Accede!
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God

(On)Verbondenheid en misbruik of verwaarlozing door ouders en andere verzorgers

André H. Roosma
updated: 2009-11-19

Een versie van dit artikel is ook verschenen in:
Promise (een uitgave van de gelijknamige stichting), Jrg.22, nr.4, okt.2006, pp.2-11.

Elk mens heeft verbondenheid nodig. We zijn gemaakt voor verbondenheid. God zoekt verbondenheid met ons. Verbondenheid is een Bijbels gegeven. Dat waren onderwerpen die al in eerdere artikelen aan de orde kwamen.
Hier wil ik ingaan op de immense tragedie die ontstaat als de mensen die bij uitstek ons verbondenheid hadden moeten bieden - zoals onze ouders, maar ook andere verzorgers - juist ons misbruikten of verwaarloosden.

Ouders en andere verzorgers: eerste verbondenheidsfiguren

De ouders vervullen een essentiële rol in het gaan ervaren van basis-zekerheid en -veiligheid door het jonge kind. Dit gaf ik al aan in het artikel over Gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling en het blijkt ook veelvuldig uit de literatuur1. Onze ouders zijn degenen aan wie we ons in onze eerste, kwetsbare maanden en jaren kunnen hechten en bij wie we mogen ervaren dat we er mogen zijn. Hun zorg verzekert ons ervan dat er mensen zijn en dat er een God is Die voor ons zorgen/zorgt waar onze eigen mogelijkheden (even) ophouden (en we leren zo dat het reëel en niet levensbedreigend is dát onze mogelijkheden begrensd zijn!). Zij zijn het ook van wie we de vaardigheden kunnen leren die we nodig hebben om onze verbondenheid met God en anderen goed te kunnen beleven. Zoals Bowlby en anderen mijns inziens terecht hebben gepostuleerd, is het een aangeboren (ingeschapen, zeg ik dan) eigenschap om daarom deze verbondenheid te zoeken. Als baby en als kind zoeken we verbondenheid met onze ouders en andere verzorgers (Bowlby sprak in dit verband wel van 'hechtingsmechanisme' en 'hechtingsgedrag').

Wat gebeurt er bij misbruik of verwaarlozing door de ouders of verzorgers?

Jammer genoeg zijn er soms (helaas veel te vaak!) ouders en andere belangrijke verzorgers die kinderen gebruiken voor de bevrediging van hun eigen genoegens, of kinderen op enigerlei wijze de dupe laten worden van hun eigen frustraties, onopgeloste persoonlijke of relationele problemen, onzekerheden, of wat dan ook. Dat kan vele vormen hebben: het kan zijn in de vorm van seksueel misbruik, emotioneel of fysiek misbruik, emotionele of fysieke verwaarlozing, of allerlei combinaties van deze en andere vormen.

Er zij opgemerkt, dat dit vooral voorkomt in gezinnen waar verbondenheid al niet goed functioneert. Ten eerste is er in zulke gezinsstructuren al meer sprake van psychopathologie (geestelijk niet gezond kunnen functioneren) en de onverbondenheid geeft soms extra 'voer' aan de driften van de volwassenen. Daarbij komt dat de onverbondenheid binnen zulke gezinnen, en de onverbondenheid van zulke gezinnen jegens de buitenwereld (sociale afzondering) ertoe leidt dat de kinderen gemakkelijker slachtoffers zijn (de kans dat ze het misbruik rapporteren aan anderen is bij onverbondenheid kleiner én ze hebben meer relationele 'honger' naar aandacht e.d. waardoor ze gemakkelijker te verleiden zijn en minder snel onraad ruiken).
Een concreet voorbeeld om dit wat duidelijker te maken: Ik denk hier bijvoorbeeld aan de man en de vrouw die in hun eigen jeugd onvoldoende verbondenheid hebben ervaren en van daaruit ook samen geen goede verbondenheid kunnen beleven. De vrouw voelt zich emotioneel te kort gedaan door de man, doordat hij te weinig laat zien van wat er in hem om gaat en/of te weinig belangstelling toont voor wat er in haar omgaat. Op basis daarvan is ze verminderd in staat zich seksueel voor hem te openen. Hij voelt zich op zijn beurt hierdoor afgewezen en gefrustreerd. De spanningen (van onverbondenheid tussen hen) lopen steeds hoger op. Er zijn ook geen goede vrienden die hier iets van merken, of met wie dit echtpaar zich vrij voelt om hun problemen te delen (externe onverbondenheid). Op een dag ziet de man zijn opgroeiende tienerdochter op een andere manier. Hij maakt een seksueel getint grapje naar aanleiding van een kledingstuk dat ze aanheeft. Ze reageert door op de extra aandacht in te gaan. Er worden langzaamaan grenzen verlegd, tot hij op een avond, na weer een ruzie met zijn vrouw, zich aan de dochter seksueel vergrijpt. Bij analyse achteraf blijkt dat deze dochter de dochter is die het minst verbonden was, en het meest hongerde naar een greintje aandacht van haar vader. Daarom heeft ze relatief niet veel verzet geboden maar het misbruik over zich laten komen en niet tegenover enig ander durven noemen. En door haar gevoel van onverbondenheid en haar machteloosheid heeft ze ook zeer sterk zichzelf en haar kleding voor het misbruik verantwoordelijk gehouden (daartoe door de vader in kwestie aangezet).

Als een geestelijk gezonde volwassene een dergelijke mishandeling ondervindt, heeft hij of zij in veel gevallen wel de mogelijkheid om hierop adequaat te reageren - bijvoorbeeld (a) verbaal - door te zeggen dat hij/zij hier niet van gediend is, of (b) de ander te negeren en het contact verder te mijden, of indien nodig (c) een derde partij (bijv. de politie) in te schakelen om de mishandeling te stoppen.

Voor een kind ligt dit echter heel anders. Het kind is ingesteld op het ontvangen van veiligheid vanuit de ouder of verzorger. Het heeft nog niet de verbale of fysieke vaardigheden om zich tegen het misbruik teweer te stellen. Het heeft dikwijls ook nog niet de mogelijkheid om hulp van buitenaf in te schakelen. En door de afhankelijkheid ten opzichte van de ouders e.d. is er ook niet de mogelijkheid om hen te mijden of uit de weg te gaan.
Daardoor komt het kind innerlijk in een onmogelijke spagaat tussen enerzijds loyaliteit aan de ouders om de nodige veiligheid te behouden en anderzijds weerstand tegen de ouders om zich tenminste inwendig tegen het misbruik te weer te stellen. Dit is de reden dat een slechte verbondenheid in het gezin in combinatie met misbruik (wat dus in gezinnen met gebroken verbondenheid meer ontstaansmogelijkheden en ontstaansgronden heeft) zulke verregaande gevolgen kan hebben voor de persoonlijkheidsontwikkeling van het jonge kind.
Verscheidene psychologen van naam zijn het er inmiddels over eens dat hier ook oorzaak van dissociatieve identiteitsstoornissen - inclusief DIS (vroeger: MPS) - gezocht moet worden. Colin A. Ross, één van de meest bekende experts op het gebied van dissociatie zegt hierover in het artikel 'Self-Blame & Addiction' (p.15,18; Zelfbeschuldiging en Verslaving; zie web-literatuur, onderaan):

