![]() | Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God |
Innerlijke Ouder, Volwassene en Innerlijke Kind:Een beknopte analyse van de Transactionele Analyse in een Bijbels-pastorale context |
Als mensen worden we in ons spreken en handelen sterk
beïnvloed door de ervaringen in onze eerste levensjaren. Velen hebben
theorieën opgesteld omtrent de drijfveren achter ons handelen.
De Transactionele Analyse van Eric Berne en de zijnen biedt, via een
metafoor van Innerlijke Ouder, Volwassene en Innerlijke Kind,
een instrument om meer zicht te krijgen op deze drijfveren en hierin
bewust keuzes te maken.
Hieronder enkele ‘highlights’ uit deze theorie, alsmede een
zeer beknopte analyse vanuit Bijbels pastoraal perspectief.
Eind jaren ’50 van de vorige eeuw ontdekte Eric
Berne (1910-1970) dat mensen in hun interacties met elkaar beïnvloed
worden door ervaringen en herinneringen uit hun jeugd.
Met name de eerste vijf levensjaren zag hij als bepalend.
Hij onderscheidde daarbij twee invloeden: die van onze eigen – soms
kinderlijke – emoties, en die van boodschappen die we gekregen hebben
van onze ouders.
Die laatste hebben vaak een normatief – afkeurend of bevestigend
– karakter.
Dit leidde hem ertoe om drie ‘zijnstoestanden’ of
‘posities’ te onderscheiden, van waaruit we met anderen omgaan.
Die ‘zijnstoestanden’ hebben in feite weinig met ons
‘zijn’ te maken, en veel meer met ons voelen, denken, spreken
en doen.
Het zijn manieren waarop we ons voelen, denken, spreken en ons gedragen.
Berne deelde deze in, in drie groepen, meestal weergegeven met de
letters O, V en K:
Thomas Harris spreekt wel over de Ouder als ‘de registratie van externe gebeurtenissen (aangeleerde levensopvatting)’, de Volwassene als ‘de registratie van gegevens verzameld en verwerkt door onderzoek en toetsing (doordachte levensopvatting)’, en het Kind als ‘registratie van interne gebeurtenissen (gevoelsmatige levensopvatting)’ (zie de referentie in noot 1, p.46).
Berne werd met deze bevindingen de grondlegger van wat bekend is geworden als de Transactionele Analyse. Deze Transactionele Analyse heeft veel oog voor de manier waarop mensen in interactie met elkaar omgaan en de dynamica die zich dan ontvouwt (functioneel of disfunctioneel). Zijn werk is vrij bekend geworden en ik denk dat we van de Transactionele Analyse veel kunnen leren1, al heb ik ook enkele kanttekeningen.
‘Posities’ en gekruiste interactiepatronenDe drie ‘posities’ zoals hierboven aangeduid, houden in dat we ons in interacties met anderen tegenover hen opstellen als mede-Volwassene, als Kind, of als Ouder. Tegelijkertijd spreken we de ander aan in zijn of haar ‘positie’ als Volwassene, Kind, of Ouder. |
![]() |
![]() |
In gezonde communicatie is er sprake van
gelijkwaardigheid en balans.
De communicatie tussen twee mensen in hun Volwassene positie,
zoals hier links aangegeven, is hier het beste voorbeeld van.
|
![]() |
Het wordt al wat gecompliceerder als één van de twee
personen op het Kind-niveau zit en de ander zich als Ouder opstelt,
zoals in het diagram hier links.
Bijvoorbeeld: Piet vraagt ietwat onzeker en op onderdanige wijze aan z’n
collega Jan of die het werkstuk van Piet goed vindt, en Jan bevestigt dit.
Als dit patroon van Kind-Ouder zich met de tijd flexibel kan wijzigen
naar Volwassen-Volwassen en Ouder-Kind, dan kan ook dat oké zijn.
In het voorbeeld kan het zijn dat Jan en Piet elkaar vaker even wat
bevestiging geven bij een lastige klus.
Ook in huwelijken zie ik dit voorkomen: de ene dag is zij wat onzeker
en zit wat meer in de zijnstoestand van het Kind, een week later hij.
In een sfeer van wederzijdse acceptatie kan zoiets voorkomen en hoeft
het niet tot ongelijkwaardigheid te leiden (wel als het zo is dat
één altijd de ‘Ouder’ en de ander altijd het
‘Kind’ is).
