Accede!
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God

Ware aanbidding

André H. Roosma
bijgewerkt: 2020-11-18

Eén van de dunste boeken in m’n boekenkast – eigenlijk meer een kleine brochure dan een boek – is ook een van de meest kostbare voor me. Het is Worship: The Missing Jewel (Aanbidding: de missende juweel) en is geschreven door de 20-ste-eeuwse profeet Aiden Wilson Tozer.

Maar, wat is dat, aanbidding?
 Is het een ritueel? Is het iets wat we doen? 
 Of is het meer een gevoel? 
 Of veeleer een manier van leven? 
 Wat is het eigenlijk?

Voor ik op deze vragen inga, vraag ik: staat u mij toe om eerst een uitstapje te maken naar een enigszins vergelijkbaar fenomeen.

Enthousiaste verhalen

Zoals Aiden Wilson Tozer in dit kleine boekje illustreert, is aanbidding als een kostbaar juweel. Je zou ook kunnen zeggen: het is als de brede en diepe glimlach op de gezichten van twee innig geliefden, als ze ineens de ander weer zien. De herkenning en liefde die ze in elkaar vonden, geeft hen iets stralends, het is of ze een verse lading nieuwe energie en veerkracht krijgen. Ze beginnen sneller en enthousiaster te praten als ze elkaar zien of als ze aan elkaar denken. Het is iets wat van binnen zit, iets van het hart. Het is een diep gevoel van verzadiging en gelukzaligheid. “Ik heb nu toch iemand ontmoet....” kan een van hen tegen een vriend of vriendin zeggen, en daar komt een heel enthousiast verhaal.

Die verliefden of geliefden zullen -veelal onbewust- hun woorden zorgvuldig kiezen als ze het over hun geliefde hebben. Ze gebruiken woorden die de ander omhoog haalt – zowel tegenover elkaar als tegenover derden. Tegen elkaar zeggen ze dingen als: “Je bent zo mooi, ik kan m’n ogen nauwelijks van je afwenden!” “Het was zo ontzettend aardig van je dat je...” Ik zou met dit soort voorbeelden heel lang door kunnen gaan. Ongetwijfeld kunt u als lezer er zelf ook verzinnen.
Als ik terugdenk aan de tijden dat ik zelf verliefd was, of aan de keren dat ik hoorde wat een verliefd stel aan een naburige tafel in een restaurant tegen elkaar zeiden, of wanneer een vriend me vertelde over zijn nieuwe vriendin, komen twee dingen me opnieuw in gedachten. Het eerste is dit: Er is een soort van bewondering en ontzag, in die tijden van samenzijn. En er is een verlangen om niets anders te zien, aan niets anders te denken en over niets en niemand anders te spreken dan de geliefde.
Wat me opnieuw weer treft als ik terugdenk aan die conversaties die ik zo zelf meemaakte of stil - soms ongewild - aanhoorde, is hoe vaak er het woordje ‘jij’ in voorkwam. Of, als een van die verliefden tegen een derde sprak, hoe dan steeds weer de naam van de geliefde naar voren kwam. Hij of zij is zó geweldig!

... die prachtige zonsondergang...

Een soortgelijke ervaring heb ik soms meegemaakt met iemand die ‘verliefd’ was op een bepaald landschap of een vacantie-ervaring ergens, een waterval of wat dan ook. Hij of zij kan er nauwelijks over zwijgen. Je hoort steeds weer: “Ooo, het was zó mooi... die zonsondergangen over die prachtige heuvels, elke avond...” Of: “Die arenden, ontzaglijk... ben jij daar wel eens geweest? Nee? Oh, je moet daar echt eens naartoe gaan en het zelf ervaren! Ze zijn zo fantastisch,... dat gitzwart tegen dat stralende wit... en die gigantische vleugels... zo groots...”

In deze verhalen schieten normale menselijke woorden vaak te kort als het erom gaat de gevoelens van ontzag en verwondering en dergelijke goed te beschrijven. De tedere schoonheid van iemand die heel dichtbij komt, de adembenemende kracht van een grote waterval, de schoonheid van een landschap – ze kunnen eenvoudigweg te groot voor woorden zijn.

Aanbidding - inderdaad: te groot voor woorden

In het begin van dit artikel stelde ik de vraag: ‘Wat is aanbidding?’ Mijn eerste antwoord op die vraag is dat aanbidding ook iets is dat voortkomt uit een hart dat diep geroerd is, zoals in de voorbeelden hierboven. We worden klein in het beleven van iets wat of iemand die ons denken of begrijpen verre te boven gaat, iets wat vol is van heerlijkheid en grootsheid.
Welnu, als we dit soort ontzag kunnen ervaren, dit gevoel van klein worden, en van fascinatie en verwondering bij het zien van een schepsel of een stukje natuur, hoeveel meer wanneer ons hart gegrepen wordt door de Almachtige en door Wie Hij is... A.W. Tozer heeft het over “Ontzagwekkende verwondering en overweldigende liefde” in de tegenwoordigheid van Hem, Die ons menselijke denken en begrijpen zo verre te boven gaat.

Ja, dat is iets wat we niet meer zo gewend zijn in onze westerse maatschappij: dingen te ervaren die ons denken te boven gaan. We willen alles begrijpen. We willen het in onze vingers hebben. A.W. Tozer heeft het er in zijn boekje ergens over hoe dit neo-rationalisme ook de evangelische wereld is binnengedrongen. Maar als we proberen “alles te verklaren, halen we het mysterie uit het leven en uit aanbidding weg” (mijn vertaling).
God gaat ons begrijpen zó ver te boven! Tozer: “Er moet over onze geest altijd dat ontzag zijn, dat zegt: ‘O, Here God, U weet het!’ – dat ademloos stil staat of knielt in de tegenwoordigheid van die ontzagwekkende Heerlijkheid, dat Mysterie, die onuitsprekelijke Majesteit, ...”

God aanbidden - ... want alleen Hij is waardig om alle glorie te ontvangen...

De zondeval heeft veel kwaad gedaan ten aanzien van onze vaardigheid om ons te verwonderen en ten aanzien van ons ontzag voor God. Maar in en door Jezus mogen we weer toetreden (to accede) naar Gods troon - ja, met aanbidding, zoals we bedoeld zijn te zijn en te doen.

In hun boek Wiens liefde is het eigenlijk? leggen Judson Cornwall & Michael S.B. Reid uit dat in het Bijbelboek Openbaringen aanbidding altijd slechts een antwoord is op het zien van de grootheid en liefde van God. HIJ is zó groot! Wanneer we daar iets van zien, komen we bijna vanzelf tot aanbidding.