In order to protect the attachment systems, it must be true ... that mom and dad are safe enough to attach to - for this to be true, the world must be split and the bad realities must be put aside. The result is a profoundly divided sense of self, and disorganized, ambivalent attachment patterns that fit the disorganized behavior of the parents in a lock-and-key match. These split and ambivalent attachments to self, current significant others and treatment professionals become a main focus of therapy.
vrij vertaald:
Om de hechtings- of verbondenheidssystemen te beschermen, moet het wel zo zijn ... dat mamma en pappa veilig genoeg zijn om je mee te verbinden - om dit zo te laten zijn, moet de wereld in tweeën gedeeld worden en de slechte werkelijkheden moeten terzijde worden gelegd. Het resultaat is een diep gespleten idee over zichzelf en chaotische/ gedesoriënteerde, ambivalente hechtingspatronen, die passen op het chaotische gedrag van de ouders zoals een sleutel in een slot past. Deze gespleten en ambivalente hechting ten opzichte van zichzelf, tegenwoordige veelbetekenende anderen en professionele behandelaars worden een belangrijke focus van de therapie.

Al het bovenstaande geldt niet alleen in gevallen van ernstig misbruik, zoals bijvoorbeeld in geval van incest of ernstige fysieke mishandeling, maar bijvoorbeeld ook bij emotionele verwaarlozing. Om weer uit het eerder aangehaalde artikel van Ross te citeren (p.15; nadruk toegevoegd):

I have learned over the years that the deepest trauma is not the bad things that did happen, but the good things that didn't happen. It is the errors of omission by the parents, not the errors of commission that hurt most deeply.
vrij vertaald:
Ik heb door de jaren heen geleerd dat het diepste trauma niet de slechte dingen zijn die gebeurden, maar de goede dingen die niet gebeurden. Het zijn de fouten van wat de ouders niet gedaan, of wat ze nagelaten hebben; niet de fouten die ze begaan hebben - die het meeste pijn doen.

Soortgelijke uitspraken ben ik onder meer tegengekomen bij Jim Wilder, o.a. in zijn boek Met vreugde man zijn. Hij besteedt daar ook aandacht aan de situaties waar er wel veel aandacht is van een ouder voor een kind, maar deze aandacht ten diepste niet gericht is op het kind maar voortkomt uit een hechtingsprobleem van de ouder. Deze quasi-aandacht is soms nog schadelijker dan helemaal geen aandacht, doordat een kind dat duidelijk geen aandacht krijgt hiervoor elders meer begrip vindt dan het kind dat verkeerde aandacht krijgt.
De gevolgen van verwaarlozing of dit soort quasi-aandacht zijn dikwijls ernstiger dan die van misbruik.

Weer een concreet voorbeeld: Een vrouw is als tiener seksueel misbruikt door haar vader. Daar ervaart ze nog veel pijn over. Maar als ze aan die periode terugdenkt, is het pijnlijkste de eenzaamheid die ze voelde vanwege het feit dat haar vader haar nooit zuivere aandacht gaf, en ook haar moeder geen aandacht voor haar had en niet wilde luisteren naar het verhaal over het misbruik door haar vader. In feite ervaart ze deze eenzaamheid - dat er niemand was voor háár - als nog pijnlijker dan het trauma van het seksuele misbruik op zichzelf.

De gevolgen: een ontwricht leven

De gevolgen van een dergelijke jeugd zijn vaak verstrekkend. Zoals aangegeven in het Bowlbiaanse schema in het artikel over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling, keert een kind dat consequent ervaart dat de ouders er niet voor hem of haar zijn, zich emotioneel naar binnen. Het raakt innerlijk teleurgesteld en gaat verder contact vermijden. Er ontstaat vaak een scheiding tussen hoofd en hart, tussen gedachten enerzijds en lichaam en gevoelens anderzijds. Empathie, liefde, en dergelijke worden daarmee een soort theoretische constructen, zonder gevoel. Lichamelijke signalen - bijvoorbeeld van vermoeidheid - worden systematisch genegeerd, wat voor deze mensen vaak grotere gezondheidsrisico's met zich brengt. Ook andere gevoelens en emoties worden op een bewust niveau vaak niet of niet goed (h)erkend, noch bij zichzelf, noch bij anderen. Worden sterke gevoelens toch opgemerkt, dan weet men er niet mee om te gaan. Wat anderzijds wel gebeurt, is dat op een onbewust niveau een extra gevoeligheid (een extra 'antenne') wordt ontwikkeld om de gevoelstoestanden van anderen waar te nemen (om alert te zijn - of moeder er emotioneel nu wellicht wél een beetje is of niet; of dat vader nu gaat slaan of dat het rustig zal blijven). Vanuit die extra gevoeligheid en de dreiging die uitging van lichte signalen van 'gebrokenheid' worden alle vormen van gebrokenheid soms erg moeilijk aanvaardbaar. Je ziet dit in vormen van perfectionisme en een intolerantie voor fouten van zichzelf en anderen. Het denken over anderen en over situaties krijgt een zwart-wit karakter: hij of zij, of een situatie is óf helemaal goed, óf helemaal slecht. Soms is er echter ook een over-nuancering en een intolerantie voor elk te simplistische zwart-wit denken. Het ligt er maar aan wat geassocieerd wordt met de vreselijke dreiging.

Het is bijna onvoorstelbaar in wat voor hel deze mensen terechtkomen. Met minder vaardigheden dan de meer gezonde populatie, moeten ze continu alerter zijn en ook nog eens een perfecter leven leiden (of eigenlijk: lijden).