Echt lastig wordt het als de een zich als Volwassene tot de ander als
Volwassene richt, en die gaat reageren als een Ouder tegenover een Kind
(diagram hier rechts). Bijvoorbeeld: persoon A vraagt: ‘Heb je toevallig
m’n autosleutels gezien?’, waarop B antwoordt: ‘Nee,
natuurlijk niet, ik heb je al drie keer gezegd dat je ze altijd op hun plaats
moet hangen!’ Hier reageert B als ‘kritische Ouder’ en ziet
A daarbij als ‘Kind’. De twee interacties kruisen zich dan, ze
corresponderen niet met elkaar. Dit is niet respectvol en wordt vrijwel altijd
als onprettig ervaren.
Zo’n ‘gekruiste interactie’ zien we ook als beiden
zich opstellen als Kind tegenover de ander als Ouder. Bijvoorbeeld: A zegt:
‘Ik ben vreselijk afgezeikt op ’t werk, ik voel me erg
beroerd!’. In plaats van in te gaan op A’s verzoek om wat liefde en
aandacht, reageert B: ‘Nou, hoe denk je dat ik me voel, na ...?!’
Beiden zullen hierna hoogstwaarschijnlijk nog gefrustreerder en verdrietiger
zijn dan voor deze interactie. Ze hebben beiden niet ontvangen wat ze zochten:
(Ouder-lijke) bemoediging in hun (Kind-erlijke) frustraties.
Iets dergelijks treedt ook op als A merkt dat er ander brood is dan anders
en nieuwsgierig vraagt (V-V): ‘Waar heb je dit brood gekocht?’ en
B dit ten onrechte interpreteert als een vraag ‘Wat voor idioot slecht
brood is dit?’ van A als ‘kritische Ouder’ en vanuit deze
interpretatie reageert als ‘gewond/verongelijkt Kind’ tegenover
die ‘kritische Ouder’ (K-O): ‘Wat mankeert er aan?’
In deze laatste voorbeelden reageert B niet op de vraag van A, maar vanuit een associatie die A’s vraag opriep in B’s innerlijke Kind of innerlijke Ouder. Het is dan ook waarschijnlijk, dat B’s reactie in het vervolg van zo’n gesprek onechtheid en een verandering in de ‘zijnstoestand’ van A zal oproepen. Het gesprek gaat in wezen niet meer over datgene wat A aankaartte, maar over datgene wat B voelde, maar niet zei. Dat maakt deze ‘gekruiste transacties’ zo onduidelijk en onprettig voor de betrokkenen. Er zijn ook gekruiste transacties die juist een einde kunnen maken aan een disfunctioneel ‘spel’, maar dat is een ander chapiter.
Berne zag dat in elke persoon – zelfs degenen die vanuit regressie c.q. een immature staat handelen – er ook een volwassene was die gemobiliseerd kon worden. In die zin betekende zijn theorie van de TA een positieve breuk met oude en veel minder hoopvolle visies in de psychologie.
Echter, zijn theorie liet mijns inziens ook zien hoezeer Berne een kind van de moderne tijd was. Zijn theorie lijkt sterk geïnspireerd door het Griekse denken en de zogenoemde ‘verlichting’ die zo kenmerkend zijn voor het modernisme. Dat blijkt uit de scheiding die hij maakt tussen emoties (Kind), normen (Ouder) en rationele gedachten (Volwassene), en door het feit dat hij het gedrag als Volwassene in feite boven de andere twee plaatste. De relationele en geestelijke aspecten blijven buiten beschouwing, terwijl de menselijke ratio impliciet tot hoogste norm wordt verheven. Normen en waarden hebben we aan onze ouders te danken (met daarbij half impliciet het idee dat deze ‘opgelegde’ normen bij het verleden behoren, omdat de moderne mens met zijn ratio zelf wel kan bepalen wat goed is). En emoties worden verbonden met ‘kinderlijkheid’ (lees: irrationele onvolwassenheid).
De Bijbel wijst hier duidelijk een andere richting. In het Bijbelse begrip is de mens vóór alles een geestelijk wezen, gemaakt voor de relatie met God en met elkaar. Onze emoties, ons lichaam en ons verstand zijn uiteindelijk daaraan ten dienste gesteld. Hierop ga ik uitgebreider in, in mijn artikel Verandering in ons leven.
De manier waarop de TA scheiding aanbrengt tussen ‘Innerlijke Ouder’, ‘Volwassene’ en ‘Innerlijke Kind’, brengt me op een ander punt. We zijn gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis, en God is Één. Eenheid in ons geestelijk leven en denken, voelen en handelen is dus ons doel. Waar we scheiding maken, of verschillende motivaties of achtergronden voor ons gedrag onderscheiden, moet dat altijd dat doel van eenheid dienen. Wat ik niet waardeer is, dat Berne het heeft over ‘zijnstoestanden’ waar hij ‘wijze van spreken en doen, ingegeven door ervaringen uit ons verleden’ bedoelt. Waar Thomas Harris beschrijft hoe Eric Berne tot zijn theorie kwam, spreekt hij zelfs van ‘persoonlijkheden’ (zie de referentie in noot 1, p.34):
"In één uur tijd veranderde deze (confidente) in drie verschillende en onderscheiden persoonlijkheden: die van het kleine kind dat wordt beheerst door gevoelens, die van de autoritaire ouder, en die van de redelijke, logische volwassen vrouw en moeder van drie kinderen."