Jezus, in gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de put van Jacob, noemde twee belangrijke karakteristieken van aanbidding: als we aanbidden, moeten we dat doen in geest en in waarheid (Johannes 4:23). Wat betekent dat? Laat me u daar kort mijn ideeën over geven. Zoals ik het zie, heeft ‘aanbidden in geest’ ermee te maken dat het onze geest is die, zich verbindend met Gods Heilige Geest, God aanbid. Met andere woorden: aanbidding is niet iets wat we louter vanuit onze eigen ziel; vanuit onze eigen overtuigingen, gevoelens of wil kunnen doen. Om de metafoor van het verliefde stel te gebruiken: aanbidding vanuit onze ziel zou als een getypte liefdesbrief zijn, of als een die overgeschreven is uit een boek. Ware aanbidding komt uit ons hart dat bewogen is door God. Het overstijgt het puur menselijke.
Als tweede was er het aspect van ‘waarheid’. Dat heeft met toewijding van ons hart te maken. We kunnen God niet het ene moment aanbidden en het volgende moment Hem ontrouw zijn. Er moet een verlangen in ons hart zijn om ons leven in lijn te brengen met wat we zeggen en om in wat we zeggen in aanbidding niet te grote schoenen aan te trekken. We willen niet dat onze aanbidding zou verworden tot het gladde verhaal van een lover-boy, die net zo mooi of mooier klinken als de liefde-woorden van een toegewijde geliefde, maar pas op!

Jezus vertelde eens een gelijkenis van een man die twee zonen had. De vader vroeg de zonen om hem te helpen met het werk. Een zei ‘ja’, de ander zei ‘nee’. Degene die ‘ja’ zei, besloot vervolgens toch niet te gaan. Degene die ‘nee’ had gezegd, bedacht zich en veranderde z’n plannen en ging toch z’n vader helpen. Toen vroeg Jezus wie van de zonen de vader de meeste vreugde verschafte...
Dit zegt me ook iets over aanbidding. Aanbidding is niet in de eerste plaats de woorden. Het is een houding. De houding van iemand die wellicht aarzelt om ‘ja’ te zeggen, maar die in de praktijk van het leven van alledag wel ‘ja’ doet. Dat is aanbidding in de taal van ons alledaagse leven. Dat is een levensstijl van aanbidding - aanbidding ‘in waarheid’. Het is aanbidding die zowel voortkomt uit als een onderdeel is van wat Leanne Payne noemt ‘het praktiseren van de tegenwoordigheid van God’. En dat op een manier die weergeeft dat we door Zijn liefde gegrepen zijn, en gefascineerd door Zijn Wezen wat ons begrip zozeer te boven gaat. Het zal zich expliciet (in woorden) en impliciet (in daden) uiten, maar vooral in daden.

iemand die aanbidt

Dit alles brengt ons bij nog een andere dimensie van aanbidding: de manieren waarop het zich uit.

In het Bijbelboek Openbaringen, krijgen we veel beelden voorgeschoteld van wat het betekent om God te aanbidden. Maar boven alles krijg ik, als ik lees wat Johannes meemaakte daar op het eiland Patmos, een beleven van: “Ja, U en U alleen, o God, bent het waard om te ontvangen: alle glorie, eer en lofprijs!”
Want, in de kern van de zaak: wat is de reden dat we aanbidden? Is het uit gewoonte – omdat het de gewoonte is in onze zondagse samenkomst? Is het omdat het in de Schrift bevolen wordt? Of omdat we hopen dat we via aanbidding zelf genezing of andere zegen zullen ontvangen?
Nee, hoewel dat allemaal ook wel zo kan zijn. Maar het hart van ware aanbidding is uitdrukking te geven aan het ontzag en de verwondering die we ervaren als we als kleine schepselen staan voor een God Die zowel almachtig is als alomtegenwoordig, Die Liefde is én de waarheid, de zonde hatend, én teder zondaars herstellend,... en zo zou ik door kunnen gaan en toch nog te kort schieten in het beschrijven van de heerlijkheid van Zijn karakter. Ja, we aanbidden omdat alleen Hij het waard is om onze aanbidding te ontvangen – dagelijks, wekelijks, maandelijks en gedurende de grote feestdagen; die speciale dagen in het jaar.

Aanbidding als diep verlangen

Soms kan die sterke ervaring van ontzag en verwondering emotioneel wat verder van ons af staan. Teleurstellingen kunnen ons gevoel terneerdrukken – zozeer dat we ook de grootheid van God niet meer echt beleven.
Belangrijk is, wat we dan daarmee doen...
Nemen we genoegen met een wat grijzer en kouder leven, een leven waar de warme zon van Gods liefde grotendeels uit verdwenen is? Of waar de belijdenis van Gods Evangelie een aantal mooie woorden zijn, waar we met ons verstand wellicht nog volledig achter staan, maar die we niet meer beléven? Is dat onze interpretatie van het Evangelie - de blijde boodschap? Eren we God met zo’n teleurgestelde, holle ‘belijdenis’?
Zoeken we wat afleiding of verdoving in ‘de kleine pleziertjes van dit leven’ - het zoeken naar rijkdom, het opgaan in gezin of werk, of wat dan ook? Zo van: het echte geluk vind ik niet, dan maar ‘er het beste van maken’? Zijn we dan niet als een zwerver die z’n honger en eenzaamheid stilt met het drinken van een flesje bier, het roken van een sigaretje of een ‘joint’?
In Gods Woord – o.a. bij de Psalmendichters (bijv. Psalm 21:1-2; 42:1; 63:1; 84:2; 106:1-2,4-5; 143:6; zie ook: Psalm 16:9-11; Jesaja 9:3; Micha 7:7) – zie ik een belangrijk alternatief. Ik zie mensen die het uitschreeuwen tot God: “Waar bent U, God? Ik heb u nodig! Ik smacht naar U, zoals iemand die door de woestijn loopt kan smachten naar water!” Ze doen dat omdat ze missen waar ze ooit iets van geproefd hebben: de heerlijkheid van God, de vreugde van het bij Hem zijn en door Hem geliefd zijn.

Als we werkelijk gegrepen zijn door Gods grootheid en liefde, willen we toch niet meer zónder leven? Het niet ervaren van die verwondering en dat ontzag en die diepe vreugde, zal ons dan hongerig maken naar Hem weer te ervaren en de vreugde van Zijn aangezicht weer te mogen beleven. Ook dit verlangen kan dan worden tot een vorm van aanbidding. Het verhoogt de God Die alleen ons hart kan bevredigen als zijnde boven alles wat ons hart kan behagen.

