naar God te kijken, zien we hoe het bedoeld is. Hij gebruikt Zijn macht om ons te dienen en te beschermen – ja zelfs in onze plaats het lijden op Zich te nemen. Het is dus niet een vrijbrief om op eigen voordeel uit te zijn en daartoe de schepping maar naar eigen believen te gebruiken. Heersen zoals door God bedoeld, betekent: je inzetten voor groei en ontplooiing van de schepping.
Ik heb het hier over de mens in verhouding tot de schepping. Zoals het ‘slachtoffer’ anderen boven zich stelt, en daarmee de onderlinge menselijke maat scheef legt en het evenwicht verstoort, zo is dat ook als iemand als ‘dader’ zich boven anderen stelt en onvoldoende rekening met hen en hun belangen en gevoelens houdt. Niemand komt hiertoe, als hij of zij zich daadwerkelijk aan God en Zijn aanwijzingen onderwerpt (niet in woorden maar in daden!). Het zou zo moeten zijn, dat we niet alleen de ‘dader’ rol vermijden als hij ons minder populair maakt. Soms doet hij dat niet, of bij velen niet (denk aan mensen als Adolf Hitler).
Echtheid en openheid over onze eigen zwakheden kan ons helpen, in nederigheid gericht te blijven op groei en niet een ‘dader’ rol te spelen – noch tegenover anderen, noch tegenover onszelf. Wat dat laatste betreft: ik zie automutilatie en ander liefdeloos gedrag tegenover zichzelf als ‘dader’-gedrag tegenover zichzelf. Het bevestigt voor mij de samenhang van de drie rollen uit de drama driehoek; iemand kan ze zelfs op één moment alle drie tegelijk spelen, zoals in automutilatie.

Zelfs als we een leidende functie mogen bekleden, roept de Bijbel ons op, om anderen niet te over-heersen, maar onze verantwoordelijkheid en autoriteit te gebruiken om de betrokkenen te dienen. Dienen van een kwetsbare medemens kan inhouden: grenzen helpen stellen en bescherming bieden.

Iets dergelijks geldt voor de ‘aanklager’ vorm van de derde rol. Wij zijn er niet om elkaar aan te klagen of te beschuldigen. Doen we dat wel, dan heulen we zelf met de vijand mee, die wel ‘de grote aanklager vanaf den beginne’ wordt genoemd. Als zich conflicten voordoen, of als een ander een in onze ogen verkeerde weg gaat hoeven we niet als een voetveeg alles maar te slikken. De Bijbel roept ons op, om elkaar te confronteren in liefde: „Een onomwonden bestraffing is beter dan verborgen liefde”, zegt de Spreukendichter (27:5)13. Hierin maakt Roos Ikelaar een terecht punt: tegenover ‘aanklagen’ staat ‘eerlijk en oprecht feedback geven en vragen’. In een omgeving waar goed en duidelijk met elkaar gecommuniceerd wordt, krijgt het drama van de driehoek veel minder kans.

Ten slotte is er nog de stille vorm van de derde rol, waarbij we een ander proberen te manipuleren, of tenminste onszelf veilig te stellen, door ons terug te trekken. We komen dan in een toestand die wel passief-aggressief wordt genoemd, en waar de boosheid en veroordeling ‘van binnen’ wordt gehouden. Ook hiervoor geldt het voorgaande en het citaat uit Spreuken. Dat voelt wellicht kwetsbaar, en daarmee kom ik op een ander belangrijk punt: hoe voelen we ons voldoende veilig om vanuit de winnaarsdriehoek te leven?

Veiligheid is nodig

Wat ik in m’n eigen leven en dat van anderen om me heen waarneem, is dat al deze aspecten en vaardigheden ’t nodig hebben dat we ons veilig gaan voelen. In het pastoraat zal ik dus vooral daarop aansturen: dat iemand zich veilig kan gaan voelen als Gods kind. Ik zeg hier: veilig voelen; ik bedoel dan niet een oppervlakkig gevoel dat op en neer gaat zoals onze emoties dat soms kunnen doen, maar een diep in je hart weten: God is er en Hij houdt van me – wat kan er dan nog gebeuren (vgl. Romeinen 8)? Alleen door ons zó veilig te voelen, kunnen we moeilijke gevoelens toelaten en de verleiding weerstaan om die moeilijke gevoelens te ontvluchten in het spelen van rollen of ander vermijdend gedrag.
Die basisveiligheid geeft ons ook een goede basis om beter te leren omgaan met onze emoties.