(Merk op, dat de gebruikte adjectieven hier boekdelen spreken over de waardering van de schrijver voor de drie posities!)
Het spreken over ‘verschillende
persoonlijkheden’ werkt in dit verband heel erg verwarrend.
Toch komt het veel voor dat op deze manier met de TA en met name met
theorieën rond het ‘Innerlijke Kind’ wordt omgegaan.
Ik heb het meegemaakt dat mensen spraken over meerdere Innerlijke Kinderen
alsof het alters in een persoon met DIS (Dissociatieve IdentiteitsStoornis)
waren.
Ik sluit niet uit dat er hulpverleners zijn die op deze manier DIS hebben
opgewekt in bepaalde confidenten.
Benadrukt moet worden, dat het gaat om een analyse van drijfveren
- achtergronden van waaruit we op een bepaalde manier spreken of handelen.
Het kán evenwel goed zijn om verschillende
drijfveren te onderscheiden.
Het belangrijkste onderscheid is echter niet of ze voortkomen uit
overgenomen normen en waarden, uit kinderlijke emoties of uit volwassen
redeneringen, maar of ze stroken met ons levensdoel: verbondenheid met God.
Dus ‘Geestelijk-verbonden’ versus ‘Geïsoleerd’,
of, in bekende terminologie: ‘Geestelijk’ (G) versus
‘Ongeestelijk’, ‘Zonder God’ of ‘Zondig’
(Z).
Het plaatje hier links illustreert waar het om gaat: is het
verbindingskanaal met God open (G) of houden we Hem buiten onze deur (Z) (merk
op, dat van God uit beide kanalen open zijn; de ‘verstopping’ zit
aan de Z-kant van onszelf). Beide posities (G en Z) zijn dan nog in de O-V-K
posities van de TA te onderscheiden.
Dat dit een essentiële
toevoeging is, moge blijken uit het volgende voorbeeld uit het gebeuren in
Genesis 3. Een schijnbaar -in TA-termen gesproken- ‘volwassen
redenering’ kan ons afbrengen van de verbondenheid met God –
zoals daar gebeurde bij Eva, die vond dat de ‘verboden boom’ er
goed uit zag, om door zijn vrucht wijs te worden. Dit was dus in TA-termen
goed (V) maar geestelijk gezien los van God (Z).
Nadere analyse laat hier namelijk zien dat Eva beïnvloed werd door het
wantrouwen jegens God dat ze zich door de slang had laten aanpraten.
Hier zit het geestelijk-relationele element (G/Z).
Dat staat haaks op, en omvat de drie dimensies van de TA.
In Eva’s geestelijk-geïsoleerde handelwijze (Z) zat een element
van angst: wat als God een bijbedoeling had zoals de slang aangaf?
De TA zou dit kenmerken als ‘Kind’ (K). Er zat – zoals
gezegd – een element van volwassen redeneren in (V). En er zat een
normatief (‘kritische Ouder’: O) element in: Eva beoordeelde
God in feite, wees Zijn advies af en besloot een eigen weg te gaan.
Het belangrijkste was echter dat ze een keuze maakte die haaks stond op
de verbondenheid met God en met haar man, Adam (Z).
Wat dat laatste betreft: ze betrok Adam niet in de keuze, maar maakte de
keuze ook voor hem, waarmee ze ook hem in de isolatie (Z) trok.
Binnen deze herkadering zie ik wel nut van het onderscheid dat Berne maakt. In de disfunctionaliteit van ons gebroken (samen)leven, kan het nuttig zijn om eens kritisch naar onze drijfveren te kijken: worden we geleid door Gods Geest (G), door nederig (GV) of hoogmoedig (ZV) menselijk redeneren, door kinderlijke emoties (K) of door kritische gedachten die we als kind wellicht onbewust overgenomen hebben van onze opvoeders (O)? Ook deze K en O ‘posities’ kunnen overeenstemmen met de verbondenheid met God (GK resp. GO) of niet (ZK en ZO). Uit welke van deze ‘bronnen’ komt die opmerking die we maken tegen onze levenspartner, of die reactie tegen de collega of mede-reiziger in de bus?
In de loop van de tijd ben ik veel mensen tegengekomen
die problemen hadden met een sterke en zeer restrictieve innerlijke Ouder.