En inderdaad: Hij alleen kan ons hart wérkelijk bevredigen! Hem als zodanig eren is ook niet meer dan redelijk (Psalm 16:7-11; Romeinen 11:32-12:1).
Dat doet me eraan denken hoe snel wij ons afgewezen kunnen voelen als medemensen ons niet de eer of het respect geven die ons toekomt. John Piper bepaalde me er via een paar van zijn preken bij hoe onvoorstelbaar Gods reactie is (geweest) op onze ondankbaarheid: hoe weinig wij Hem de eer geven die Hem toekomt. Zijn wij gewend om af te wijzen die ons afwijzen, Hij zond Zijn Zoon om afgewezen te worden in onze plaats. Om ons toch weer in Zijn liefdevolle armen te kunnen sluiten. Als ik stilsta bij wat dát zegt over God en Zijn karakter, dan doet me dat weer des te sterker verlangen naar die vertrouwelijke omgang met Hem en naar dat vervuld zijn met ontzag en verwondering voor dié grote God.

Piper maakt ook onomstotelijk duidelijk dat we ons er niet voor hoeven te schamen als we het grootste geluk voor ons hart zoeken - integendeel! Het is Zijn doel dat we van Hem genieten boven álles! (Zie ook: Mattheus 10:37; Lukas 14:26; Philip.3:7-9; 1 Kron.16:27 en mijn artikel over Levenslust en vreugde.) Van Jezus staat er geschreven dat Hij het immense lijden kon doorstaan doordat Zijn ogen gefixeerd waren op de vreugde die vóór Hem lag (Hebreeën 12:2-3; 2:10; vgl. Philip.1:29-2:13; Jesaja 49:6). Het weten van de vreugde die het geeft om in het centrum van Gods tegenwoordigheid en Gods wil te staan, kan ons helpen om daarvoor kleinere ‘pleziertjes’ op te geven. Jim Wilder spreekt in dit verband wel over het trainen van het genotscentrum in onze hersenen (de nucleus accumbens, voor de specialisten). Dit is een belangrijke vaardigheid die we mogen leren: kleine genietingen opgeven voor de grote. En welk genieten is groter dan het mogen zijn in Gods tegenwoordigheid en gevuld te worden met Zijn vreugde? En Hij wil bij ons zijn, juist ook in de dalen van onze kleinheid en gebrokenheid! Aanbidding is niet alleen die vreugdevolle, uitbundige uiting ervan. Het kan ook dat stille besef zijn van eigen kleinheid en gebrokenheid, en Gods grootheid en liefde.

Enkele talen van aanbidding

de natuur heeft zo zijn eigen ‘talen’ van aanbidding

Als ons hart gefascineerd wordt door de verwondering over Wie God is: hoe Hij hoger is dan wij, over Zijn heerlijkheid, Zijn Goddelijkheid, dan kunnen we daarop reageren op diverse manieren. We zien dat ook in de Bijbel: Sommige mensen vallen voorover met hun gezicht naar de grond als een uiting van ontzag. Sommigen staan bijna ademloos stil in verwondering. Anderen heffen in koor een geweldig jubellied aan. David zei eens dat hij met God in Zijn heilige tempel wilde zijn om “de liefelijkheid van de Almachtige te aanschouwen” (Psalm 27). Voor mij illustreert de veelkleurigheid van deze reacties het feit dat elke uitdrukking in zichzelf niet volledig in staat is om een totale en waardige reactie te betekenen op de heerlijkheid en grootheid van de Andere.

Hoewel er dus een enorme variëteit kan zijn in de uitdrukkingsvormen van aanbidding, hebben ze toch een ding gemeen: ze zijn op God gericht. In het begin van dit verhaal refereerde ik eraan dat alle verliefde verhalen van een verliefd jong stel draaien om hoe heerlijk die ander wel is. Of de fascinatie met een vergezicht of met dieren of andere natuurverschijnselen – het is altijd gericht op die (of dat) ‘heerlijke ander(e)’.

Ik heb -helaas- veel kerken en groepen meegemaakt waar ‘aanbidding’ een sticker is die geplakt wordt op een manier van zingen die bol staat van de ‘ik’-en. “Ik zal U prijzen, Ik zal dit doen, ik zal...” Dit doet me terugdenken aan een lied van de gospelgroep The Lighters dat zij in de jaren ’70 zongen. Dat ging ook van ‘ik zal dit en ik zal dat’, tot de zanger zich als het ware realiseerde wat hij zong, en dan wat zachter zingt: “Ach God, wat zeg ik grote dingen. U weet hoe dikwijls ik niet wilde zingen.”*
Ik zeg niet dat er in een samenkomst geen plaats kan zijn voor liederen van toewijding. Maar voor mij is dat wat anders dan aanbidding. Hebt u ooit een vrouw gezien die totaal smoor en smoor verliefd was, en die zei “Ik zal dit doen, ik zal dat doen...” zodra ze haar geliefde zag?
Weet u, waar dat “Ik zal dit doen, ik zal dat doen...” me meer aan doet denken? Ik moet dan meer denken aan dat jochie dat ik eens ontmoette. Nooit had hij onbaatzuchtige liefde ontvangen. Altijd moest hij zijn uiterste best doen om te hopen dan nog misschien een klein beetje acceptatie te ontvangen. Toen hij merkte dat hij bij mij wat aandacht zou kunnen krijgen, begon hij ook gelijk: “Ik zal dit, ik kan dat...” Doodsbang weer verworpen te worden als hij niet aan mijn verwachtingen zou voldoen, probeerde hij mijn liefde op die manier te verdienen. Het is de taal van iemand die de ander probeert te behagen om zó acceptatie te verdienen, of om zó zijn of haar zin te krijgen. Hoewel het geen zonde is, is het wel jammer als we zo naar God kijken.
In ware aanbidding zijn we niet bezig vanuit die angst om afgewezen te worden. Aanbidding is juist onze reactie op het heerlijke en onbegrijpelijke feit dat God ons zomaar accepteert zoals we zijn - in Christus! O, wonder van genade, zo oneindig groot!

Het hart van aanbidding is dat we ons realiseren dat alles wat wij zouden doen of zeggen geen volledig antwoord is op de heerlijkheid van Wie we ontmoeten. Zoals ik het Leanne Payne zo mooi heb horen zeggen: “Je kunt niet helemaal opgaan in een zoen met je geliefde en tegelijkertijd erover nadenken of die zoen analyseren.” Aanbidding is niet een bewust gebed van toewijding - “Ik zal”. Het is veel meer een je totaal laten gaan in iets wat te groot en te heerlijk is om te weerstaan. Er is sprake van een soort ‘opgaan in’ het wonder. (Merk op dat de Heilige Geest ons daarom woorden kan geven die menselijke taal te boven gaan, om enigszins te beschrijven wat in menselijke taal niet te beschrijven valt: ons verheerlijkte ontzag voor God.) Daarbij laat je alle andere gedachten en wensen varen. Het is een daad van totale overgave.
In die zin communiceert het -impliciet- zeker ook een gelukzalig “Ja, ik wil!” Maar tegelijkertijd gaat het daar boven uit.