Goed met onze emoties om leren gaan

Essentieel in het hele verhaal blijkt te zijn, goed met onze emoties om te leren gaan. Claude Steiner14, ook een leerling van Eric Berne, geeft enige nuttige aanwijzingen hoe we dat kunnen leren, beter met onze emoties om te gaan. Het begint met onze gevoelens te leren kennen en benoemen. Ik gebruik hierbij wel een overzicht van gevoelswoorden, ingedeeld in zeven categorieën .pdf document. Een tweede en derde stap worden gevormd door ons empathisch te richten op de gevoelens van anderen en onze emoties te leren beheersen – vooral wat betreft de expressie ervan. Essentieel hierin is dat we onszelf serieus de vraag stellen: hoe beïnvloed ik de ander met expressies van mijn emoties?
Een vierde en eveneens belangrijke stap in het proces dat Steiner wijst is het repareren van aangerichte schade. Dat doen we door onze verantwoordelijkheid te nemen, onze fouten toe te geven en vergeving te vragen.

Het kan veel helpen als we God betrekken in het leren kennen van en omgaan met onze emoties. God is Zelf per slot van rekening de bedenker of auteur van ons als mensen die een rijke schakering aan emoties en gevoelens kunnen hebben. Hij wordt in de Bijbel zelf ook beschreven als Iemand Die emoties heeft (o.a. blijdschap, boosheid, teleurstelling, ...).
Een van de aspecten van onze emoties is dat we ze kunnen gebruiken in onze omgang met God. Aanbidding ‘in geest en waarheid’ zoals onderwezen door Jezus (zie Johannes 4) is iets waarin het hebben van emoties duidelijk meerwaarde kan hebben. En in feite kan elke emotie ons helpen om ons in aanbidding tot God te keren. Dat geldt zowel voor emoties als machteloosheid en angst („God, ik heb U nodig, als De Machtige Beschermer!”) als voor blijdschap („God, ik ben zó blij met U!”), vrede („Heerlijk, om zo Uw vrede te mogen ervaren!”) of boosheid („Grote God, U weet hoe hier iets aan kan worden gedaan!”). In de aanbidding bevestigen we God als onze Schepper en onszelf als schepselen die door Hem intens geliefd zijn. Dat haalt ons uit de gemaakte rollen van de drama driehoek. In de resulterende gemeenschap met Hem, kan Hij ons leiden naar gezondere omgangspatronen.
Het moge duidelijk zijn, dat gezonde vriend(inn)en en ook een goede pastoraal werker (m/v) hierin een belangrijke coachende en stimulerende rol kunnen spelen15.

Slotopmerkingen, samenvatting en conclusies

Als mensen als kind niet goed geleerd is hoe ze met lastige emoties om kunnen gaan, zullen ze onbewust een manier van omgaan met zichzelf en anderen kiezen waarin ze lastige emoties proberen te vermijden. Dit kan leiden tot onechtheid en onbewust ‘toneelspelen’. Veel voorkomend zijn sociale structuren waarin mensen de rollen spelen zoals beschreven door Karpman in zijn artikel over de drama driehoek. Hierbij wisselen mensen regelmatig tussen de rollen: ‘slachtoffer’, ‘redder’ en ‘dader’ of ‘aanklager’. Veel adviezen die seculiere hulpverleners geven – zoals ‘je verantwoordelijkheid nemen’ – klinken voor confidenten vaak als ‘jezelf aan je haren uit het moeras trekken’. Dit is dikwijls terecht.

