![]() | Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers
verbonden met een heelmakende God |
Het hart van de Vader voor de kwetsbare |
Ergens op het Internet kwam ik dit plaatje tegen. Het laat een slogan zien op een New Yorkse bioscoop, vroeg in de jaren ’90. Het is een tragische slogan, vind ik. Een belangrijke vraag is: Is dit echt zo? Bieden wij, mannen, helemaal geen bescherming meer?
Bescherming bieden – aan vrouwen, kinderen, de kwetsbare in het algemeen – tegenover allerlei gevaren. Ooit werd dit gezien als een van de belangrijkste mannelijke deugden. Een echtgenoot was er om zijn vrouw te beschermen. Een vader was er om zijn kinderen te beschermen. De grote baas in een fabriek was er om zijn medewerkers te beschermen. Een voorganger of pastor was er om de gemeenteleden te beschermen, als een herder zijn schapen. Elke christen was er om de armen en de verworpenen te beschermen...
En beschermen betekende niet alleen: beschutten tegen gevaar. Het hield ook in: voorzien in het levensonderhoud, geven wat je te geven had voor hun welzijn. Het betekende: je vaardigheden gebruiken, je kracht en alles wat in je macht was, je rijkdom en al wat je bezat, voor het welzijn van degenen die aan je zorg waren toevertrouwd.
Maar dat is voorbij. Die tijd is over... Dat was de tijd
van het paternalistische denken die nu ver achter ons ligt. We leven nu in
de 21ste eeuw. We hebben de slechte geesten van het verleden overwonnen.
Wij, moderne individuen, wij zijn niet meer zo onwetend; we zijn opgegroeid,
we eisen onze eigen individualiteit op, en onze onafhankelijkheid.
Echtgenotes hebben geen bescherming door hun man meer nodig; ze kunnen
prima voor zichzelf zorgen – of zouden dat in elk geval moeten kunnen.
Bovenstaande slogan wordt toegeschreven aan de artieste en feministe Jenny
Holzer (die, tussen twee haakjes, deze slogan ook ironisch liet afdrukken
op condoomverpakkingen).1
Hetzelfde geldt voor de paar gemeenteleden die er nog zijn – zij
hebben geen bescherming van de kerkleiders meer nodig. In tegendeel, sommigen
hebben bescherming tegen te veel kerkleiders nodig die hun eigen genot
boven alles plaatsten en misbruik van kwetsbaren niet schuwden...
Kinderen hebben nog bescherming nodig – maar niet door een
vader, maar - ook hier - vaker tegen misbruikende vaders...
Ja, dat is een andere kant van dit onderwerp: in deze tijd
zijn we cynisch geworden. Negatieve ervaringen of de immer toenemende stroom
van vreselijke nieuws items die ons via de tv zijn voorgeschoteld, hebben
ons aan het twijfelen gebracht en hebben onze onzekerheid en ons wantrouwen
aangewakkerd. Wie kunnen we uiteindelijk nog vertrouwen om veiligheid en
bescherming te bieden?
Welke echtgenoot, welke vader, welke politieke leider, welke baas in het
bedrijfsleven, welke pastor of voorganger – wie van hen heeft
werkelijk bewezen ons vertrouwen voor de volle 100% waard te zijn? Zijn het
niet allemaal klootzakken die alleen maar hun eigenbelang zoeken desnoods
ten koste van anderen, als ze - in hun vervuilde denken - menen dat dat wel
kan? Geven ze niet allemaal hun integriteit op, als de gelegenheid zich
voordoet?
Tot zover het plaatje van het relationele en maatschappelijke landschap waarin we ons vandaag de dag bevinden. Nee, het is niet erg rooskleurig. Het ziet er akelig uit. En het kent geen grenzen. Het is er hier in het Westen en in het Verre Oosten, en misschien nog wel meer in het Midden. Maar moeten we ons er dus maar bij neerleggen? Moeten we het accepteren als iets onontkoombaars? Of is er een weg naar een betere plek, naar een betere samenleving; één met meer waardigheid, meer echte veiligheid, meer ware vreugde, meer ware menselijkheid?