שְׁמַע יִשְׂרָאֵל יהוה אֱלֹהֵינוּ יהוה אֶחָד
“Shema Jisraêl, JaHUaH, Eloheinu, JaHUaH ’echád”
‘Hoor, o Israël, JaHUaH (de AANWEZIGE) onze God, JaHUaH (de AANWEZIGE) is Eén!’
Deuteronomium 6:4 (vgl. Marcus 12:29-31)

Ware aanbidding is niet zomaar iets wat je zondagsmorgens in de kerk doet. Het is een levensstijl. Zoals ik eerder al zei, vereist het waarheids-aspect dat we één zijn, zoals Hij, Degene Die we aanbidden, Eén is (Deuteronomium 6:4; zie ook Marcus 12:29-31). Dat betekent: onverdeeld.
Als ik hierover nadenk, maakt het me nederig. Ik realiseer me hoe vaak ik zeg “Ik aanbid U”, en het volgende moment doe ik waar ik zelf zin in heb...
“Laat onze woorden weinige zijn”, zegt een lied. Je zou kunnen toevoegen: “en laat onze woorden God-gericht zijn”.

In het YwaM eTouch bulletin van maart 2007 las ik de volgende anecdote:
Een Quaker nam een vriend op een zondagochtend mee naar het ‘Huis der Samenkomst’. Ze gingen zitten - de mannen aan de ene en de vrouwen aan de andere kant. Het werd 10 uur en er gebeurde niets. Vijf minuten werden er tien, toen 20 en na een half uur van totale stilte leunde de bezoeker over naar zijn vriend en fluisterde: “wanneer begint de dienst nu eigenlijk?”
De gefluisterde reactie kwam...
“Nadat de tijd van aanbidding voorbij is.”

Leiden in aanbidding

Het bovenstaande heeft implicaties voor als we onszelf en anderen in een tijd van aanbidding willen leiden. Het is net als met intimiteit tussen geliefden: aan de ene kant kun je met dat jaren ’70 lied zeggen dat een vonk genoeg is om een vuur snel op te laten laaien, aan de andere kant kan dat proces niet geforceerd worden. Intimiteit en aanbidding moeten we rustig en teder opbouwen, zodat er gelegenheid is voor iedereen om andere dingen los te laten die ons nog afleiden. Een man kan niet zijn vrouw in totale toewijding zoenen en op hetzelfde moment aan zijn zaken denken. Er moet gelegenheid zijn om de zaken los te laten en de aandacht op de ander te richten. Dat geldt ook voor aanbidding. Anders maken we aanbidding een lege frase voor iets wat niet ‘waar’ is. De vergelijking dient zich bij mij aan met ‘seks hebben’ zonder intimiteit, tederheid en voorspel.
Dit gezegd hebbende, is er iets wat we praktisch kunnen doen om onszelf en anderen in aanbidding te leiden? Ja, ik denk van wel! Ik heb mezelf afgevraagd: “wat maakt me soms zo gefascineerd en enthousiast over de vrouw die ik liefheb, of over een vergezicht, een diep-rode zonsondergang, of wat dan ook?” Meestal is het dat ik mezelf eerst helemaal openstel voor of geef aan het object van mijn ontzag, terwijl ik tegelijkertijd mezelf toesta om het/haar/hem ten volle te genieten, me in de heerlijkheid ervan te koesteren en te verheugen. Dat neemt tijd en kan niet versneld worden. Ik kan het niet naar mijn hand zetten. Veeleer is het een soort van ‘laten gaan’ - een onderdompeling in schoonheid en mysterie. Voor dat volledig kan gebeuren, moet ik de dingen loslaten die ermee in strijd zijn. Opnieuw, het is als een man die eerst iets moet belijden tegenover zijn vrouw, voor ze zich in teder liefdesspel kunnen overgeven. M’n zintuigen als het ware vol laten lopen met het object van m’n aanbidding kan hierbij helpen (denk aan de eerste woorden van John Denver’s Annie’s Song: “You fill up my senses...” [“Je vult m’n zintuigen - of: gevoelens - helemaal...”]).
Als we anderen in aanbidding leiden, gaat het net zo. We kunnen liederen zingen, Schriftgedeelten lezen of andere rituelen doen die ons helpen onze aandacht helemaal te richten op de heerlijkheid van God. We kunnen beginnen met te kijken naar wat Hij voor ons gedaan heeft. We kunnen Hem vragen ons te reinigen van ongerechtigheid en zonde, in Jezus’ naam. Misschien willen we ons opnieuw aan Hem toewijden, of een besluit nemen over iets waar Hij Zijn licht over laat schijnen in ons leven. We kunnen onze zorgen aan Hem geven, dat Zijn vrede onze harten en gedachten opnieuw vult. Dan kunnen we verder gaan met te zien op Wie Hij is: bijvoorbeeld de tederheid en de ontzagwekkende kracht in Hem. De genade en de waarheid. Het leven en de hoop. We kunnen mediteren over de geweldige Namen die aan God gegeven zijn in pogingen Zijn onbeschrijfelijke karakter te beschrijven.
Maar het belangrijkste is dat we ons hart afstemmen op God. Ergens in dat proces zullen we dan merken dat Gods Geest het als het ware overneemt, en dat we overvloeien naar ware aanbidding. Soms begint het met een half-bewust gezongen aanbiddingslied over Zijn grootheid. De Geest kan het roer overnemen en ons leiden naar woorden en muziek die de onze te boven gaan. Na zo’n tijd van intimiteit met God, in Zijn tegenwoordigheid, houd ik er vaak van om nog een tijd te hebben van stil nagenieten: versteld te staan van Wie Hij is en het allemaal dieper in m’n eigen hart en ziel te laten ‘zakken’.
Daarna kan er soms een tijd zijn waarin we een nieuw aspect van Zijn grootheid zo we dat zojuist ervaren hebben ook met elkaar delen, of bidden over iets dat we veranderd willen zien na de confrontatie met Zijn licht.

De rol van aanbidding in pastorale zorg en genezing

Dit artikel staat niet voor niets op deze website over pastorale aangelegenheden. Aanbidding heeft een belangrijke plaats in het leven en het genezingsproces van pastorale werkers en hun confidenten (zoals in dat van mezelf en van m’n confidenten).
Ten eerste plaatst aanbidding ons in de positie waarin we thuishoren, als schepselen in de verhouding tot onze Schepper - de Almachtige van hemel en aarde. De apostel Paulus schrijft in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de christenen te Rome, dat de moraal van een volk staat of valt met de erkenning van God als Wie Hij is. En met het Hem op waardige wijze de dank en eer brengen die Hem toekomt. Het vereren van schepselen boven de Schepper leidt tot verduistering van gedachten en tot allerlei immoraliteit, zegt hij daar. We kunnen dit ook omkeren: een je bekeren tot God en Hem eren in dank en aanbidding leidt tot verlichting van gedachten en tot morele zuivering. We zien dit regelmatig in het Oude Testament, waar koningen zich van God en de eredienst aan Hem afwendden of juist zich weer tot God bekeerden (zie bijv. het verhaal van koning Hizkia in 1 Kronieken 29-32, waar aanbidding een belangrijke rol speelde in het bekeringsproces en in het ‘nieuwe leven’ daarna).