Als christen hulpverlener zie ik een andere weg. Door ons te realiseren dat de drie rollen misvormde karikaturen zijn van hoe God ons bedoeld heeft, kunnen we Zijn oplossing hiervoor omarmen – een oplossing die recht doet aan ons geschapen-zijn voor verbondenheid met God en elkaar.
Dit houdt in dat degene die op enig moment de ‘slachtoffer’-rol speelt, in Gods veiligheid de ruimte vindt om zijn of haar kwetsbaarheid als schepsel onder ogen te zien. Niet andere mensen zijn om tegen op te zien, maar naar God mogen we in aanbidding opzien. Door ons te bekeren van verkeerde gebogenheid naar mensen en die te belijden, stellen we ons open voor Gods tegenwoordigheid in ons leven. In Gods koestering en bescherming kunnen we de realiteit onder ogen zien, zijn we niet langer machteloos en vervalt ook de behoefte om zielig gevonden te worden en deze disfunctionele rol te spelen.
Evenzo kan degene die soms – actief of passief – de ‘dader’- of ‘vervolger’-rol speelt zich bekeren van zijn of haar manipulatie van, of dominantie over anderen. Ook hier ontstaat dan de veiligheid om af te zien van namaak rol-gedrag en te gáán voor het échte leven. Hierin wordt de ander ‘aanklagen’ vervangen door de ander ‘aanvaarden’ (nl. als eveneens onvolmaakt mede-schepsel en toch door God geliefd) én door ‘feedback geven en vragen’ (we mogen beiden groeien).
De ‘redder’ mag zien dat er Één Redder is: Jezus. Van hieruit mag hij/zij leren dat het lot van de ander niet van hem of haar afhangt, maar dat God beschikbaar is voor iedereen die Hem in Jezus wil ontmoeten. Hij of zij kan, als slachtoffer, Gods veiligheid leren kennen en van daaruit zichzelf ook aan God aanbieden om waar nodig en in afhankelijkheid met Hem mee te werken en zo in nederigheid de ander tot hulp te zijn.
Zo is er in elke situatie hoop in Christus Jezus, onze Verlosser! Hij wil ons uit het moeras helpen – het is aan ons om Hem daartoe uit te nodigen en Zijn aanwijzingen te zoeken en op te volgen.

In dit alles helpt het praktisch gezien als we echt naar elkaar luisteren en ingaan op hetgeen de ander bedoelt binnen de ‘posities’ die de ander impliciet aangeeft. Het bekende standpunt: ‘Ik ben o.k., jij bent o.k.’ uit de Transactionele Analyse, of in deze context liever de christelijke uitgangspositie: ‘We zijn allebei schepselen van dezelfde God en door Hem geliefd’, kan daarin helpen. Ik kies daarbij liever voor die christelijke uitgangspositie, omdat die ruimte laat voor de liefdevolle confrontatie als bijvoorbeeld de ander dingen doet die ingaan tegen Gods doel met ons leven (de G- tegenover Z-positie in m’n essay over de TA). Dan blijft het ‘Ik ben o.k., jij bent o.k.’ wel staan waar het gaat over onszelf en de ander als persoon, ook waar er dingen worden gedaan die niet o.k. zijn.

Veelzeggend in Karpman’s originele artikel over de drama driehoek is de invloed van de verhalen – vooral de verhalen en sprookjes die we als kind veel voorgeschoteld kregen. Karpman ging daarbij vooral in op de negatieve invloed van sprookjes met de genoemde rolwisselingen. De invloed van verhalen gaat echter veel verder dan enkele sprookjes uit de kindertijd. Als we gezond willen leven, moeten we ons ook voeden met gezonde verhalen. Eén van de boeken met gezonde verhalen bij uitstek, is voor mij de Bijbel. Hier lezen we op elke bladzijde over reële, kwetsbare mensen, mensen die vaak goede, dikwijls ook verkeerde keuzes maakten. En we lezen over hun wandel met God – de God Die hen hielp, door allerlei moeilijkheden heen. De God, ook, Die ons mensen telkens weer opzocht (en dat nog steeds doet) vanuit Zijn grote liefde en genade voor ons. De God, Die ons waardevol vindt, wat we er tot nu toe ook van gemaakt hebben.
Ik geloof dat de Bijbel niet voor niets zo’n mooi verhalenboek bij uitstek is!

Ook kunnen we onszelf en elkaar helpen door actief bezig te gaan om te leren hoe we samen met God met lastige emoties om kunnen gaan. Ideeën zoals aangedragen door Stephen B. Karpman en Claude Steiner, kunnen ons daarin praktisch helpen.
Geestelijk en emotioneel helpt het om emoties te zien in een context van God aanbidden.


Voetnoten:

1 Eric Berne, Mens erger je niet – De psychologie van intermenselijke verhoudingen, Bert Bakker, Amsterdam, 1967; ISBN 90-351-1051-x (oorspronkelijke uitgave: Games People Play, Grove Press, New York; vertaling door J.J.G. Muller-van Santen, bewerkt door M. Zeegers).