De onmogelijkheid hiervan is evident. Het betekent, dat hoe langer hoe meer 'onvolkomenheden' moeten worden ontkend. Medicijnen en aangepaste eetgewoonten - soms te veel of soms te weinig, dan wel gebruik van enigerlei verdoving - moeten vaak helpen het idee van 'en toch ben ik goed bezig' hoog te houden. Seks komt ook in dienst te staan van het in bedwang houden van de situatie, het vermijden van confrontatie met het faillissement van deze levensstijl die gebaseerd is op de onmacht om als kind het misbruik door de ouders tegen te houden. Dat kan door een uitbundig gebruik van seks als verdovend middel, of juist door een totale afkeer van seksualiteit (vaak gecombineerd met lichamelijke frigiditeit). Het misbruikte en te zwaar belaste lichaam 'helpt' soms om de pijn in de ziel te kunnen blijven ontkennen (somatisatie). Anderen zoeken een soort verdoving in fantasieën. In de fantasie wordt een wereld geschapen die wél 'ideaal' en 'eerlijk' is (soms wordt dit ook doorgetrokken in een modelwereld op schaal; denk aan de idyllische poppenhuizen, of prachtige landschappen met daarin stipt op tijd (!) rondrijdende modeltreinen - alles even schoon, harmonieus en volmaakt). Weer anderen zijn in staat een soort clown-rol te spelen: intens verdrietig van binnen, maar voor de buitenwereld altijd even grappig, altijd gevat, altijd vrolijk en opgewekt. Ook zijn er mensen die alle onvolkomenheden van zichzelf of hun direkte omgeving naar buiten toe projecteren: die ánderen zijn zo idioot! Boosheid - nooit boos zijn, en dan ineens uitbarsten in een boosheid die alles kan vernietigen - is ook zo'n teken van onopgelost kinderleed. Een ander vindt dat allemaal maar niks, hij weet zich te handhaven door zich totaal van anderen af te zonderen in z'n studeerkamer, of door een 80-uur-in-de-week job aan te nemen op zijn werk waarin hij zich tóch competent en machtig kan voelen.
Misschien vindt u bepaalde gedragingen die u zo tegenkomt maar 'raar'. Denk dan maar: al deze mensen overleven het tenminste nog (vraag niet hoe). Hoevelen is dat niet meer gelukt, ondanks al hun inspanningen...
En doen we hier niet allemaal wel eens in enigerlei mate aan mee? Ik heb in het begin wel eens raar aangekeken tegen mensen die zichzelf mishandelden - bijvoorbeeld sigaretten-peuken op hun armen uitdrukten, zodat hun armen onder de littekens zaten, of andere vormen van zelfbeschadiging. Tot God me op een dag bepaalde bij mijn rijstijl: als ik depressief was, ging ik ruwer en onverschilliger rijden, nam grotere risico's, en dergelijke. Dat maakte me een stuk begripsvoller naar anderen toe...
Omgaan met een ondraaglijk verleden is zó moeilijk! De bovenstaande (en nog vele andere) 'technieken' dienen het doel om de oude machteloosheid en pijn niet te hoeven voelen en niet onder ogen te hoeven zien wat te vreselijk was voor woorden. Zó wordt waar, waar Hebr.2:15 over schrijft:

“allen ... die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.”

Angst voor de dood? Ja, voor een kind is niet verzorgd te worden een levensbedreigende situatie. Daarbij staat de dood hier in extremo voor de conditie van gebrokenheid en zonde - de existentiële dood in de zin van leven zonder ooit tot je bestemming te komen (over onze bestemming, zie een van mijn andere artikelen). Angst voor een ondergang in totale verlating en misbruik waar we niet tegen opgewassen zijn is een doodsangst, die ons levenslang kan blijven achtervolgen.

'Herhalingsdrang' en machtsidee

Wat vroeg of laat ook op gaat vallen als je omgaat met mensen die in hun jeugd mishandeld of verwaarloosd zijn, is hoe ze steeds weer in soortgelijke nare omstandigheden verzeild raken: De dochter die door haar dronken vader geslagen en mishandeld werd, trouwt met een aardige man die zich binnen een jaar ontpopt tot een dronkaard die haar slaat en mishandelt. De incest-overlevende die in de jeugdgroep van de kerk opnieuw seksueel misbruikt wordt door een leidinggevende. De werknemer die als kind al niets in te brengen had en nu op z'n werk ook door het management genegeerd wordt. En zo zijn er nog vele voorbeelden te geven.
Je gaat je dan afvragen: hoe komt dat toch? Zoals meestal is hier niet één simpel antwoord op te geven. Het is een buitengewoon complexe materie, waar vele factoren een rol spelen. Eén van die factoren is de drang van de overlevende om in een soortgelijke situatie te bewijzen dat zij/hij toch wél macht heeft om de zaken ten goede te keren.
Voor het kind was het belangrijk om het idee hoog te houden: “als ik me maar beter gedraag, dán slaat pappa me niet meer, dán zal mamma wel lief voor me zijn”, e.d. Door de ondraaglijkheid van de constatering dat pappa en/of mamma gewoon niet veilig zijn, zoekt het kind de schuld bij zichzelf. Zó kan het een idee van een veilig 'thuis' tóch hooghouden. Dit idee van schuld bij zichzelf leggen leidt echter tot een verkeerd idee over macht en onmacht. Er ontstaat een fantasie waarin het kind niet onmachtig is, maar zelf volledig in de hand heeft dat pappa onbeheerst slaat, mamma er emotioneel niet is, etc. Deze fantasie ontmoet veel weerstand in de praktijk: situaties waarin de onmacht zich aan het kind, en later aan de volwassene, opdringt. Dit zorgt voor een weerbarstige neiging om de vermeende 'waarheid' van de fantasie tóch te bewijzen. Juist situaties waarin een kiem van onveiligheid zit, worden daardoor intuïtief aantrekkelijk. In gevallen waarin intuïtie een belangrijke rol speelt, zoals de keuze van een levenspartner, of de keuze voor een jeugdgroep of een kerk, zie je dan dat men een keuze maakt die tot herhaling leidt. En de herhaling leidt niet -nooit- tot een realisatie van de almachtsfantasie; het lukt nooit om alle macht over een ander te hebben zodat die ander precies doet wat je wilt. De ander blijft altijd een individu die ook eigen keuzen maakt.

Een ander aspect dat een rol speelt in deze herhalingen, is het zoeken naar verbondenheid, in combinatie met het feit dat men het zicht is kwijtgeraakt op wat échte verbondenheid inhoudt. Het gevoel van verbondenheid is verminkt geraakt doordat het als het ware vermengd is geraakt met misbruik. Werkelijke, gezonde verbondenheid wordt daardoor als onnatuurlijk ervaren, en een misbruikende vorm van relatie of intimiteit juist als natuurlijk en goed. Dit is het verhaal van velen, al heeft het even zovele verschillende vormen. Het is bijvoorbeeld het verhaal van die man die in het geheim naar een SM-huis ging, om door een vrouw op z'n blote billen geslagen te worden zoals hij vroeger door z'n moeder geslagen werd. Alleen zó kon hij zich 'geborgen' voelen. Het is ook het verhaal van de vrouw van hierboven, die mishandeld werd door haar dronken vader, en later door een dronken echtgenoot. Of die vrouw, die in haar jeugd van haar vader maar één manier had geleerd waarop liefde en intimiteit uitgedrukt kon worden, en dat dus met vele mannen deed, omdat het anderzijds toch ook weer niet haar lege hart bevredigde.

Dit is een bijzonder trieste gang van zaken. Is er hoop? Kunnen we als pastoraal werkers hier iets aan doen?

Wat hebben we als christelijke counselors deze mensen te bieden?

Eerder citeerde ik een artikel van de bekende psychiater Colin A. Ross. Hij zegt in dat artikel iets wat veel van z'n collega's ook zeggen, namelijk dat de weg uit de ellende is: de vreselijke, traumatische gevoelens onder ogen zien en rouwen om de ouders die je niet gehad hebt. Ross geeft aan dat dit gevoelig moet gebeuren, stapje voor stapje, omdat het anders té overweldigend is voor de persoon in kwestie. Desalniettemin is het een buitengewoon moeilijk en pijnlijk proces. Menselijkerwijs vaak niet te doen, of zeer moeilijk.