De ware liefde en onuitsprekelijke heerlijkheid die we ervaren in de tegenwoordigheid van God - de ervaring die ons ook tot verwondering en aanbidding bracht - is daarom het beste tegengif tegen trauma, gebrokenheid en duisternis dat ik me maar kan voorstellen. De ervaring van je veilig te kunnen overgeven is het beste geneesmiddel tegen misbruikt te zijn. Nergens is deze ervaring sterker dan wanneer we ons, al het andere maar loslatend, overgeven in ware aanbidding, samen met ‘broers’ en ‘zussen’ met wie we ons veilig weten.
Ware aanbidding kan ons een diepere ontmoeting met God binnenleiden, een ontmoeting waar niet alleen ons hoofd bij betrokken is maar juist ook ons hart. In die daad van overgave van ons hart, ons lichaam, onze kracht en alles, in aanbidding aan God, worden we meer bereikbaar voor God, heb ik vaak ’t idee. Op die manier ervaren we meer van de veilige verbondenheid met God en met elkaar waartoe we geschapen zijn. Die ervaring van verbondenheid en van tot je ware diepste doel komen is enorm helend. Als gevolg daarvan, heb ik ook zelf enkele van de meest diepe emotionele genezingen ervaren in of direct na zulke tijden van intense aanbidding.
Ik denk dat dit er ook mee te maken heeft, dat we in de zang en muziek van aanbidding niet alleen intellectueel, dus met onze ‘denkkracht’, betrokken zijn, maar die muziek en die zang raakt ons in ons hele lichaam. Paulus zegt in de eerder geciteerde brief aan de christenen te Rome (aan het begin van hoofdstuk 12) ook dat vernieuwing begint met je lichaam aan God te geven. Hij gebruikt de vergelijking met offer-rituelen die zijn publiek bekend waren. Het is een niet meer dan redelijke respons op de genade die God ons gegeven heeft toen Christus -ook lichamelijk- voor ons leed en stierf en opstond, zegt Paulus, om je lichaam aan God te geven, op zo’n manier dat Hij erdoor geëerd wordt. Dat is, gaat hij verder, dan een basis voor de vernieuwing van je denken en je leven. En ook psychologisch begrijp ik wat hij bedoelde. Als mijn lichaam, met alle trauma’s en emoties die daarin opgeslagen zijn, toegewijd wordt aan God, dan komen al die onbewuste reactie-schema’s, al die onbewuste pijn en dat verdriet en die weerstanden die we opgebouwd hebben om onszelf te beschermen, die komen dan onder Zijn liefdevolle en genadige invloed. Dan is het te verwachten dat daar verandering uit gaat volgen.
Om deze reden vind ik het ook zo heerlijk om me in aanbidding ook met mijn hele lichaam te ‘laten gaan’, een beetje zoals David toen hij voor de ark uit danste, toen de ark werd opgehaald in een context van vernieuwde toewijding.


Naschrift: Valse aanbidding?

Iemand vroeg me: De titel van je verhaal is ware aanbidding - is er dan ook zoiets als valse aanbidding?
Ik heb geaarzeld om hierover te schrijven, maar mijn antwoord is: ja, ik denk het wel. Het heeft - onder andere - te maken met het beeld wat we hebben van God en van onszelf.
Neem het idee van herhaling, bijvoorbeeld. Er bestaat goede herhaling, waar iemand uit fascinatie verscheidene keren hetzelfde zegt, verlegen om woorden die het onuitsprekelijke verwoorden. Je komt dit hier en daar tegen in de Psalmen (hoewel niet vaak) of in Openbaringen (vergelijk het “heilig, heilig, heilig zijt Gij, God!” waar het meervoudige “heilig” zich als een oneindige trap opbouwt vanuit ons beperkte begrip van heiligheid om enigszins het hemelse begrip heiligheid te benaderen). Deze ‘goede herhaling’ zien we ook in dat een vrouw zich gevleid kan voelen als haar man haar meerdere keren op een dag zegt hoe mooi hij haar vindt of iets dergelijks.
Maar er is ook een soort herhaling die alleen laat zien hoe leeg het is. Het is de herhaling waarop de echtgenote geïrriteerd zou raken in plaats van gevleid en zou zeggen: “er zit een knap in de plaat!” Een ander voorbeeld van zulke lege (holle) herhaling kwam ik op een van mijn verre reizen tegen. Ik kwam langs een afgoden-tempel. Wat me raakte was de armoede ervan. O, begrijp me niet verkeerd - ik heb het hier niet over uiterlijke armoede – al het goud van het beeld van de ‘god’ en al het verdere goud in die tempel was zeer indrukwekkend. Maar aan de rand van het plafond van de tempel hingen een soort van blikkerige ‘bellen’ met lange touwen tot op ongeveer een meter hoogte. Met die touwen konden de mensen de god wakker maken (het beeld was: hij slaapt de hele tijd!). Er hingen ook een soort gebeds-windmolentjes die de hele dag in de wind ronddraaiden in de hoop dat de ‘god’ dan het gebed erop wel een keer zou zien.
de moderne mens wordt zozeer gedreven door pragmatisme en rationele berekening, dat hij de vreugde van de extatische viering volledig is kwijtgeraakt
 Harvey Cox
The feast of fools, Harvard Univ., 1969, p.12; geciteerd in: Richard Foster, Het feest van de navolging, p.172.
Mensen herhaalden hetzelfde woord keer op keer - uren achtereen - om dezelfde reden: vrees, niet gehoord te worden.
Ik zeg u: Ik heb me nog nooit zo klein en blij en bevoorrecht gevoeld over het voorrecht een Vader in de hemel te mogen kennen die zelfs de kleinste zucht van m’n hart hoort... Het deed me denken aan Elia en de Baal-priesters op de berg Horeb – de Baal-priesters dansend om het altaar, ‘performing like hell’ (hun uiterste best doende) om Baal zover te krijgen dat hij iets zou doen. En dan is het Elia’s beurt. Hij maakt het God fysiek nog moeilijker, lijkt het, door alles nat te maken. Hij wist: ik ben maar klein, maar ik dien een groot God! En God demonstreerde Wie Hij was en is, daar!
Kunt u zich voorstellen, dat een 'aanbiddingsconcert' waar een leider zijn innerlijke onzekerheid probeert te verbergen door die nare en lege vorm van herhaling - oef... het geeft me koude rillingen!
Juist wanneer wij een stapje terug doen, kan God door Zijn Geest binnenkomen. Dat is groot nieuws voor feilbare en kwetsbare, zwakke mensen zoals ik! Het hangt niet af van mijn prestatie, maar van Hem. Ik mag een stapje terug doen en Hem de leiding geven.