Eric Berne, Transactional Analysis in Psychotherapy – A Systematic Individual and Social Psychiatry, Ballantine Books (Grove Press), New York, 1961.

Claude M. Steiner, Op dood spoor, Bert Bakker, Amsterdam, 1975; 3e druk 1983 (in samenwerking met de NVSH); ISBN 90 6019 370 9 (vertaling, door Martien Janssen, van: Scripts People Live – Transactional Analysis of Life Scripts, Grove Press, New York, 1974 / Bantam Books, London / New York / Toronto, 1975).
De metafoor ‘Een verhaal over donsjes’ hieruit is beschikbaar op het web (ook het origineel: A Warm Fuzzy Tale).

Claude M. Steiner, Emotional Literacy – Intelligence with a Heart, webdocument, 2002 (extensive revision and update of: Claude Steiner & Paul Perry, Achieving Emotional Literacy: A Personal Program to Increase your Emotional Intelligence, Avon Books, 1979).

Jut Meininger, Success through Transactional Analysis, Signet - New American Library, New York, 1973; ISBN: 0451126378 / 0451058984.

Cel G. Cosijn, Zet je O.K.-bril op – hoe gelukkiger te zijn met jezelf en anderen; transactionele analyse voor thuis, op de zaak en bij het spel, Matco Netwerk NL, Breda, 1980; ISBN 90 70392 02 X.

2 Stephen B. Karpman, Fairy Tales and Script Drama Analysis .pdf document, Transactional Analysis Bulletin, 7(26), 1968, 39-43.
Dit is het originele artikel over de drama driehoek, hier gereproduceerd op www.karpmandramatriangle.com (ook beschikbaar in html-formaat op de site van de ITAA).
Een Nederlandse vertaling, door Petra Broekhuisen en Marnix Messelink, is beschikbaar op www.transactioneleanalyse.nl: ‘Sprookjes en de analyse van de Spelen in het Script’, Strooks, April 2009.

(Zie ook wat de Engelse Wikipedia over de drama driehoek zegt en een verkort stukje over de drama driehoek op het Canadese Soulselfhelp.)

Ik kwam het concept van de drama driehoek voor het eerst tegen in een boek van Melody Beattie over het thema ‘mede-afhankelijkheid’ en ook Sandra Wilson verwijst via haar naar Karpman. Pas later ontdekte ik dat Karpman een leerling was van Eric Berne (zie noot 1) en dat zijn oorspronkelijke artikel over de drama driehoek in de context van de Transactionele Analyse en de speltheorie van Berne gezien moet worden.
Zie o.m.:

Melody Beattie, Leef je eigen leven, Het Spectrum, Utrecht, 1990 (vertaling, door A. Hazenberg, van: Codependent No More – how to stop controlling others and start caring for yourself, Harper & Row / Hazelden, New York, 1987).

Melody Beattie, Codependent no more – how to stop controlling others and start caring for yourself and Beyond codependency, Hazelden, USA, 1987 and 1989 respectively, combined edition: MJF Books - Fine Creative Media, New York USA, 1998.

Sandra D. Wilson, Hurt people hurt people – (Gewonde mensen wonden mensen) met als subtitels: When your pain causes you to hurt those you love en: Hope and healing for yourself and your relation­ships, Thomas Nelson, Nashville Tennessee, USA, 1993.

Marsha Utain, with Barbara Oliver, ‘Stepping out of Chaos’ (also online as an appendix in this document), monograph, no date; later adapted and published in: Barbara Oliver & Marsha Utain, The Healing Relationship: A Gifted Therapist Answers the Plea for Help from a Survivor of Childhood Abuse, Health Publications (HCI), 1991; ISBN 1558741879 or 1558740198.

3 Zie hierbij vooral ook de literatuur van Eric Berne, Claude Steiner en Cel Cosijn uit noot 1.
4 Zie de literatuur van Beattie en Wilson in noot 2 en:

Anne Wilson Schaef, „Ik ben er ook nog!” – Een nieuwe visie op mede-afhankelijkheid, H.J.W. Becht, Haarlem, 1992 (vertaling door Frank Carmiggelt van: Co-Dependence, Misunderstood-Mistreated, Harper & Row, San Francisco, 1986).