Eén ding maakt echter dat ik tóch hoop heb: dat is de aanwezigheid van Jezus Christus. Hierboven citeerde ik al uit Hebreeën 2. Hier een iets vollediger citaat:

“Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen [dat zijn: volmaakte, hemelse wezens] ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham [dus over mensen]. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.”
Hebr.2:14-18

De aanwezigheid van Iemand Die boven ons staat, en toch naar ons niveau is gekomen, het meest afgrijselijke lijden niet geschuwd heeft, en door Zijn onoverwinnelijke levenskracht ook voor ons een weg bereid heeft - dat maakt zo'n groot verschil!
Een beroemde psychiater komt niet verder dan de toepassing van een aantal technieken die zich richten op herstel van de verbinding tussen hoofd en hart, tussen verstand en gevoelens. Ook kan hij een confident onderwijzen over emoties en gevoelens en hoe daarmee om te gaan. Hij kan meelevend zijn en de timing goed in de gaten hebben waar het gaat om blootstelling aan weer het volgende stukje pijnlijk verleden. Maar kan hij er altijd zijn, zoals onze Heer, Jezus Christus, er altijd voor ons is? Is hij zelf de weg voor ons gegaan - dóór dat diepe dal - zoals Jezus die gegaan is?

Is daarmee alles gezegd? Nee!
Natuurlijk kan een deskundige begeleiding baat hebben. Het kan belangrijk zijn om te weten wanneer je een confident aan moet moedigen om meer naar de pijn te gaan of juist niet, en wanneer je bovengekomen boosheid de ruimte moet geven of niet, et cetera.
Bovendien - en misschien voor een menselijke hulpverlener wel het allerbelangrijkste - is God een God die ons mensen inzet, met ons samenwerkt in Zijn herstelplan. Dat vereist dat we ons afstemmen op God en op Zijn timing en wat Hij nu van plan is. Want, ja, Zijn plan voor ieder mens is een uniek en heerlijk plan en Zijn gedachten over ons zijn de moeite van het beluisteren meer dan waard:

“Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord van de HEER, gedachten van vrede [het Hebreeuwse woord, Shalom, omvat een totale staat van gelukkig zijn en tot je doel komen] en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.”

Jeremia 29:11 (nadruk toegevoegd)

Of, zoals 1 Joh.4:18 het zegt: onze angst (voor de straf en voor verlatenheid en de dood; zie ook Ps.31:22) verdwijnt als we ons Gods onvoorwaardelijke liefde meer bewust worden in ons hart. Daarom zeg ik: de diepe vrede is gelegen in de verbondenheid met God door Christus Jezus.

En ook in Zef.3:8-20 vinden we een schitterend inkijkje in hoe God denkt over mensen die veel moeilijkheden hebben doorstaan, en toch Hem zoeken. Kernvers daarin is vers 17 (in de vertaling van Het Boek; de Godsnaam JHWH vertaald met 'de AANWEZIGE'; nadruk toegevoegd):

De AANWEZIGE, uw God, is bij u.
Hij is een held, Die u verlost.
Hij zal opgetogen van blijdschap over u zijn.
Hij zal u liefhebben en u niet beschuldigen.
Hij zal over u juichen met een lied van vreugde.”

In het vervolg op dit vers geeft God aan dat ook zij welkom zijn die versmaad waren en er al eigenlijk niet meer op rekenden dat ze bij God wél welkom zouden zijn. En dat Hij zal afrekenen met de vijanden van de zwakken en hen die hulp nodig hebben.
Het lijkt er voor mij op dat dit gedeelte bijna geschreven is voor degenen die in hun jeugd misbruikt en/of verwaarloosd zijn. Het geeft in elk geval aan hoe teder en beschermend God Zich tegenover zulke mensen opstelt.

For not only young children, it is now clear, but human beings of all ages are found to be at their happiest and to be able to deploy their talents to best advantage when they are confident that, standing behind them, there are one or more trusted persons who will come to their aid should difficulties arise.
John Bowlby
(1973, p.359 / 1998, p.407)
mijn vertaling:
Want niet alleen kleine kinderen, zo is nu duidelijk, maar mensen van alle leeftijden blijken het meest gelukkig te zijn en het beste in staat om hun talenten goed in te zetten, als ze er zeker van zijn dat er één of meer personen achter hen staan die ze kunnen vertrouwen en die hen zal of zullen helpen als er zich moeilijkheden voordoen.”

De kern van veel trauma's is onverbondenheid2. Wat is dan de kern van het antwoord: Ja, verbondenheid! Zoals ik aangeef in het artikel over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling, hebben we als mensen voorbeelden of tastbare 'plaatjes' nodig van wat leven in verbondenheid inhoudt. Als iemand tegen mij enthousiast praat over schilderijen van Rembrandt van Rijn, kan ik denken: hij of zij vindt die schilderijen mooi. Maar daar zal ik het wellicht bij laten. Als iemand me een foto laat zien van een prachtig schilderij van Rembrandt, kan het zijn dat het me zo 'pakt' dat ik musea ga bezoeken om zijn schilderijen in het echt te zien. Het is maar een krakkemikkige vergelijking. Maar hoe zal iemand diepe verbondenheid met God gaan zoeken of er een beeld van krijgen wat het is, als hij of zij er in de levens van nabije personen geen 'plaatje' van te zien krijgt? Om het in een parallel met Rom.10:14 te zeggen: Hoe zullen zij een intieme verbondenheidsrelatie op kunnen bouwen met God die ze niet zien, als ze geen 'afbeelding' van Hem zien in degenen die zeggen namens Hem hen te willen helpen, en als ze in de relatie met die helper niet kunnen oefenen en ervaren wat een gezonde verbondenheid in kan houden? (Een te 'professioneel-afstandelijke' houding zal hier dus niet baten; hoe zou iemand daardoor zicht krijgen op wat veilige verbondenheid überhaupt inhoudt?)

Ons als hulpverleners afstemmen op Gods gedachten betekent dus dat we God uitnodigen in ons en in onze emoties en gedachten over onze confidenten, en dat we God door ons heen laten werken in onze omgang met hen. Door onze feilbare en beperkte menselijke buitenkant heen kunnen onze confidenten dan iets van Gods liefde, empathie en respect gaan proeven en een beeld krijgen van Zijn liefdevolle gedachten over hen.