Samengevat: Valse aanbidding (voortkomend uit onze eigen ziel) probeert een bepaalde atmosfeer te creëren, een ‘high’, door de muziek, de liederen, door herhaling, etc. Het is hetzelfde als wat in enig ander concert gebeurt of in die afgodstempel. Een leider probeert bepaalde emoties op te wekken in de aanwezigen. Als hij succesvol is, ‘voelen’ allen het en zijn daar blij mee. De leider krijgt er eer door, want hij doet ’t, gebruik makend van de manier waarop wij als mensen emotioneel reageren op externe prikkels.
Ware aanbidding komt vanuit een andere Bron. Het komt voort uit het als een kind overweldigd zijn door een grote God - door Zijn genade, Zijn liefde, Zijn grootheid. Het komt door Zijn Geest in ons. We hoeven ons niet op te kloppen. We mogen er gewoon zijn. Geliefde kinderen, die gewoon heel erg blij zijn met hun dierbare Vader.
We kunnen anderen erin meenemen door eenvoudigweg onszelf en hen op Hem te richten, zoals we een prachtige zonsondergang met een vriend kunnen ‘delen’: “kom eens kijken, dáár!”, of wellicht alleen al door er zelf vol bewondering naar te kijken...


terug naar de artikelen index

Voetnoten:

*Het bedoelde lied is ‘De Vijgeboom’, tekst: Nel Benschop, muziek: Cam Floria; op de LP Op Zoek van het Gospelteam The Lighters, Continental Sound, Rotterdam, jaren ’70.
toegevoegd:
3 april 2016

Een goede definitie van wat aanbidding is, is eens gegeven door Dr. Bruce Leafblad:

“Aanbidding is gemeenschap met God waarin gelovigen, door genade, de Heer het middelpunt maken van de aandacht van hun denken en de genegenheid van hun hart, nederig God verheerlijkend in reactie op Zijn grootheid en Zijn woord.”

gegeven in zijn cursus Introductie op muziek in de gemeente aan het Southwestern Baptist Theological Seminary, 1983; geciteerd door Louie Giglio in The Air I Breathe: Worship as a Way of Life, Multnomah, 2003 (/ Crown Publishing, 2009); ISBN 978 1 5905 2153 3 / 978 1 5905 2670 5 / 978 0 3075 6254 8; Ch.11, p.140; en door Rick Melson in het artikel: ‘Worship: Our Response to His Greatness’, Desiring God website, April 3, 2016 (mijn vertaling).


Literatuur

Hieronder een aantal boeken die u kunnen inspireren in aanbidding en in een leven van aanbidding.

James Montgomery Boice, The sovereign God, Foundations of the Christian Faith - Vol. 1, IVP, Downers Grove Ill USA, 1978.

2008-04-07

Judson Cornwall, Aanbidding - Het antwoord van de gelovige aan God, Gideon, Hoornaar, 1984; ISBN 90 6067 324 7 (vertaling, door J.M. Overweel, van: Let us worship, Bridge, USA, 1983).

Judson Cornwall & Michael S.B. Reid, Wiens liefde is het eigenlijk?, Sharon, Waddinxveen NL, 199x (vertaling van: Whose love is it anyway?, Sharon, Pilgrims Hatch Brentwood Essex GB, 1991).

Gene Edwards, The Divine Romance, Tyndale House Publ, USA, 1993; ISBN: 0842310924.

Richard Foster, Het feest van de navolging, Novapress / Ekklesia, 2000; ISBN 90-755-69-02-5 (vertaling door H. Fonteyn van: Celebration of Discipline, Harper SanFrancisco, 1978).

Broeder Laurentius (Nicolas Herman; ook bekend als Frère Laurent), Besef van Gods tegenwoordigheid, Gideon, Hoornaar NL, 1999; ISBN 90-6067-786-2; eerder gepubliceerd als: Licht in ons hart, Carmelitana, België; (vertaling door J.B.M. Laudy; naar twee Franse documenten uit 1692 en 1694: Maximes spirituelles fort utiles aux âmes pieuses pour acquérir la présence de Dieu, recueillies de quelques manuscrits du Frère Laurent de la Résurrection, religieux convers des Carmes déchaussez, avec ábrégé de la vie de l’auteur et quelques lettres qu’il a écrites à des personnes de piété, Paris, Edme Couterot, 1692; et: Les Moeurs et entretiens du Frère Laurent de la Résurrection, religieux carme déchaussé, avec la Pratique de l’exercice de la présence de Dieu, tirée de ses lettres, Chaalons, Jacques Seneuze, 1694 (beide: Bibliothèque Nationale, Paris); Engelse vertaling beschikbaar als: Brother Lawrence, Practice the Presence of God, ISBN 0883681056).

Brennan Manning, Kind aan huis - Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417 (vertaling van: Abba’s Child - the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado USA, 1994).

Brennan Manning, Het Zwervers-Evangelie, Navigator Boeken, Driebergen, 2002; ISBN 90-76596-42-5; (vertaling, door Bep de Wit - de Waard, van: The Ragamuffin Gospel - embracing the unconditional love of God, Multnoma Books / Questar, Sisters Oregon USA, 1990 / SP Trust - Alpha, Aylesbury Bucks GB, 1997).

Catherine Marshall, De Helper , Gideon, Hoornaar, 1982; (vertaling, door J.H. Cornelder, van: The Helper, Chosen Books, USA, 1978).

Henri Nouwen, Eindelijk thuis - gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’, Lannoo, Tielt, 2000; (vertaald onder redactie van Evert vdr Poll; Engelstalige uitgave: The return of the prodigal son, ...., 1988).

Jessie Penn-Lewis, van Aangezicht tot Aangezicht, Moria / Evangelische Wereld Pers, Amsterdam, 1981 (vertaling van: Face to Face, The Overcomer Literature Trust, Great Britain).

John Piper, Jezus zien en ervaren - en intens van Hem genieten, Gideon, Hoornaar, 2003; ISBN: 90 6067 976 8 (vertaling, door An Molenaar, van: Seeing and Savouring Jesus Christ, Crossway / Good News Publ., Wheaton, 2001).