Angelyn Miller, Als Helpen Geen Hulp is ... – Over het goedbedoeld in stand houden van ongewenste relaties en gedrag, Servire, Cothen, 1991 (vertaling door Rob Pijpers van: TheEnabler: When helping harms the ones you love, Hunter House, Claremont, Ca., 1988).

Valerie J. McIntyre, Schapen in Wolfskleren – Hoe ‘overdracht’ van onverwerkte emoties relaties kan beschadigen, Navigators, 2003; ISBN 90 76596 336; (vertaling, door Martin Tensen, van: Sheep in Wolves’ Clothes – How unseen need destroys friendship and community and what to do about it, Pastoral Care Ministries / Hamewith Books - Baker Book House, Grand Rapids MI USA, 1996/1999).

Nancy Groom, Van moeten naar mogen – Herstel van relaties: van gebondenheid naar verbondenheid, uitgave: Navigator Boeken / Novapress, Driebergen NL, 2000; ISBN 90-70656-79-5 / 90-6318-239-2; (vertaling door Marionne L. Lufting-Heijna, van: From bondage to bonding, escaping codependency, embracing Biblical love, Navpress, Colorado Springs, USA, 1991).

Iemand stelde me onlangs een vraag of er een verband is tussen het kiezen van hulpverlenende beroepen en geneigdheid tot het spelen van een rol uit de driehoek (m.n. de ‘redder’-rol). In mijn antwoord merkte ik op dat ik een relatie vermoed tussen de stijlen uit de driehoek en hechtingsstijlen (zie hierover bijv. Verbondenheid als rode draad... door het hele leven heen). Ik vermoed dat driehoek-gedrag veel meer voorkomt bij onveilige hechting (beide zijn het gevolg van een onveilige situatie in de eerste levensjaren). Onveilige hechting kan leiden tot zorg-gedrag en mede-afhankelijkheid. Het ‘redder-syndroom’ zie ik in twee varianten in hulpverleners terug: de ‘lieve redder’ die angstig-ambivalent gehecht is (en overmatig veel begrip heeft voor gebroken mensen, vaak werkend vanuit benaderingen die heel veel oog hebben voor emotionele verwondheid e.d.), en de ‘harde redder’ die vermijdend gehecht is (en de ander wel even stevig op het rechte pad zal helpen; relatief vaker in cognitief-behaviouristische benaderingen van hulpverlening). Je ziet dat dan ook terug in de tegenoverdracht-neiging die iemand heeft (te veel zorgend, resp. te weinig zorgend/bang voor afhankelijkheid; de eerste is de typische codependente stijl, de laatste stijl wordt ook wel counter-dependent genoemd, o.a. door Barry K. Weinhold). Vertegenwoordigers van beide stijlen zijn op kinderlijke (lees: voor een volwassene: ongezonde) wijze aan de ander(en) gebonden en gaan hun eigen problemen en lastige emoties uit de weg. De eerstgenoemden doen dat door zich overmatig met de problemen en emoties van anderen bezig te houden, de laatstgenoemden door alle emoties juist buiten te sluiten.