Weer even een voorbeeld ter illustratie: Ik heb emotioneel zwaar verwonde babies in het lichaam van volwassen kerels en vrouwen zien uithuilen op de arm van een oudere hulpverleenster die haar arm aan God beschikbaar had gesteld als kanaal van Zijn vrede - tot er na een periode van heftig verdriet eindelijk die rust kwam waar David in Psalm 131 zo treffend over spreekt maar die deze mannen en vrouwen eerder nooit echt ervaren hadden (in het artikel over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling ga ik uitgebreider in op wat David zegt in deze Psalm).
Het is overigens goed om dit soort hulpverlening minstens met z'n tweeën te doen, zodat er veiligheid is, én zodat één hulpverlener verregaand 'mee kan gaan' in de regressie van de confident, terwijl de ander meer in het hier en nu beschikbaar blijft en de grote lijn van het proces kan begeleiden, waar nodig de tijd en dosering kan beperken, e.d.
In gevallen waarin, vaak na het verdriet, de boosheid opkomt, kan één hulpverlener in een soort rollenspel de dader vertegenwoordigen op wie de boosheid gericht kan worden, terwijl de andere hulpverlener voor de persoon beschikbaar blijft als veilige hechtingspersoon en aanmoediger.
Zó kan in de therapeutische situatie alsnog ervaren en geleerd worden wat in de kindertijd niet ervaren en geleerd kon worden. Dit maakt het 'verbondenheidspastoraat' zo bijzonder effectief3.

Vanuit deze nieuwe ervaringen in de therapeutische relatie kunnen zij dan een beeld krijgen van de verbondenheid die God met hen zoekt, zodat ze kunnen groeien in hun verwachting en hun voorstellingsvermogen ten aanzien van wat God met hen voor heeft. Van God, door de hulpverlener(s) heen, die veiligheid en dat respect te beleven zal voor hen een eerste stap kunnen zijn op de weg naar een beleving van meer en diepere verbondenheid met God.
Deze groeiende veiligheid en verbondenheid met God zal hen ook een zekere basis geven om te rouwen over de pijn en het verdriet van wat hen is overkomen, en het te kunnen verwerken en te boven komen. Bovendien zal hun groeiende (ge)open(d)heid naar God toe, Hem in staat stellen 'erbij te kunnen' om hun soms zo diepe wonden te herstellen. De oude situatie van onmacht kan zodoende ook gemakkelijker onder ogen worden gezien.

De veilige verbondenheid met God en ons als hulpverleners is ook een eerste stap naar meer verbondenheid met andere, daartoe uitgekozen mensen. Zo kan langzaamaan een gezond leven opgebouwd worden waar de onverbondenheid uit de jeugd geen overmatige claim meer legt op relaties die daar niet voor bedoeld zijn. Die nieuwe relaties kunnen dan in wederzijdse afhankelijkheid en verbondenheid worden opgebouwd en het doel dienen waarvoor zij gemaakt zijn (zie ook het citaat van Bowlby in het kader een stukje hierboven).

Oude, giftige, schijn-verbondenheid of verkeerde banden met de mensen die hen misbruikten of verwaarloosden kunnen in de therapeutische situatie verbroken worden met een beroep op Jezus' autoriteit.
Een groeiende eigen betrokkenheid in Gods werk kan helpen om de ondergane verlating, vernedering en pijn te herkaderen.

Ik moet bij dat laatste denken aan wat Jozef tegen zijn broers zei, nadat ze hem eerder als slaaf naar een ander land verkocht hadden, en hij - ondertussen zelf onderkoning van dat land - hen na vele jaren weer terugzag en eerst nog flink getest had op hun integriteit: “Jullie hebben dat toen wel ten kwade gedacht, maar God heeft het als het ware 'omgekeerd' en er iets goeds uit naar voren laten komen”. Daar was wel heel wat tijd (minstens een jaar of 10) overheen gegaan - een tijd waarin Jozef van slaaf en onterecht veroordeelde gevangene door een openbaring van God tot onderkoning en redder van een heel volk was geworden.

De groeiende veiligheid en geborgenheid bij God, en de groeiende verbondenheid met anderen bieden onze confidenten ook een basis om vaardigheden te leren die voor deze groei verder noodzakelijk zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de vaardigheid om jezelf te kunnen zijn in contact met anderen, reflectieve en communicatieve vaardigheden, invoelingsvermogen, e.d. Deze vaardigheden zullen hen vroeger of later in staat stellen om weer meer 'zelfstandig' en 'bewust' met God en hun nieuwe vrienden door het leven te gaan. We mogen ons er dus ook op instellen, dat - net als de ouderlijke opvoedingstaak - onze taak in tijd en aandacht begrensd zal zijn.
Hierbij zij wel opgemerkt, dat dit niet inhoudt dat onze toewending naar deze confidenten daarom gering kan zijn. Juist voor herstel van wonden in de verbondenheid en de daaraan gekoppelde emoties en vaardigheden is een ervaren van emotionele verbondenheid via een ander mens - via ons als hulpverleners, in dit geval - vaak essentieel. Juist het oefenen met bijvoorbeeld het uiten van eigen gevoelens, of het oefenen met liefdevolle assertiviteit vereist de veiligheid van het mogen falen. In de therapeutische situatie kunnen we deze veiligheid bieden.


Samenvattend:

Onverbondenheid - door emotionele dan wel fysieke verwaarlozing, verlating, en misbruik - kan leiden tot een afschuwelijke tragedie in het leven van een opgroeiend kind. De gevolgen hiervan zijn vérstrekkend: o.a. verwrongen ideeën over macht en onmacht, grotere kwetsbaarheid voor verdergaande traumatisatie en beschadiging van het vermogen om goede verbondenheid met God en anderen te beleven. Op deze manier worden mensen ervan afgehouden om hun God-gegeven doel in het leven te bereiken. Het is ook iets wat van generatie op generatie wordt doorgegeven.

De manier bij uitstek om deze mensen te helpen, is ons als hulpverleners in de eerste plaats te verenigen met God in Zijn emoties en gedachten ten opzichte van hen. Dat kan door de komst van Jezus in ons en in de situatie van de confident. Hij is bij uitstek de Bron van de verbondenheid waardoor wij allen - hulpverleners én hulpzoekenden - die diepe innerlijke vrede ervaren, kunnen herstellen en tot ons doel komen. In dat proces in het leven van degenen die God aan onze zorg heeft toevertrouwd, kunnen we als hulpverleners een belangrijke rol spelen door ons met ons hele lichaam en onze hele ziel aan God beschikbaar te stellen (vgl. Rom.12:1). Door het tastbare voorbeeld in de zich ontwikkelende relatie met ons, en met God-in-ons kan de verwonde persoon langzamerhand zijn of haar eigen relatie en verbondenheid met God opbouwen. En van daaruit kan ook een gezonde, volwassen verbondenheid met anderen worden opgebouwd.