Ik denk dan bijvoorbeeld aan Pieter (gefingeerde naam), die zich van zichzelf
nooit eens even mocht ontspannen omdat hij dan niet productief bezig was. Zijn
‘innerlijke Ouder’ zei continu dat hij productief moest zijn.
Als christenen mogen we dan God vragen om de ‘boodschappen’
van die disfunctionele innerlijke Ouder te overschrijven met boodschappen van
Zijn liefde en waarheid. Het gericht Bijbel-studie doen over deze
‘boodschappen’, waarbij we God vragen om Zijn licht en Zijn
waarheid erover, kan hierbij enorm helpen.
Het is soms echt een openbaring als iemand ontdekt hoe zijn of haar
innerlijke Ouder gekleurd was door het karakter of de fouten van zijn of
haar vader of moeder of andere veelbetekenende personen.
En dat God heel anders blijkt aan te kijken tegen bepaalde handelwijzen.
Voor de Pieter van hierboven betekende dit bijvoorbeeld dat hij ontdekte
hoeveel rust er in veel Bijbelverhalen zit, hoe er rustig wat gewandeld
werd, Paulus maanden op een schip zat, etc. Bovenal mocht hij ontdekken
dat God het fijn vindt als hij er gewoon is – samen-zijn is belangrijker
dan activiteit. In feite werd God in dit proces meer zijn nieuwe Ouder.
Het is op zich Bijbels om kritisch te staan tegenover kinderlijke drijfveren, zoals Paulus in 1 Corinthiërs 13: 11 aangeeft:
"Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was."
Paulus heeft het hier over volwassen worden en ‘afleggen wat kinderlijk was’. Zijn begrip ‘kinderlijk’ is echter niet hetzelfde als het begrip ‘Kind’ van Berne et al. Paulus spreekt eerst en vooral vanuit de geestelijke dimensie. Hij ziet zichzelf als geestelijk volwassen man die afgelegd heeft wat niet strookte met zijn ‘Geestelijk-verbonden’ standpunt.
Een belangrijk onderdeel hiervan is dat we door God genezen worden van de emotionele wonden uit onze kindertijd, zodat die wonden niet ons spreken en handelen blijven ‘vergiftigen’, zo ik het wel noem. Dit kan inhouden dat we onszelf toestaan om alsnog de liefde en bevestiging te ontvangen die we als kind wellicht niet of onvoldoende gekregen hebben (de TA heeft het wel over het ontwikkelen van onze zorgende innerlijke Ouder). Ik spreek in dit geval echter niet over een nog steeds bestaand ‘innerlijk kind’ alsof ik een gespleten persoonlijkheid ben of heb2. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken. Petra (de naam is gefingeerd) kwam ooit bij me met het probleem dat zij soms innerlijk heel emotioneel kon worden – bijna moest huilen – als een oudere man vriendelijk tegen haar was. Als klein meisje had ze nooit ervaren dat haar vader zo vriendelijk was, en als een oudere man dat nu wel was, dan kwam de pijn die ze als meisje voelde weer boven, evenals haar sterke, onvervulde verlangen naar bevestiging door haar vader. Dat was niet een ‘verwond innerlijk meisje’, alsof het een alter was in haar, maar een samenstel van emoties en verlangens en herinneringen. We hebben God gevraagd om in de tijd terug te gaan naar dat meisje dat daar tevergeefs wachtte op een positief woord of gebaar van haar vader, en haar als goede Vader te troosten en te bemoedigen. In de tegenwoordige tijd heb ik haar aangemoedigd, om veel Gods tegenwoordigheid biddend te zoeken en uit te zien naar Zijn bevestiging voor haar als vrouw nu. (Dat hield in dat zij ook teder en zorgzaam met zichzelf leerde omgaan.) En God heeft die gebeden beantwoord! Bij een van die gelegenheden kwam er alsnog een boel verdriet bij haar naar boven, wat ze er letterlijk uit mocht huilen in de aanwezigheid van een wijze oudere man, die als het ware even God belichaamde hier op aarde. Daarna kon ze Gods bevestiging steeds beter ontvangen. (Ik schreef: ‘een wijze oudere man’ – namelijk iemand die voldoende gerijpt was zodat hij haar verdriet kon begrijpen en God toestond om haar door hem heen te troosten met een hand op haar schouder, tegelijkertijd als man echter zoveel afstand houdend dat het voor Petra en hemzelf duidelijk was dat het God was Die haar aangeraakt had en niet deze man.)
Een ander punt is nog het laten ‘corresponderen’
of ‘matchen’ van onze reactie met de ‘posities’ die de
ander koos. Dit is een onderdeel van wat we wel noemen het
‘synchroniseren’ met de ander.