5 Zie: E. James Wilder, Met vreugde man zijn – groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men – Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd’s House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0 9674357 5 7).
6 Zie Stephen Karpman, Blog notes: There are some other uses I’ve added to the Drama Triangle concept, Karpman’s website, 2006.
7 Giovanni Liotti, ‘Attachment and metacognition in borderline patients’, Associazione di Psicoterapia Cognitiva (APC), Rome, Italië, ongedateerd (i.h.b. de paragraaf: ‘Disorganisation of attachment and psychopathology’). Zie ook de powerpoint presentatie van deze zelfde Giovanni Liotti: ‘Disorganized attachment, trauma-related disorders and the therapeutic relationship’).
8 Met ‘leven vanuit het hart’ bedoel ik wat beschreven wordt in: E. James Wilder, James G. Friesen, Anne M. Bierling, Rick Koepcke, Maribeth Poole, Leven naar Gods plan, De Hoop (m.m.v. Oogst Publicaties), Dordrecht, 2004; ISBN 90-73743-19-2 (vertaling van: The Life Model – Living from the Heart Jesus Gave You – The Essentials of Christian Living, en: Bringing the Life Model to Life – The LIFE Model Study Guide for Individuals and Small Groups, Shepherd’s House, Pasadena, CA, USA, 1999 resp. 2000). Zie ook noot 5.
9 Zie: Roos Ikelaar, ‘Werkwijze met de Dramadriehoek en de Winnaarsdriehoek’, Gids voor Personeelsmanagement, dec. 2002; ook in: Strook, Jaargang 25, 2003, nr.1, p.12-13.
10 Zie: Henri Nouwen, Pelgrimage – Zoektocht naar een spirituele manier van leven, Lannoo, Tielt, 2004; ISBN 90-209-5295-1 (vertaling, door Hans van der Heiden, van: Finding my way home, Crossroad, New York); i.h.b. het eerste deel hierin: ‘De weg van de macht’.Nouwen zegt daarin o.m. (p.27-28):
Mensen met macht nodigen niet uit tot vertrouwelijkheid. We zijn bang voor hen. Ze kunnen de baas over ons spelen en ons dingen laten doen die we niet willen. We kijken op tegen mensen met macht. Zij hebben wat wij niet hebben en kunnen naar believen iets geven of weigeren te geven. ... Maar Gods macht werkt net omgekeerd. God wil niet dat wij bang zijn, ons de mindere voelen of afgunstig zijn. God wil dichtbij komen, heel dichtbij, zo dichtbij dat we ons in de vertrouwelijke omgang met Hem net zo thuis voelen als een kind in de armen van zijn [goede; AHR] moeder.
Daarom is God een klein kindje geworden. Wie is er nu bang voor een baby? ...

Wat mij ook opgevallen is, is dat grote veranderingen in de levens van mensen met wie Jezus contact had toen Hij hier op aarde rondwandelde, vaak begonnen met een blijk van afhankelijkheid van Jezus uit. Ik denk hierbij aan de Samaritaanse vrouw, die Hij een glaasje water vroeg; en aan Zacheus, die Hij vroeg of Hij bij hem mocht komen eten.

11 Larry Crabb sluit aan bij het verhaal uit Genesis 3 en noemt dit dat we als mannen moeten durven te ‘spreken in de duisternis’ (nl. om die te verdrijven, zoals God in Genesis 1 deed). Zie:
Larry Crabb, Het sterke geslacht? – zin en onzin over de flinkheid van de man, Navigator Boeken, Driebergen, 1995; ISBN 90 70656736.
12 Het is niet voor niets zo dat veel ‘redders’ zelf in hulpverlenende beroepen terechtkomen. Zie o.m. de referenties in noten 1 en 4, en:

Babette Rothschild, ‘Understanding Dangers of Empathy’, Psychotherapy Networker, July/August 2002 (over mede-traumatisatie). Dezelfde auteur geeft echter ook aan hoezeer de helper ons ‘in het bloed zit’ (niet als karikaturale ‘redder’ rol maar als iemand die daadwerkelijk even als gelijke ‘langszij’ komt): ‘Spiegel, spiegel – Onze hersenen zijn voorbedraad voor empathie’, webartikel (vertaling, door André H. Roosma, van: ‘Mirror, Mirror: Our Brains are Hardwired for Empathy’, Psychotherapy Networker, Sept/Oct 2004).

13 Voor meer hierover zie het warm aanbevolen boek: David Augsburger, Caring Enough to Confront – Learning to speak the truth in love (Genoeg om elkaar geven om elkaar te confronteren, leren de waarheid in liefde te spreken), Herald Press, USA / Marshall Pickering, Basingstoke Hants UK, 1973 / 1980; zie ook mijn artikel: ‘Communiceren vanuit verbondenheid – over hoe we kunnen en mogen leren te leven en met anderen om te gaan vanuit verbondenheid’, hier op deze site;
14 Claude M. Steiner, Emotional Literacy – Intelligence with a Heart, webdocument, 2002 (extensive revision and update of: Claude Steiner & Paul Perry, Achieving Emotional Literacy: A Personal Program to Increase your Emotional Intelligence, Avon Books, 1979).

Zie ook:
de boeken van Jim Wilder in noten 5 en 8;
E. James (Jim) Wilder, Negentien vaardigheden die geleerd moeten worden om te floreren pdf document, webdocument hier op www.12accede.nl ;
André H. Roosma, Vaardigheid 3: Emotionele auto- of zelf-regulatie; goed omgaan met onze gevoelens pdf document, deel III. in de serie ‘Zeven basisvaardigheden, essentieel voor een relationeel en emotioneel gezond functioneren’, webdocument hier op www.12accede.nl .