Laten we eens kijken wat de Bijbel te zeggen heeft over
deze ontwikkeling. Het eerste wat we dan zien, is dat deze ontwikkeling niet
nieuw is. Hij is echter karakteristiek voor de tijd waarin we leven –
een tijd waarin we de tweede komst van Jezus naderbij zien komen. Hij is
karakteristiek voor degene die het Koninkrijk van God een laatste, grote
slag wil toebrengen; om nog zoveel mogelijk te vernietigen waar hij dat nog
kan...
Ja, in het bovenstaande zien we, wanneer we goed kijken, de handtekening
van de tegenstander overal. Begon hij zijn kwaadaardige werk in Genesis 3
al niet door wantrouwen te zaaien in het hart van Eva en Adam, dat eerste
en legendarische koppel? God had hen geschapen, naar Zijn Eigen Beeld,
dat vol is van genade, vriendelijkheid en trouw.2 God had naar hen gekeken en gezegd:
„Zeer goed!” Hij had hen boven Zijn schepping gesteld, met
hen in de tuin van echte vreugde gewandeld.3 Er was veel shalom en waardigheid.
Toen kwam de tegenstander. Kwamen zijn woorden niet neer op zoiets als:
„Vertrouw er niet op dat God je beschermt! Hij heeft slechte
bijbedoelingen – om jullie klein en onwetend te houden. Je kunt beter
de dingen in je eigen hand nemen, onafhankelijk zijn, en recht ingaan tegen
wat Hij gezegd heeft, en je zult zo groot zijn als Hij is...”
Wat daaruit voortkwam weten we. Gebroken relaties.
Schaamte. Gevoelens van minderwaardigheid, gemaskeerd. Zich verschuilen
achter dikke persoonlijke muren. Afstand tussen mensen en God, hun Schepper,
en tussen mensen wederzijds. Uit de weg gaan van verantwoordelijkheid. De
één die de ander beschuldigt, de blaam afschuivend naar de ander en naar
God. Proberend om zelf goed uit te komen door anderen te veroordelen en
te kleineren. Pogend, eigen zwakheden en onzekerheid te verbergen door zich
bazig op te stellen; en anderen te veroordelen, te overheersen en te
gebruiken.
Het is een eenvoudig mechanisme. Een mechanisme dat zichzelf eindeloos
voortzet in gezinnen en families, in kerken en gemeenten, in gemeenschappen,
landen, en over de generaties. Niet werkelijk ervaren hebben dat er naar je
geluisterd werd, gekleineerd, gebruikt en misbruikt zijn, leiden tot
gevoelens van onzekerheid, minderwaardigheid en schaamte. En tot een gebrek
aan vaardigheden om om te gaan met de pijn van deze zaken in het eigen hart.
Dus opnieuw worden de pijn, de onzekerheid en de schaamte eenvoudig
genegeerd en afgeschoven op anderen door zich te verbergen en door de macht
te grijpen en anderen te veroordelen en te kleineren. Enzovoort, enzovoort
gaat deze cyclus van zonde en ongerechtigheid...
Ik vroeg: Is dit het dan? Nee, gelukkig niet! Hoewel we in en vanuit onszelf er nogal machteloos tegenover staan, hoeven we niet toe te geven aan dit kwaadaardige zich herhalende mechanisme van schaamte, wantrouwen en onwaardigheid, van je verschuilen en machtsmisbruik. Er is een alternatief; God voorzag in een uitweg.