Als onze reactie op hetgeen de ander zei niet ‘matcht’ met hoe
hij/zij ons aansprak (V-V, K-O, O-K, K-K, etc.), waarom is dat dan?
In het algemeen is het voor een goede verstandhouding prettig als hier
van een ‘matching’ sprake is.
Soms is dit vanuit geestelijk
oogpunt echter niet het beste. Een voorbeeld: toen Eva in Genesis 3 Adam
‘ook een hapje’ van de vrucht aanbood (V-V of O-K, afhankelijk
van hoe je dat ziet), had Adam Geestelijk kunnen reageren door te zeggen:
"Nee, natuurlijk niet! Blijf van die vrucht af! Je weet toch wat God
gezegd heeft, en je weet toch hoe Hij in zuivere liefde het beste met ons
voorheeft?!" Met zo’n O-K transactie (eigenlijk een G-Z transactie,
d.w.z. Geestelijk-verbonden positie tegenover Eva’s Zonder-God positie)
had hij wellicht de zondeval met alle daaruit voortgekomen ellende kunnen
afwenden.
Elke positie (O, V, K) heeft zo z’n eigen
communicatiestijlen.
Die van de kritische Ouder, bijvoorbeeld, is
overbekend: "Die jongeren van tegenwoordig... in onze tijd moesten we
niet proberen zo..." In de taal van de kritische Ouder zijn het altijd
ánderen die ‘het’ helemaal verkeerd doen. De Regering en
de Belastingdienst doen ‘het’ verkeerd, de NS laat z’n
treinen niet op tijd rijden, de het weer is te heet of te koud, of te droog
of te nat. Liefst zoekt zo’n kritische Ouder óf een
‘metgezel in het klagen’ óf een slachtoffer om op te
foeteren en aan te klagen. Nooit gaat het over iets dat de persoon zelf in
zijn of haar leven wil gaan veranderen.
Het zielige, verwonde Kind klaagt ook, maar daar is de
klacht gericht op wat het kind zelf mist: "niemand geeft om me!"
en dergelijke.
Als hulpverlener kan ik in de praktijk vaak weinig met de
klachten van de kritische ouder. Veel meer met die van het verwonde Kind.
Of met de communicatie van het vrolijke Kind of de rationele Volwassene,
al wordt het lastiger als die laatste een masker wordt voor de verwonde
persoon om zijn gevoelens achter te verbergen. In dat opzicht kan de
communicatie van de – in de TA geïdealiseerde – rationele
Volwassene ook heel disfunctioneel zijn.
Dan verwijs ik zulke mensen – evenals die kritische Ouders van
hierboven – wel naar het boek Kind aan huis van Brennan Manning.
Hij onderscheidt de Farizeeër (in TA termen: de kritische Ouder, en dan
vooral van de Z-soort en wel religieus) van het kind van de Vader (een
zeer gezonde combinatie van G, K en V), en helpt ons de eerste kwijt te
raken ten gunste van de tweede.
TA en leidinggeven in werk en
kerk Soms zou ik wensen dat de TA in het
bedrijfsleven en in kerken meer bekend was onder leiders.
Ik zie veel leiders die spreken vanuit de Ouder-positie en hun
ondergeschikten daarbij behandelen als in de Kind-positie.
Vervolgens zijn ze verbaasd dat hun gehoor zich verzet of passief aanpast.
Ze zijn verbaasd als hun gehoor reageert en handelt naar hoe ze behandeld
worden: als kinderen met weinig eigen initiatief, met kinderlijke emoties
en met de weerstand van een peuter of een puber in een
‘nee’-periode. Veel frustratie bij werknemers en kerkleden
zowel als bij hun leiders zou zo eenvoudig voorkomen kunnen worden. |
Als laatste wil ik nog een kritische kanttekening plaatsen
bij het onderscheiden van drie delen, drie deelverzamelingen van emoties,
gedachten, herinneringen en motieven in ons.
Deze kanttekening heeft te maken met het modernistische karakter van de
TA-theorie en met wat ik hierboven al zei over het scheiding maken.
Al te gemakkelijk worden daarbij bepaalde emoties, gedachten of motivaties
bestempeld als horend bij ons innerlijke ‘Kind’ en niet bij een
‘Volwassen’ zijn, terwijl ze Bijbels gezien juist wel bij een
volwassen positie horen. Ik denk hier bijvoorbeeld aan spontaniteit en
verwondering. In onze modernistisch-westerse samenleving hebben we de waarde
hiervan miskend en zijn we deze vaardigheden verregaand verleerd, terwijl ze
een essentieel onderdeel van het volwassen mens-zijn uitmaken.