15 Vanuit de visie dat de dramadriehoek voortkomt uit hechtingsproblematiek (zie noot 7) is relationele veiligheid en een attitude van onbezorgde beschikbaarheid en emotionele afstemming meer heilzaam dan die van bezorgdheid of professionele distantie.
Trauma-counselor Téo van der Weele benadrukt in dit verband ook wel de kracht van het elkaar zegenen met de tegenwoordigheid en vrede (shalom) van Jezus. Voor meer informatie over zijn benadering, zie bijv.: de artikelen rond het thema zegenen, hier op deze website.
toegevoegd: 2009-10-12
Het is wel van belang, dat alle betrokkenen zich niet mee laten trekken, de dramadriehoek in. Voor meer hierover, toegelicht vanuit Berne’s speltheorie (zie de eerste referentie in noot 1) en de objectrelaties theorie, zie Jeannette D. Bakker, ‘Verwerven van autonomie – Een zoektocht via de objectrelatietheorie naar het stoppen van het Spel en de Dramadriehoek’, Strook, Jaargang 28, 2005, Nr 4, p.19-22.

Dankbetuiging

Ik dank Martien Jan de Haan van Archippus voor zijn zeer opbouwende feedback op een eerdere versie van dit artikel.
 


Literatuur

De belangrijkste literatuurverwijzingen zijn in de noten hierboven al opgenomen. Hieronder nog wat aanvullende literatuurverwijzingen.

Arno Gruen, Verraad aan het zelf – een pleidooi voor autonomie, Anthos / In den Toren, Baarn, 1987; ISBN 90 6074 219 2 (vertaling, door Carlien Brouwer, van: Der Verrat am Selbst, Causa Verlag, München, 1984 / Deutscher Taschenbuch Verlag, München, 1986; ISBN 10: 3-423-35000-8).

Arno Gruen, ‘The need to punish’, webartikel.

Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417; (vertaling van: Abba’s Child – the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado USA, 1994).
Zie ook het web-artikel: Living as God’s beloved (Leven als door God geliefd) – een interview met Brennan Manning, over hoe we Gods liefde kunnen ervaren; uit de on-line bibliotheek van het Discipleship Jl (Navigators USA).

Josh McDowell, with Ed Stewart, The Disconnected Generation – Saving Our Youth from Self Destruction, Word (Thomas Nelson), Nashville, 2000; ISBN 0 8499 4077 X (zie een impressie van dit boek, bij de uitgever).

Henri Nouwen, Binnen geroepen, Lannoo, Tielt, 2000; ISBN 90 209 32357 (vertaling, door Maria ter Steeg - van Wayenburg, van: The inner voice of love, ); i.h.b. het hoofdstukje hierin: ‘Leef geduldig met het ‘nog niet’’ (p.62-63).

André H. Roosma, ‘We geven door hoe verbonden we zijn’, webartikel over (On)verbondenheid als bepalende en verklarende factor in de doorgifte van geestelijke (on)gezondheid, Promise, Jrg.20, nr.3, juli 2004; en ook hier op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘Hechting: sleutel tot gezond leven via emotionele veerkracht’ (PDF Document, te lezen met Adobe Reader), over hoe allerlei psychopathologie herleid kan worden tot moeite met het omgaan met intense emoties wat voortkomt uit een gebrek aan vroege hechting of traumatische breuken in verbondenheid met God en anderen, Promise, Jrg.20, nr.4, okt.2004, pp.1-13; en ook hier als webartikel op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘(On)Verbondenheid en misbruik of verwaarlozing’, webartikel over hoe we hulp kunnen bieden aan hen die geleden hebben onder misbruik of verwaarlozing door ouders en andere verzorgers, Promise, Jrg.22, nr.4, okt.2006, pp.2-11; en ook hier op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘Verandering in ons leven – door ons denken of...?, webartikel hier op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘Leven als kinderen van de Koning’, webartikel over pastorale hulpverlening vanuit Romeinen 14:17, hier op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘Ware aanbidding’, webartikel over wat aanbidding inhoudt en wat het belang ervan is, hier op www.12accede.nl

André H. Roosma, ‘Maria’s heerlijke verhaal’ (over haar belevenissen met Jezus) .pdf document’, webartikel hier op www.12accede.nl
Dit artikel geeft een goede illustratie van hoe Jezus naast ons wil staan in onze emoties en hoe we in alle omstandigheden onze emoties kunnen gebruiken om God te aanbidden.