Die uitweg begint met God leren kennen zoals Hij werkelijk is, in al Zijn genade, vriendelijkheid en trouw, door Jezus.2 Hij is zo totaal anders dan de Farizeeën, totaal anders dan de harde vader die zijn zoons niet toestond om te huilen, totaal anders dan de moeder die geen tijd had om haar kinderen de koestering te geven die ze nodig hadden. Ook totaal anders dan de misbruikende kerkleiders, het vriendje dat maar één ding wilde, en totaal anders dan de dominante bazen... Zijn stem is teder. Hij schreeuwt of veroordeelt niet. Zijn Woord zegt dat Hij Zijn Zoon voor ons gaf, toen we nog leefden als vijanden van Hem.4 Hij kijkt naar ons met liefde en Hij is blij om ons te zien, om ons terug te verwelkomen in Zijn warmte, in Zijn tedere omarming die ons hart verzacht en onze ziel versterkt. Alleen daar, in Zijn tedere omarming, kunnen we ooit de diepe pijn en schaamte onder ogen zien die diep in ons hart begraven zijn. Alleen daar kunnen de wonden genezen worden, zodat we totaal veranderd worden van binnenuit. Alleen in Zijn acceptatie kunnen we werkelijk ertoe komen, onszelf helemaal te accepteren zoals we zijn, en de weg vinden om te worden zoals Hij ons bedoeld heeft.
Ik heb velen zien zoeken naar een andere route, en ik
heb ook zelf wel naar een alternatieve route gezocht. Dat zou dan een route
moeten zijn waar we niet geconfronteerd worden met die akelige innerlijke
schaamte. Een die we zelf goed kunnen hanteren. Ik heb hele kerkelijke
imperia gebouwd zien worden op een theologie die zegt: doe je best, zorg
dat je de juiste theologie hebt (onze theologie natuurlijk, die is
juist, niet die van hen, daar deugt niets van). Ze
benadrukken dat men precies de juiste doctrines moet accepteren en belijden
– die ze dan eindeloos onderwijzen, natuurlijk. Dan, zeggen ze, met
een beetje goede wil, moet het lukken! Wanneer wij de zaken maar goed op
een rijtje hebben, zal God de rest doen en ons heilig maken. Succesverhalen
worden gedeeld, zwakheid en moeilijkheden worden genegeerd of toegeschreven
aan gebrek aan geloof of geloof in een verkeerde theologie.
En dan, op een dag, zien we deze mensen, deze gemeenschappen kapot gaan in
een tijd van moeilijkheden of beproevingen. Onder druk gaat men terug,
de neerwaartse spiraal in, van je verschuilen achter een muur, en van
anderen beschuldigen, met schaamte overladen en beheersen.
Ieder die niet aan de buitenkant een mooie façade op kan trekken en
een acceptabele prestatie kan laten zien, wordt gekleineerd tot hij of zij
zich in schaamte terugtrekt, of veroordeeld en uiteindelijk naar buiten
gewerkt. Je buitenkant moet passen. Velen reageren door zich terug te trekken.
Ze voelen zich slachtoffer en houden zich klein, verscholen achter dikke
muren. Intussen werkt het gif in het verborgene verder. In de anonimiteit
van het Internet zoeken ze ideaalbeelden die wel veilig lijken, de volmaakt
gevormde en altijd tot seks bereide vrouw, of de lieve, zorgzame, wél veilige
man...
Anderen worden agressief en zullen de wereld wel eens bewijzen dat die hen
er niet onder krijgt. Intussen maken ze daarbij anderen tot slachtoffer...
Ja, wanneer we afhankelijk zijn van onze menselijke prestatie, komen we er
niet... Het is zoals Gordon Dalbey het verwoordt (mijn
vertaling): “De meesten van ons zijn vanuit onze kindertijd
door de cultuur en het gezin geprogrammeerd om ons te richten op prestatie.
We zijn bang (geworden) voor een open, kinderlijke relatie met de Levende
God, voornamelijk omdat we dat als kind hebben geprobeerd en verwond werden
door de volwassenen die we vertrouwden. We kennen het hart van Vader God
voor ons niet omdat we bang zijn Hem lang genoeg te vertrouwen dat Hij het
aan ons kan laten zien. We geven de voorkeur aan de valse troost van onze
zelfbeschikking boven de echte veiligheid van de dingen aan Gods bestuur
over te geven.5 We
verkiezen het valse beeld van ons eigen gelijk boven de
nederigheid en kwetsbaarheid van een echte relatie.