Als we ons van uur tot uur kunnen verwonderen over wat God in ons leven
en in onze directe omgeving doet, gedaan heeft en nog zal doen, dan voegt
dat zoveel levensgeluk toe aan ons leven!
Hetzelfde geldt als we spontaan in kunnen gaan op wat Hij aangeeft!
Doordat de TA uitgaat van de Volwassene als puur rationeel, en zaken
als speelsheid, plezier en intuïtie als onderdeel van de Kind
zijnswijze ziet, wordt de goede theorie over die Kind zijnswijze
mijns inziens erg vertroebeld.3
Speelsheid, plezier, verwondering en intuïtie zijn niet per definitie
onvolwassen overblijfselen van niet-afgeronde emoties uit onze kindertijd,
maar kunnen heel goed onderdeel uitmaken van de Geestelijk verbonden
Volwassen zijnswijze (GV).
Dit zo te zien, houdt ons beeld van de Kind zijnswijze duidelijker, als
onverwerkte en onafgemaakte emoties die hun wortels hebben in onze
kindertijd en gedachten die we ooit daarop baseerden.
Deze Kind zijnswijze is dan iets wat we kwijt mogen raken, doordat we
geestelijk opgroeien en rijpen in volwassenheid.
Een onderdeel van dat geestelijk opgroeien zal zijn dat we alsnog die
onverwerkte en onafgemaakte emoties met Gods hulp kunnen afronden en
oude gevoelens en gedachten vervangen door gevoelens en gedachten
die in overeenstemming zijn met onze verbondenheid met God (G zijnswijze)
in Christus.
Ook wat TA de ‘innerlijke Ouder’ noemt kan aspecten bevatten van wat God volwassen-zijn noemt – denk bijvoorbeeld aan het luisteren naar Hem en de normen en waarden die Hij aangegeven heeft in Zijn Woord: de Bijbel. De TA geeft hier -zeer terecht- aan dat dit niet moet gaan om een slaafs volgen van normen of waarden die we van buitenaf opgelegd hebben gekregen, maar om een leven vanuit je hart. Geestelijk gezien is dat leven vanuit je hart een leven vanuit een innerlijke verbondenheid. Wat God in de Bijbel aangeeft en wat Hij in ons hart door Zijn Geest bevestigt, vloeien dan in harmonie samen.
Op de relatie van de TA met het omgaan met onze emoties hoop ik in een ander artikel nog eens uitgebreider in te gaan.
De TA biedt een metafoor van ‘Innerlijke Kind’, ‘Volwassene’ en ‘Innerlijke Ouder’ die, Bijbels gezien, ondergeschikt gemaakt moet worden aan het onderscheid tussen ‘Geestelijk verbonden’ (G) en ‘Geïsoleerd’ (Z). We kunnen ons richten op de ‘Geestelijk verbonden’ positie, zoals de TA aanbeveelt je vooral te richten op de ‘Volwassene’ positie. Binnen dit kader kan de metafoor ons helpen, een beter zicht te krijgen op de drijfveren achter ons spreken en handelen. De metafoor van het ‘Innerlijke Kind’ kan ons helpen te zien, waar we spreken of reageren vanuit een oude emotionele verwonding. We kunnen dan Gods genezing zoeken voor deze verwonding en intussen ervoor kiezen, ons er zo weinig mogelijk door te laten beïnvloeden. De metafoor van de ‘Innerlijke Ouder’ kan ons evenzo helpen om na te gaan waar onze normen en waarden gebaseerd zijn op de Bijbel of afgeleid zijn van een verkeerde manier waarop een ouder of ander belangrijk persoon met ons is omgegaan of wat hij of zij gezegd heeft. We kunnen er dan voor kiezen, Gods liefde en waarheid te stellen boven de stem van onze ‘Innerlijke Ouder’. Waar die stem van onze ‘Innerlijke Ouder’ overeenkomt met Gods Woord en de leiding van Zijn Geest, kunnen we onze ouders daarvoor eren.
Het is overigens goed, de metafoor van de drie ‘posities’ een metafoor te laten en de mogelijke posities of drijfveren niet tot werkelijke ‘zijnstoestanden’, ‘(deel)persoonlijkheden’ of dergelijke te verheffen. Het kind dat we ooit waren is niet nog in ons, als een ‘Innerlijk Kind’; er zijn alleen belevingen, gedachten, uitingen en gevoelens uit onze kindertijd, die door associatie gemakkelijk weer boven komen en dan ons spreken en handelen kunnen bepalen (wanneer we dat toestaan).