John Piper, Verlangen naar God, De Banier, Utrecht, 2005; ISBN: 90 336 0458 2 (zie ook het artikel 'Geschapen om van God te genieten' in CV-Koers, januari 2006; en een boekrecensie erover in CV-Koers, nov. 2005.) (vertaling van: Desiring God, Multnomah, 2003, ISBN: 1590521196; zie ook: The website on Desiring God).

Zac Poonen, Radiating His Glory, Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1982.

John Ernest Sanders, The God Who risks - A theology of providence, IVP, Downers Grove Illinois, 1998. ISBN 0-8308-1501-5.

J. Oswald Sanders, Enjoying intimacy with God, Moody Press, Chicago USA, 1980.

Francis A. Schaeffer, Leven door de Geest, Telos, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam NL, 1986 (vertaling, door P.H. Pellicaan, van: True spirituality, Tyndale House, Wheaton USA / Coverdale House, London GB, 1972).

Tommy Tenney, Achter God aan, met als subtitel: “Mijn ziel smacht naar U”, Sjofar Boek en Muziek, Utrecht, 2001; ISBN: 90 6823 030 1 (vertaling door Bep Fontijn-Donatz van: The God Chasers, Destiny Image Publ., Schippensburg PA, USA, 1998).

A.W. Tozer, Het kennen van de Allerhoogste, Pieters, Groede NL, 1985; ISBN 90.60.85.149.8 (vertaling van: The knowledge of the Holy; Harper SanFrancisco; November 1978; ISBN: 0060684127; re-issued by HarperOne, 1992; ISBN-10: 0060698659; ISBN-13: 978 0060698652.).

A.W. Tozer (compiled & edited by Gerald B Smith), Jesus, Author of Our Faith, Christian Publications, Camp Hill PA, USA, 1988; ISBN 0-87509-406-6.

A.W. Tozer, Worship: The Missing Jewel, Heritage Series, Christian Publications, Camp Hill, Pennsylvania, USA, 1992; ISBN: 0-87509-483-X; (June 1996 edition: 0-87509-219-5).
Noot: Een reviewer (icmi@cadvision.com uit Canada) schrijft op de site van Amazon.com hier heel terecht over (January 25, 2000): “The Missing Jewel: A Timeless Classic. The Missing Jewel by A. W. Tozer is a timeless classic when it comes to the subject of worship. Christians today are bombarded with a diverse view of what worship should be like for the Christian. This book captures the timeless elements that every Christian (and leader in the church) should know and understand - even though the book was written many years ago. In particular you will enjoy Tozer’s section on Acceptable Worship; defining the difference between false worship and acceptable worship.”

E. James Wilder, Joy Bonds [1. Developing ‘Joy Strength’ and the Capacity to Persevere, 2. From Dread to Joy: Dealing with Borderline Problems, 3. Finishing Well: Returning to Joy, Personally and Corporately], videotaped seminar (4 VHS tapes), ICBC international (click on ‘Resource Center’).

Artikelen en web-pagina’s

Hieronder enkele artikelen en web-pagina’s die betrekking hebben op aanbidding. (De meeste hiervan zijn in het Engels gesteld; ik houd me aanbevolen voor meer suggesties over goede Nederlandstalige artikelen/websites.)

Marcos Witt, ‘Een leven van aanbidding’, Opwekking Magazine, Nr. 467, Juni 2003 (een gedeelte uit hst 4 van zijn boek: Een leven van aanbidding, Opwekking, Putten, 2003).

3e toegevoegd:
7 april 2015

Philip Troost, Hartstocht voor God, Verwondering, en Echte vreugde is je laten bevrijden door God – Geloofsvreugde: meer dan theorie, Groei Magazine, juni 2006, maart 2003, resp. december 2013.

De EO heeft in haar programmablad Visie een serie gepubliceerd: ‘Waarom aanbidding?’. Deze artikelen staan ook op Internet, met nog meer artikelen over het onderwerp ‘aanbidding’. Een aantal titels:
Ronald Koops, ‘Heft uwe handen naar omhoog, of doe maar gewoon?’ - Een beschouwing over aanbidding, EO Visie, 13 t/m 19 sept 2003, p.70-73.
Bob Fitts (red. Hans van de Beek), ‘Zeven misvattingen over aanbidding’, EO Visie, 20 t/m 26 sept. 2003, p.70-73.
De essentie van aanbidding is een levensstijl’, inleiding op een uitzending met Jack Hayford.
Aanbidding in droge tijden’.
Aanbidding is een dankdienst’.
Ronald Koops, ‘Aanbidding is een manier van leven’, EO Visie.
Henk Rothuizen, ‘Wanneer aanbidding gewoontjes wordt’.
Arie Kok, ‘Herrie-aanbidding’ (eerder verschenen als commentaar in Reveil, sept.2003).
Emoties in de aanwezigheid van God’ - de Psalmen laten ons zien hoe aanbidding passend is bij vreugde, maar ook bij zorgen of verdriet.

Téo J. van der Weele, ‘Anton leert bidden op een nieuwe manier’, een artikel uit de reeks Pastorale Pagina’s uit Opwekking Magazine, Nr 301, mei 1988, p.28.

Robin Wainwright, ‘On Praise in Recovery’, op de site van de National Association for Christian Recovery.

John Piper, ‘Het Diepste Wezen van Aanbidding’ (vertaling van: ‘The Inner Essence of Worship’), ‘Worship - The Feast of Christian Hedonism' (n.a.v. Psalm 63:5-6), ‘All of Life as Worship’ (n.a.v. Romeinen 12:1-2; ook als mp3), en: ‘The Happiness of God - Foundation for Christian Hedonism’ (n.a.v. Jeremia 32:36-41), alle op zijn website Desiring God.

Op de site van Integrity Music staat veel goed materiaal over aanbidding: zowel (links naar) goede aanbiddings CD’s etc. en goede artikelen, in hun Europese en Amerikaanse Artikelen archief.
Kirk & Deby
Kirk & Deby Dearman
Enkele voorbeelden die me in het bijzonder aanspraken (in willekeurige volgorde):
Susan Fontaine Godwin's artikel over Kirk & Deby Dearman’s Come to the Quiet - Ervaar aanbidding waar we met al onze zinnen aan mee mogen doen. Een Come to the Quiet music sample is beschikbaar op Kirk & Deby’s website. (Noot: Ik vind het heerlijk om met die CD mee te gaan en m’n hart erdoor mee te laten voeren in aanbidding naar God toe!)
Ross Parsley’s Foundations for Worship Ministry - 10 pilaren voor het bouwen van een aanbiddingsbediening die leven geeft.
Dow Robinson’s The Living Word in Worship - In The Throne Room; zijn The Glorious Richness of His Name - The Name Leads to Worship; waar hij bestudeert hoe Gods naam ons oproept tot aanbidding; of zijn The Glorious Richness of His Name; about Yhwh Elohim - The God Who Relates.
Steve Merkel’s Waterfalls and Still Waters - een aanmoediging dichter naar God te komen door innige aanbidding.
Elisabeth Farrell over een nieuw Brian Doerksen album: The Light Is On - dat het licht van Christus naar een verduisterde wereld brengt.
John Chisum’s RE: Worship - Internal Medicine - Waar gaat een levensstijl van aanbidding eigenlijk over? Volgens John Chisum begint het met God te aanbidden in je hart.
Als laatste, maar zeker niet als minste: Israel Houghton’s “If it had not been for the Lord who was on my side”.... where in the world would I be?; wat hetzelfde is als Nearly Disposed: zijn ongelooflijke getuigenis en hoe God hem tot een levensstijl van aanbidding riep.