Voetnoten:

1 In haar boek: Trauma en herstel – de gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld (p.75), schrijft Judith Lewis Herman, onder verwijzing naar Erik Erikson en naar Jean Baker Miller van het Stone Center van Wellesley:
Het gevoel veilig te zijn in de wereld, het basisvertrouwen, wordt verworven tijdens de vroegste jeugd in de relatie met de eerste verzorger. Dit gevoel van vertrouwen, dat voortkomt uit het leven zelf, ondersteunt de mens tijdens de hele levenscyclus. Het vormt de basis van alle relatie- en geloofssystemen. De oorspronkelijke ervaring verzorgd te worden maakt het mensen mogelijk zich een wereld voor te stellen waarin ze thuishoren, een wereld waarin het menselijk leven kan gedijen. Het basisvertrouwen ligt ten grondslag aan het geloof in de continuïteit van het leven, de natuurlijke orde en de transcendente, goddelijke orde.
Zie ook:
E. James Wilder, Met vreugde man zijn – groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; ISBN 978-90-79011-01-8 (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men – Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd's House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0-9674357-5-7).
2 Om weer Judith Lewis Herman (ibid, hoofdstuk 3, 'Verlies van verbondenheid', p.75) te citeren:
Traumatische gebeurtenissen tasten fundamentele menselijke relaties aan. Ze maken inbreuk op familie-, vriendschaps-, liefdes- en gemeenschapsbanden. Ze brengen ernstige schade toe aan de structuur van het zelf dat in relatie met anderen wordt gevormd en in stand gehouden. Ze ondermijnen de geloofssystemen die zin geven aan de menselijke ervaring. Ze schenden het vertrouwen van het slachtoffer in een natuurlijke of goddelijke orde en leiden tot een existentiële crisis.
En elders zegt ze (ibid, hoofdstuk 7, 'Een helende relatie', p.175):
De kernervaringen van een psychisch trauma zijn onmacht en isolement. Het herstel van de overlevende berust er derhalve op dat ze weer macht krijgt en zich weer verbonden voelt met anderen. Herstel is alleen mogelijk binnen de context van relaties; het kan niet in een isolement plaatsvinden.
Judith Lewis Herman gaat er hier echter impliciet van uit dat de overlevende ooit wel min of meer goed gehecht is geweest en basisveiligheid heeft gekend. Ze vervolgt daarom:
In haar hernieuwde verbondenheid met anderen maakt de overlevende zich opnieuw de psychische vermogens eigen die door de traumatische ervaring zijn beschadigd of vervormd. Deze vermogens liggen op het vlak van vertrouwen, autonomie, initiatief, competentie, identiteit en intimiteit. Zoals ze oorspronkelijk tot stand zijn gekomen [idealiter, sic! AHR - zie mijn artikel over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling], zo moeten ze ook weer worden opgebouwd: in relaties met andere mensen.
Als Judith Lewis Herman dit al beschrijft als een vrij moeizaam proces, hoeveel te meer is dit moeilijk als deze verbondenheid nooit ervaren is! Daarom zijn mensen die de vroege basisveiligheid hebben moeten ontberen zo kwetsbaar en onze aandacht en zorg zo dubbel en dwars waard!
3 Opgemerkt zij dat hierbij een goed inzicht in de rol van overdracht en tegenoverdracht onontbeerlijk is. Zie o.m. het hoofdstuk van Judith Lewis Herman's boek dat ook in noot 2 aangehaald werd, of het boek van Laurie Anne Pearlman & Karen W. Saakvitne: Trauma and the Therapist - Countertransference and Vicarious Traumatization in Psychotherapy with Incest Survivors.

terug naar de artikelen index

Literatuur en weblinks

Boeken:

Rita Bennett, Innerlijke genezing voor jezelf en anderen – praktische richtlijnen, Deel 3, Coconut, Almere, 2008; ISBN 978 90 72698 05 6 (vertaling, door Karin Spoelstra en Martin Tensen, van: Making peace with your inner child, Fleming H. Revell, Old Tappan NJ USA / Kingsway, Eastbourne GB, 1987).

John Bowlby, A Secure Base: Parent-child attachment and healthy human development, Basic Books (Perseus), New York USA, 1988 / Routledge (Taylor &Francis Books Ltd.), 1988; ISBN: 0 465 07597 5.

John Bowlby, Verbondenheid, Van Loghum Slaterus (NL), 1983; ISBN10 9060018222; ISBN13 9789060018224 (vertaling, door Netty van Lookeren Campagne-Taverne, van: The Making and Breaking of Affectional Bonds, Tavistock, London / Routledge, an imprint of Taylor & Francis Books Ltd., London, 1979; ISBN10 0415043263 / 0415354811; ISBN13 9780415354813).

John Bowlby, Attachment and loss 1: Attachment, Pimlico; ISBN: 0-7126-7471-3 - Paperback new edition of 2nd revised edition, 1997.

John Bowlby, Attachment and loss 2: Separation - anger and anxiety, Hogarth / Pimlico (Random House), 1973/1998; ISBN: 0-7126-6621-4.

John Bowlby, Attachment and loss 3: Loss - sadness and depression, Hogarth / Pimlico (Random House), 1998; ISBN: 0-7126-6626-5.

Andrew Comiskey, Kracht in zwakheid, Telos-reeks, Medema, Vaassen, 2004; ISBN 90-6353-435-4; (vertaling van: Strength in Weakness – Healing Sexual and Relational Brokenness, InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 2003; ISBN 0 8308 2368 9).

Andrew Comiskey, Persuing sexual wholeness, Charisma House / Creation House, Lake Mary, Florida, 1989. ISBN: 0884192598.

Judson Cornwall & Michael S.B. Reid, Wiens liefde is het eigenlijk?, Sharon, Waddinxveen NL, 199x; (vertaling van: Whose love is it anyway?, Sharon, Pilgrims Hatch Brentwood Essex GB, 1991).

Larry Crabb, Zoektocht naar God, Medema, Vaassen (NL), 1995; ISBN-10: 90 6353 230 X; ISBN-13: 978 90 6353 230 7; (vertaling door Leontien Elbers-Savert, van: Finding God, Zondervan, 1993).

Larry Crabb, Verbondenheid, Navigator Boeken / Medema, Driebergen / Vaassen, 1998; ISBN: 90 70656 93 0 / 90 6353 285 7; ISBN-13: 978 90 6353 285 7; (vertaling, door Rob van Stormbroek, van: Connecting – Healing for ourselves and our relationships; a radical vision, Word Publishing, Nashville Tennessee, USA, 1997; ISBN-10: 0 8499 1413 2).

C.G. Geluk en R. Schoonhoven, Helen door te delen – een aanzet tot psycho-pastorale hulpverlening, Boekencentrum, Zoetermeer, 1999; ISBN 90 239 0387 0.

Jane Hansen, Marie Powers, Bestemd voor intimiteit - Gods prachtige blauwdruk voor man en vrouw, Bread of Life, Vlissingen NL, 2000; ISBN 90 75226 27 6; (vertaling, door Maria J. Neeteson, van: Fashioned for Intimacy, Regal Books (Gospel Light publ.), Ventura California USA, 1997; ISBN: 0830723218).

 voorblad van: Hunkeren naar Gods volheid

Jack Hayford, Hunkeren naar Gods volheid, Gideon, Hoornaar NL, 1991; (vertaling door Hans Cornelder, van: A passion for fullness, Word, USA, 1990).