Een belangrijk aspect van de hier toegevoegde G-Z posities is wat Gods weg voor ons is om van de Z-posities af te komen, ongeacht of ze nu te identificeren zijn als innerlijk Kind zonder God, innerlijke Ouder los van God of Volwassene los van God. Er is één Middelaar gegeven die ons verstopte verbindingskanaal naar God toe weer vrij kan maken: Jezus Christus! Onze neiging om op een Z-manier te denken, te voelen, te spreken en te handelen, mogen we belijden. Tegelijkertijd mogen we God vragen om vergeving en reiniging. Door ons bewust te richten op Hem – heel gericht in gebed en het lezen van Zijn Woord, en ook op elk moment ongeacht waar we mee bezig zijn – kunnen we ons laten vullen met Zijn Geest en Zijn gedachten en gevoelens. Dat is de meest krachtige vernieuwing die we kunnen wensen in ons leven.
Dit alles kan ertoe bijdragen dat we meer gaan leven vanuit het nieuwe hart dat Jezus ons gegeven heeft, zoals Jim Wilder c.s. het zo mooi uitdrukken4.
1 | Thomas A. Harris, Ik ben o.k., jij bent o.k.
- hoe wij kunnen leven en laten leven, Ambo, Baarn NL, 1973; ISBN 90
263 0345 9 (vertaling, door Elisabeth Swildens, van:
I’m ok, you’re ok, Harper and Row, New York / Evanston,
1967).
Eric Berne, Mens erger je niet – De psychologie van intermenselijke verhoudingen, Bert Bakker, Amsterdam, 1967; ISBN 90-351-1051-x (oorspronkelijke uitgave: Games People Play, Grove Press, New York; vertaling door J.J.G. Muller-van Santen, bewerkt door M. Zeegers). Eric Berne, Transactional Analysis in Psychotherapy – A Systematic Individual and Social Psychiatry, Ballantine Books (Grove Press), New York, 1961.
Claude M. Steiner, Op dood spoor, Bert Bakker, Amsterdam, 1975; 3e
druk 1983 (in samenwerking met de NVSH); ISBN 90 6019 370 9 (vertaling, door Martien Janssen, van: Scripts People Live
– Transactional Analysis of Life Scripts, Grove Press, New York,
1974 / Bantam Books, London / New York / Toronto, 1975).
Jut Meininger, Success through Transactional Analysis, Signet - New American Library, New York, 1973; ISBN: 0451126378 / 0451058984. Cel G. Cosijn, Zet je O.K.-bril op – hoe gelukkiger te zijn met jezelf en anderen; transactionele analyse voor thuis, op de zaak en bij het spel, Matco Netwerk NL, Breda, 1980; ISBN 90-70392-02-X. | |
2 | Ik sta dus niet achter de theorie over het
‘Innerlijke Kind’ zo mensen als John Bradshaw deze verkondigen.
Hoewel de TA-metafoor wellicht ooit als ondersteuning is aangevoerd voor
deze theorie, zie ik de oorsprong m.n. in de oosterse mystiek en in op
occultisme gebaseerde ideeën van Jung.
Hierbij wordt het ‘Innerlijke Kind’ een soort zelfstandige
persoon binnen de persoon en krijgt het autoriteit met bijna afgodische
trekjes. Het wordt dan zogenaamd belangrijk, om naar dit ‘Innerlijke
Kind’ te luisteren en te doen wat het zegt of het te geven wat het
nodig heeft. De normaal-kritische en geestelijk volwassen vermogens worden
hierbij op non-actief gesteld en men stelt zichzelf open voor allerlei
(veelal emotioneel geladen) indrukken en dergelijke die van het
‘Innerlijke Kind’ afkomstig zouden zijn.
Opmerkelijk: er wordt nooit gerept over dat dit ‘Kind’ een Vader
nodig heeft! Niet verwonderlijk, dat deze theorie vooral in de New Age scene
en in andere, occulte benaderingen veel aanhang kent; de demonen maken er
graag gebruik van!
Voor alle duidelijkheid:
In de PSY van 18 juli 2011 stond een kort artikel: ‘We vergeten vaak mild voor onszelf te zijn’, over een lezing van Kristin Neff, psychologe aan de Universiteit van Texas (VS), en auteur van het hulpboek Zelfcompassie. Hierin kwam ook naar voren dat vooral de kritische innerlijke ouder een grote vijand van geestelijke gezondheid is (meer dan een verwond kind of zo). De kritische innerlijke ouder maakt het lastig om te leren vriendelijker te zijn voor onszelf. | |
3 | Hoe verwarrend dit wordt, vind ik goed
geïllustreerd in het overigens leerzame boek van Claude Steiner uit
noot 1. In hoofdstuk 1 (p.34) zegt hij: "De Kind zijnstoestand is
wezenlijk in zijn totaliteit bewaard vanuit de kindertijd.".