Anna A.A. Terruwe, Geef mij je hand – over bevestiging, sleutel van menselijk geluk, De Tijdstroom, Lochem NL, 1972 (voor een impressie van het onderwijs van Anna Terruwe, zie p.18-31 uit dit boek hier on-line (download Adobe Reader hier PDF document)).

Anna A.A. Terruwe, Geloven zonder angst en vrees, Romen, Roermond NL, 1971; ISBN 90-228-5203-2.

Anna A.A. Terruwe, De Frustratieneurose, 1e druk: J.J. Romen & Zonen, Roermond, 1962 / 6e druk: De Tijdstroom, Lochem, 1988; laatste druk: Bosch & Keunig, 1993.
Opmerking: Terruwe’s concept van de frustratieneurose vertoont mijns inziens enige overlap met dat van mede-afhankelijkheid.

Bij Anna Terruwe verwijs ik tevens graag naar de volgende artikelen:

S. van de Berkt, ‘Relatie als instrument van genezing’, zeer uitgebreide (literatuur)studie over het concept van de bevestigende, weerhoudende liefde en de betekenis daarvan in het pastoraat, Kerkrade, januari 2000 (ook hier in een iets bondiger af te drukken .pdf versie).
Nico van Hal, Met Weerhoudende Liefde – Het belang van de bevestigingstheorie van dr. A.A.A. Terruwe voor het Humanistisch Raadswerk (stond ooit op ’t web; nu weergegeven onderaan de hierboven genoemde studie van Van de Berkt).
Tempora heeft 16 juni 2004 een artikel van Bill Banning over de bevestigingsleer van Anna Terruwe gepubliceerd: Bevestiging als Opdracht in het Onderwijs (deze versie is een kopie; de originele versie was ooit bereikbaar via Tempora -> teksten -> scroll naar beneden tot u de titel ziet; het verwijst naar het in 2004 verschenen boek over Anna Terruwe: Bevestiging, erfdeel en opdracht, onder red. van H. Vekeman, uitgave: Damon; ISBN 90 5573 5248.).
In de Nieuwe Revu van 2 april 1971 heeft ook een goed interview met Anna Terruwe gestaan, onder de titel: ‘In mijn spreekkamer heb ik de liefde geleerd’. Dit is in 4 delen (4 pagina’s) ingescand te lezen op de site van de Katholieke Universiteit Nijmegen: pagina 1, pagina 2, pagina 3, pagina 4.

Bruce Thompson, Muren van mijn hart, Gideon, Hoornaar, 1990 (vertaling van: Walls of my heart, Crown Ministries Itnl, USA 1989).
Opmerking: Dit boek geeft duidelijk aan dat scheve muren (zoals we die in bijv. mede-afhankelijkheid optrekken) ons hart niet kunnen beschermen. Om gezond en veilig te leven moeten de muren die we bouwen recht staan, in overeenstemming met Gods Woord.

John Townsend, Tussen vlucht en verlangen – Over eenzaamheid, bindingsangst en de kracht van gezonde relaties, Coconut, Almere, 2005, ISBN 90 80758655 (vertaling van: Hiding from Love (We all long to be cared for, but we prevent it by –) – How to change the withdrawal patterns that isolate and imprison you, NavPress, USA, 1991 / Scripture Press, Amersham-on-the-Hill Bucks England, 1992; ISBN 1 872059 68 6).
Lin Button van Pastoral Care Ministries schreef over dit boek: „Een levensveranderend boek voor iedereen die problemen ervaart in relaties. Het geeft de route aan voor een geestelijke reis naar de plek waar je liefde kunt ontvangen van God en anderen en waar je jezelf leert aanvaarden.”

E. James (Jim) Wilder, ‘Angst en liefde als de samenbindende factoren in gezinnen, kerken en sekten.pdf document, webartikel met een voorbeeld van toepassing van het Life Model, hier op www.12accede.nl .


Meer informatie of suggesties

Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.


home  of  terug naar de artikelen index

Bedankt voor uw belangstelling!

© André H. Roosma , Accede!, Zoetermeer/Soest, 2007-03-10 / 2019-11-13; alle rechten voorbehouden.