De bibliotheek van het Discipleship Journal (Navigators USA) heeft een aantal zeer goede artikelen die me op verschillende momenten tot aanbidding geleid hebben:
He Looks at Me with Delight - by Ken Gire, who takes an intimate look at the ongoing love relationship between Jesus and you, His bride (Issue 102, Nov/Dec 1997)
Here Comes the Groom - Living in joyful anticipation of Christ’s return; by Rebecca Barlow Jordan (Issue 110, Mar/Apr, 1999)
Friendship with God - Moving from Duty to Delight, by Michelle McKinney Hammond (Issue 114, Nov/Dec 1999)
He Chose to be Vulnerable - by Paula Rinehart (Issue 102, Nov/Dec 1997)
Living as God’s Beloved - an interview with Brennan Manning, author of (a.o.): Abba’s Child, on how to experience God’s love. By Paula Rinehart (Issue 100, Jul/Aug 1997)
He Wants to Be with Me - ‘Be near me, Lord Jesus. I ask you to stay close by me forever and love me, I pray;’ by Sandy Clark (Issue 102, Nov/Dec 1997)
Why should I trust God? - Trusting God is a moment-by-moment challenge possible only when we focus on His character, by Linda Dillow (Issue 103, Jan/Feb 1998)
Believe it or not? - when it comes to trusting God, your actions speak louder than your words; with a good section on our identity in Christ; by Stacey S. Padrick (Issue 103, Jan/Feb 1998)
Hope: Anchoring Your Heart to a Sure and Certain Future - indeed: very hope-full (Issue 114)
Love: Delighting in God's tenderness - we all need to hear and experience that we are loved, but how do we get there? With questions for further reflection and/or discussion with friends (Issue 114)
The One Jesus Loves - when we draw near enough to hear Jesus’ heartbeat, we will discover, as John did, that we are His beloved; by Brennan Manning (Issue 82, July/Aug 1994)
The God Who Sings - Discover the Father’s Delight in You; by Steve Beard (Issue 115, Jan/Feb 2000)
His Ways, Our Ways - trusting God to shape our lives; by David Hazard (Issue 95, Sep/Oct 1996). David himself - in his role as guest editor - says about this article: “A testimony about how God leads us away from the security we try to find in earthly things toward trust in Him alone. It’s a story of a hardworking evangelical who did not know how to trust in the deep love and the higher ways of God, until he passed through many fires. Perhaps it will open to you a more awesome view of God, and higher possibilities for your struggles.”
The freedom of surrender - the key to joy and peace in your walk with God by Gary Thomas (Issue 95, Sep/Oct 1996). This article explores the relief that is ours when we overcome our fear of letting go and allowing God to govern our lives. Here is help in identifying and getting beyond those barriers that keep us from full trust in God and from the peace and purpose that we can experience in Christ.
The Joy In Humility - God promises rich rewards to the humble; by Warren and Ruth Myers (Issue 105, May/June 1998)
Where's the joy? - It May Be Closer Than You Think - keys to finding the Source of True Delight; by Paul Thigpen (Issue 93, May/June 1996; see also the sidebar: Joy Stealers)
Good Grief: The good news is that “Christian grief not only tells the truth about death, it tells the truth about hope.” - By Roger Edwards, challenging us from 1 Thes.4:13 (NIV): “We do not want you... to grieve like the rest of men, who have no hope.” (Issue 134, March/April 2003)
Created for Delight - Worship is what we were born for, by Tricia Mccary Rhodes (Issue 132 November/December 2002); “To be created to worship is a high honor and a wondrous privilege,” says Tricia. “We often miss the beauty of it. I am intrigued and filled with joy that the Almighty wants me to know and delight in Him.”
A Life Of Praise - Learn to express the pure joy of knowing God; by Stacey S. Padrick (Issue 108, Mar/Apr 1995)
Learning the Language of Praise - How to savor a new aspect of God’s character every day; by Bob Hostetler (Issue 115, Jan/Feb 2000)
The Listening Side of Prayer - How to hear God's voice above the clamor and learn to listen to God in a world of incessant noise; by Stacey Padrick (Issue 95, Sep/Oct 1996). Comment of the issue's guest editor: [most suitable] for those who need to discover how to “be still” and draw near to God. If your prayer time has sunk into a monologue, in which you recite a list of needs and wants to God (or read Him the “riot act” for not responding as you’d like), Stacey’s directions can help open your spiritual ears.
Freedom: When Cows Learn to Fly; by Anne Meskey Elhajoui (Issue 114, Nov/Dec 1999).
How to Break out of a Spiritual Rut - 6 ways to put the color back into your life with God; by Gary L. Thomas (Issue 111, May/June 1999).

Wanneer bidden verkeerd is, door A. W. Tozer, uit: Keys to the Deeper Life (1957); op de site van Charisma.

Het maandblad De Oogst publiceerde in oktober 2004 (jaargang 67, editie 796) een themanummer over Aanbidding (.pdf document; 3.6 MB). Aanbevolen!

Werner Knol, ‘Ware aanbidding: een leven van rechtvaardigheid’, kwartaalblad CAMAgazine van de CAMA Gemeenten Nederland, Nr.25, Jaargang 7, december 2005, p.6-7 (zal t.z.t. verschijnen op de CAMA website).

Téo van der Weele, ‘Twijfelen aan jezelf’, Opwekking Magazine, Nr 339, november 1991, p.17.

toegevoegd:
7 april 2015

Dick van Keulen, ‘Jezus de Bruidegom’, Groei Magazine, september 2005.
Timon Ramaker, ‘Frisse lucht – Verwondering is het begin van een nieuw perspectief op het leven’, Groei Magazine, maart 2003.

(Zie ook de weblinks pagina)


Bedankt voor uw belangstelling!

Meer informatie of suggesties

Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.


home  of  terug naar de artikelen index

©  André H. Roosma AHR-roosje, Accede!, Zoetermeer/Soest, 2003-04-04 / 2020-11-18; alle rechten voorbehouden.