En iets verderop in hetzelfde hoofdstuk (p.35): "(Van) het ... Kind
... wordt wel gezegd dat het het beste deel van de persoon is en het enige
deel dat zich echt kan verheugen. Het is de bron van spontaniteit,
seksualiteit, creatieve verandering, en het is de hoofdbron van vreugde."
Dit zou vanaf het bereiken van ongeveer ons vijfde
levensjaar, elke ontwikkeling in onze persoonlijkheid op het gebied van
het kunnen beleven van vreugde en andere emoties, ja zelfs van seksualiteit,
volledig uitsluiten. Het is duidelijk, dat het rationeel modernistische
uitgangspunt van Berne en Steiner hier een gezonde visie op volwassen
emoties en relaties (incl. seksualiteit!) danig in de weg zit. |
|
4 | Zie: E. James Wilder, James G. Friesen, Anne M.
Bierling, Rick Koepcke, Maribeth Poole, Leven naar Gods plan, De
Hoop (m.m.v. Oogst Publicaties), Dordrecht, 2004; ISBN 90-73743-19-2
(vertaling van: The Life Model – Living from
the Heart Jesus Gave You – The Essentials of Christian Living, en:
Bringing the Life Model to Life – The LIFE Model Study Guide for
Individuals and Small Groups, Shepherd’s House, Pasadena, CA, USA,
1999 resp. 2000).
Heel duidelijk wordt dit alles ook in het op geestelijke groei naar volwassenheid gerichte boek: E. James Wilder, Met vreugde man zijn – groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men – Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd’s House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0-9674357-5-7). |
Ik dank Martien Jan de Haan van Archippus voor zijn zeer opbouwende feedback op
een eerdere versie van dit artikel.
De belangrijkste literatuurverwijzingen zijn in de noten hierboven al opgenomen. Hieronder nog wat aanvullende literatuurverwijzingen.
Howard J. Clinebell, Jr., Contemporary Growth Therapies, Abingdon Press, 1981 (vooral Hoofdstuk 6 over Transactional Analysis).
Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen
naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417; (vertaling van: Abba’s Child – the cry of the
heart for intimate belonging, NavPress, Colorado USA, 1994).
Zie ook het web-artikel:
Living as God’s beloved (Leven als door God geliefd) –
een interview met Brennan Manning, over hoe we Gods liefde kunnen ervaren;
uit de on-line bibliotheek van het Discipleship Jl (Navigators USA).
Josh McDowell, with Ed Stewart, The Disconnected Generation – Saving Our Youth from Self Destruction, Word (Thomas Nelson), Nashville, 2000; ISBN 0-8499-4077-X (zie een impressie van dit boek, bij de uitgever).
André H. Roosma, ‘Lastige emoties, sociaal-psychologische ‘spelletjes’ en de drama driehoek van Karpman’, webartikel hier op www.12accede.nl
André H. Roosma, ‘Verandering in ons leven’ – door ons denken of...?, webartikel hier op www.12accede.nl
André H. Roosma, ‘Leven als kinderen van de Koning’, webartikel over pastorale hulpverlening vanuit Romeinen 14:17, hier op www.12accede.nl
André H. Roosma, ‘Ware aanbidding’, webartikel over wat aanbidding inhoudt en wat het belang ervan is, hier op www.12accede.nl
Bruce Thompson, Muren van mijn hart, Gideon,
Hoornaar, 1990 (vertaling van: Walls of my heart,
Crown Ministries Itnl, USA 1989).
Opmerking:
Dit boek geeft duidelijk aan dat scheve muren (zoals we die in bijv.
mede-afhankelijkheid optrekken) ons hart niet kunnen beschermen.
Om gezond en veilig te leven moeten de muren die we bouwen recht staan,
in overeenstemming met Gods Woord.
John Townsend, Tussen vlucht en verlangen –
Over eenzaamheid, bindingsangst en de kracht van gezonde relaties, Coconut, Almere,
2005, ISBN 90 80758655 (vertaling van: Hiding from
Love (We all long to be cared for, but we prevent it by -) – How to
change the withdrawal patterns that isolate and imprison you, NavPress,
USA, 1991 / Scripture Press, Amersham-on-the-Hill Bucks England, 1992.
ISBN 1-872059-68-6).
Lin Button van Pastoral Care Ministries schreef over dit boek:
"Een levensveranderend boek voor iedereen die problemen ervaart in
relaties. Het geeft de route aan voor een geestelijke reis naar de plek
waar je liefde kunt ontvangen van God en anderen en waar je jezelf leert
aanvaarden."
Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.
home | ![]() | of terug naar de artikelen index |