Judith Lewis Herman, Trauma en herstel – de gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1993; ISBN: 90 284 1653 6; (vertaling van: Trauma and Recovery: From Domestic Abuse to Political Terror, Basic Books, Reprint edition, 1992/1993, ISBN 0465087663; Rivers Oram Press/Pandora List edition, 1998, ISBN 0863584047; 2001 edition, ISBN 0863584306).

Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417 (vertaling van: Abba's Child – the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado (USA), 1994).

Tom Marshall, Betere Relaties – hoe nieuwe relaties groeien en beschadigde relaties hersteld kunnen worden, Shalom Books, Putten NL, 1992; ISBN 90 73895 07 3 (vertaling van: Right Relationships – a Biblical foundation for making and mending relationships, Sovereign World, Chichester, GB, 1989; ISBN 1 85240 034 X). Zie ook: het hoofdstuk over vertrouwen, uit dit boek op de site van Stichting Promise.

Josh McDowell (with Ed Stewart), The Disconnected Generation – Saving Our Youth from Self Destruction, Word (Thomas Nelson), Nashville, 2000; ISBN 0-8499-4077-X (zie een impressie van dit boek, bij de uitgever).

Alice Miller, Het drama van het begaafde kind – op zoek naar het ware zelf, Van Holkema en Warendorf - Unieboek, Houten (NL), 1981 / 2001 (24ste druk); ISBN 90 269 6669 5 (vertaling, door Tinke Davids, van: Das drama des begabten Kindes und die Suche nach dem wahren Selbst - eine Um- und Fortschreibung, 1979; ook beschikbaar in het Engels: The Drama of Being a Child: The Search for the True Self, ISBN 1860491014).

Henri J.M. Nouwen, In de naam van Jezus – Over pastoraat in de toekomst, Oase - Lannoo, Tielt (B), 1989; ISBN 90 209 1646 7 (vertaling door Margreet Stelling, van: In the Name of Jesus - reflections on Christian leadership, Crossroad, New York USA, 198x).

Henri J.M. Nouwen, Eindelijk thuis – gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’, Lannoo, Tielt (B), 2000; ISBN-10: 9020947745; ISBN-13: 9789020947748; (deze Nederlandse versie is bijgewerkt door: Evert van der Poll; Engelstalige uitgave: The return of the prodigal son, ...., 1988).

 Voorblad van: Gods Tegenwoordigheid geneest

Leanne Payne, Herstel van identiteit – door genezend gebed (de Engelse versie heeft als subtitel: De drie grote barrières op de weg naar persoonlijke en geestelijke vervolmaking in Christus), Navigator Boeken, (NL), 2000; ISBN: 9070656957 (vertaling door Martin Tensen van: Restoring the christian soul – through healing prayer (Overcoming the three great barriers to personal and spiritual completion in Christ), Crossway Books, Wheaton (IL, USA), 1991).

Leanne Payne, Gods Tegenwoordigheid geneest, Kok Voorhoeve, Kampen (NL) / Carmelitana, Gent (B), 1997; ISBN: 9029714395 (vertaling door Martin Tensen van: The Healing Presence, Crossway Books, Wheaton (IL, USA) / Baker Book House, Grand Rapids (MI, USA), 1989/1995).

Leanne Payne, Het gebroken beeld, de zoektocht naar seksuele identiteit, Navigator Boeken, Driebergen, 2000; ISBN 90-70656-99-x; (vertaling door Martin Tensen van: The broken image - Restoring sexual wholeness trough healing prayer, Kingsway Publications, 1981/95).

Leanne Payne, Crisis in mannelijkheid, (vertaling van: Crisis in masculinity, Crossway Books / Good News Publ., Westchester Illinois USA, 1985 / Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1988).

Laurie Anne Pearlman, Karen W. Saakvitne, Trauma and the Therapist - Countertransference and Vicarious Traumatization in Psychotherapy with Incest Survivors, W.W. Norton & Company, New York / London, 1995; ISBN: 0 393 70183 2.

 De jongen die opgroeide als hond

Bruce D. Perry & Maia Szalavitz, De jongen die opgroeide als hond – en andere verhalen uit het dagboek van een kinderpsychiater, Scriptum Psychologie, Schiedam (NL), 2007; ISBN-13: 9789055945290 (vertaling, door Marie-Christine Ruijs, van: The boy who was raised as a dog and other stories from a psychiatrist's notebook – What traumatized children can teach us about life, loss and healing, Basic Books - Perseus, New York (USA), 2007).

Vechten voor vreugde, van John Piper

John Piper, Vechten voor vreugde, Het Zoeklicht, Doorn (NL), 2006; ISBN 978 90 64510 91 5 (vertaling, door D. van der Schaaf, van: When I Don't Desire God, Crossway Books, Wheaton (IL, USA), 2004; ISBN 1 58134 652 2).

Colin A. Ross, Satanic Ritual Abuse – Principles of treatment, University of Toronto Press, Toronto (CAN) etc., 1995; ISBN 0 8020 7357 3.

Colin A. Ross, Dissociative Identity Disorder: Diagnosis, Clinical Features and Treatment of Multiple Personality, 2nd ed., John Wiley & Sons, New York, 1997; ISBN 0-471-13265-9 (see also the website of the Ross Institute).

J. Oswald Sanders, Facing loneliness – the starting point of a new journey, Highland Books, Crowborough East-Sussex England, 1988 / Discovery House, Grand Rapids MI USA, 1990.

John Ernest Sanders, The God Who risks – A theology of providence, InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 1998; ISBN 0 8308 1501 5.

Paul D. Stanley, J. Robert Clinton, Connecting – The mentoring relationships you need to succeed in life, Navpress, Colorado Springs, USA, 1992. ISBN 0 89109 638 8.

Anna A.A. Terruwe, Geef mij je hand – over bevestiging, sleutel van menselijk geluk, De Tijdstroom, Lochem NL, 1972; ISBN 90 6087 829 9.

Anna A.A. Terruwe, Geloven zonder angst en vrees, Romen, Roermond, 1971; ISBN 90 228 5203 2.

Anna A.A. Terruwe, De liefde bouwt een woning, J.J. Romen & Zonen, Roermond NL, 1971; ISBN 90 228 5201 6.

Henry G. Tietze, Signalen uit de moederschoot – de verborgen ontwikkeling van het ongeboren kind, J.H. Gottmer, Haarlem-Bloemendaal, 1985; ISBN 90 257 1886 8; (vertaling, door Henriëtte M. van Weerdt-Schellekens, van: Botschaften aus dem Mutterleib, Ariston Verlag, Genf, 1984).

Paul Tournier, De weg uit de eenzaamheid, Zomer en Keuning, Wageningen, ongedateerd; (vertaling, door R. Bakker, van: De la solitude à la communauté, Delachaux & Niestlé, Neuchâtel / Paris, 1943/1948. Ook beschikbaar in het Engels in een vertaling door John S. Gilmour: Escape from loneliness, W.L. Jenkins / SCM Press, 1962 / Highland Books, Crowborough East Sussex GB, 1983).

John Townsend, Tussen vlucht en verlangen – Over eenzaamheid, bindingsangst en de kracht van gezonde relaties, Coconut, Almere, 2005, ISBN-10: 9080758655; ISBN-13: 9789080758650 (vertaling van: Hiding from Love (We all long to be cared for, but we prevent it by –) – How to change the withdrawal patterns that isolate and imprison you, NavPress, USA, 1991 / Scripture Press, Amersham-on-the-Hill Bucks England, 1992; ISBN 1 872059 68 6 / 0310238285; ISBN-13: 9780310238287).

Ingrid Trobisch, De verborgen kracht – Geworteld zijn in de zekerheid van Gods liefde, Kok Voorhoeve, Kampen (NL), 1989; ISBN 90 297 0943 X (vertaling, door Aafje Beijer, van: The Hidden Strength – Rooted in the Security of God's Love, Here's Life, San Bernardino, 1988; ISBN: 089840200X; ISBN-13: 9780898402001).

Lori A. Varick, Designed for dependency – moving from emotional isolation to intimacy, Emerald Books, Lynnwood Washington USA, 1994.

Marijne Verbueken, Je mag er zijn... Zijn zoals jij bent, (met medewerking van Martijn van der Nat, vormgeving), Importantia, Dordrecht, ongedateerd; ISBN 90-5719-035-4.
Opmerking: dit gedichtenbundeltje over de verwerking van seksueel trauma (incest) beveel ik van harte aan. Lees ook wat de uitgever erover zegt, of het voorwoord van Maaike Schalk, of een voorbeeldgedicht.

John Visser, De cirkel doorbreken – Gezonde kinderen uit disfunctionele gezinnen, Navigator Boeken, Driebergen, 2003; ISBN: 9076596034 (vertaling van: Olive Shoots Around Your Table (met een voorwoord van Terry Burrows), Essence Publishing, 1998; ISBN: 1 896400 14 0).

voorblad van: Met vreugde man zijn

E. James Wilder, Met vreugde man zijn – groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; ISBN 978 90 79011 01 8 (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men – Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd's House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0 9674357 5 7).

E. James Wilder, The Red Dragon Cast Down - A Redemptive Approach to the Occult and Satanism, Chosen (Baker Book House), Grand Rapids, MI, 1999; ISBN 0-8007-9270-X.

Janet Geringer Woititz, Struggle for Intimacy, Health Communications, Deerfield Beach Florida USA, 1985.

Webpagina's:

Carol E. Jordan, Karen Quinn, Robert Walker, Mental Health Intervention in Cases of Domestic Violence, Kentucky Governor's Office of Child Abuse and Domestic Violence Services.

The NACR (National Association for Christian Recovery) has a great library of very good articles (check it out! or look at my English weblinks page for more recommended articles). One of them, of particular relevance to the subject of this page is:
Dale S. Ryan, Relationships and Recovery.
Two others, also by Dale S. Ryan, are: Theology and Recovery, and: On Powerlessness.

Een interessante suggestie voor de manier om naar de wortels van ons disfunctionele gedrag te kijken geeft Rob Jackson van Pure Intimacy (.org) in: Beneath the Surface of Our Behavior - The Iceberg Method to Understanding Intimacy Disorder (neem ook de vervolgdelen mee, of kies de print versie).
Steven Earll geeft een uitgebreide analyse van het soort gezinssituaties die kunnen leiden tot trauma en vormen van niet-welbevinden die mensen aan kunnen zetten tot verslavingen, in: Family Trauma and Addictions: Why Do People Become Addicts? (plus vervolgdelen, of de print versie).

At the site of Gift from Within, there are various articles with relevance to the subject treated here, such as:
Kathleen Nader, Guilt Following Traumatic Events; also available in .pdf format.
Frank M. Ochberg, Understanding the Victims of Spousal Abuse; also available in .pdf format.
Frank M. Ochberg, Posttraumatic Therapy; also available in .pdf format.
Angelea Panos, Dealing with Domestic Abuse: Lessons from Kathy.

Grantley Morris, Recovery from Sexual Abuse - Supernatural Solutions.

De site van Groei biedt een aantal relevante artikelen op het snijvlak van pastoraat, omgaan met jeugdtrauma's, en de verbondenheid met God beleven. O.a.:
Henri Nouwen, Een leven zonder lijden is niet mogelijk - enkele citaten uit één van Henri Nouwen's boeken;
Ella-Maria van Blijderveen, &lquo;Here, ik kan er zelf niet uitkomen - komt U er maar in” - een interview met ds Dick van Keulen;
Dick van Keulen, Jezus hanteert Vaders zakdoek - over verdriet en blijdschap, Jezus is Gods Model van de nieuwe mens, De Bijbel is geen boek dat je naar de mond praat, Voor Jezus is mijn verleden geen verleden tijd, Het dwaze en zwakke uitverkoren - Ruil je on-leven in voor Zijn heerlijke leven in jou, en Het priesterlijke gebed van de gemeente.

Melody Palm, Ministering to the abused, a brief introduction, in the Enrichment Journal, Febr. 2001.

Colin A. Ross, Self-Blame & Addiction (.pdf document), Paradigm, Spring 2002, p.14,15,18; see also the website of the Ross Institute, Trauma is a developmental obstacle in normal human development, a March 14, 2002, TAAP - Keynote given at Fort Worth, Texas (powerpoint-presentation, owned by Melissa Caldwell) and info on Ross' video on the effective treatment of trauma disorders.

Kathy Steele, Onno van der Hart, Ellert R.S. Nijenhuis, Dependency in the Treatment of Complex Posttraumatic Stress Disorder and Dissociative Disorders, Jl of Trauma and Dissociation, 2 (4), p.79-116.

Harald C. Traue, Russell Deighton, Pain in the helpless: Torture induced long-term painful suffering, Medicine Meets Millennium World Congress on Medicine and Health, 21 July - 31 August 2000 [don't forget to download the accompanying figures/graphs - they are quite illustrative].

Valerie Wolf, Transcript of a radio broadcasted presentation on the consequences of mind control and the treatment of victims of mind control by stage oriented trauma treatment [warning: may be confrontational or triggering!]. This presentation was originally given at the Believe the Children Conference, Chicago, April 1997.

CARE Inc. - a christian organisation for Consulting, Advocacy, Resources and Education in the area of helping the wounded (acc. Isaiah 61) - specially those who survived Satanic Ritual Abuse.
Among several others, they feature an article: The cost of true service to Christ, explaining how communication, connection and comfort are essential ingredients in standing alongside a survivor of severe abuse.

A useful 3-page text for use in meditation and prayer, I found under the heading: 'Moving Deeper into a Biblical Lifestyle', with the title: From Whence We Came: Sin, Cross, and New Identity (a .pdf document).


home   of  terug naar de artikelen index

Meer informatie of suggesties

Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.

Bedankt voor uw belangstelling!

© André H. Roosma , Accede!, Zoetermeer/Soest, 2003-06-14 / 2020-03-29; alle rechten voorbehouden.