Maar helaas, zo werkt het niet. Gelijk hebben
heeft er heel weinig mee te maken. Anderen kleineren is een zeker teken
van farizese trots die onze gevoelens van minderwaardigheid, onzekerheid
en schaamte moet verbergen.6 Als kinderen - jongens en meisjes - hadden we voorbeelden
nodig. We hadden vaders nodig die ons dit leven voorleefden. Vaders, die
met ons spraken over de grote zaken van het leven: hoe we kunnen bidden
voor een toekomstige echtgenote, hoe we onze waardigheid kunnen beschermen
en ook die van anderen om ons heen. We ontvingen dat niet, en we zagen
niet voor onze ogen hoe we het konden doen, om te leren het zelf te doen,
omdat onze menselijke vaders in de meeste gevallen al net zo verwond
waren.
Daarom geloof ik dat we alleen kunnen beginnen acceptatie en genezing
te vinden door het ervaren van de volheid van Gods tedere omhelzing, de
warmte van Zijn overvloedige genade en liefde, en de vasthoudendheid van
Zijn trouw. Daar, gelaafd in Zijn al-omvattende Liefde, worden we rijk;
we worden vergevingsgezind, net als Hij dat is. Niet langer worden we
opgestookt om onszelf met anderen te vergelijken (vgl. 1 Kor.2:9-16;
2 Kor.5:16). Door werkelijk de Liefde van de Vader te ervaren, smelt de
behoefte om anderen te kleineren weg als sneeuw voor de spreekwoordelijke
warme zon. Hetzelfde gebeurt met de behoefte om gelijk te hebben
en de behoefte om te oordelen verdwijnt evenzo. Integendeel, we hebben
iets om uit te delen van Gods volheid van genade en trouw aan een ieder
die we tegenkomen, vanuit Zijn overvloed. We raken ook dat akelige gevoel
kwijt van zelf-bewustheid, onzekerheid en trots. We willen anderen
liefhebben zoals we zelf geliefd zijn; we willen anderen verheffen, elk
klein teken van leven en groei en kwetsbaar delen dat we in onze naaste
zien.
Van onze kant vereist deze route enige moed. Moed om kwetsbaar te worden. Ten eerste: kwetsbaar om toe te geven dat we God nodig hebben, en onze vervulling in Hem eerst zoeken. Dan, ook, moed om kwetsbaar te worden met anderen. Anderen helpen en door hen geholpen durven te worden.7 Onderwees Jezus al niet over deze kwetsbaarheid in Zaligsprekingen, en toen Hij erover sprak dat Hij kwam voor hen die ziek waren, niet voor degenen die zichzelf gezond achtten?
Dit leidt uiteindelijk tot een totaal andere cultuur in onze gezinnen, onze gemeenten, en andere gemeenschappen, ja, zelfs in onze landen. Dat is een cultuur waar het veilig is om kwetsbaar te zijn en je zwakheden of strijd te delen. Een cultuur waar de sterken er zijn om de zwakken te beschermen en tot zegen te zijn. Een cultuur waar we elkaar allemaal vooruit helpen om nog meer te genieten van Gods volheid. Een cultuur waar het heerlijk is om de pijn en de vreugde samen te delen, het verdriet en de zegeningen. Een waar het fijn is om te geven en te ontvangen vanwege de overvloed van God.
In de Bijbel vinden we enige schitterende voorbeelden
van deze alternatieve cultuur volledig in werking. Een daarvan is
belichaamd in de persoon van Boaz in het boek Ruth. Hij is akkerbouwer
en wordt geconfronteerd met een buitenlandse vrouw die gebruik maakt
van de ruimte waarin Gods Torah voor haar voorzag, om graanhalmen te
rapen achter de werkers op zijn akker. Het was in het seizoen waarin de
rijpe gerst gemaaid en ingezameld werd. Vanuit Zijn rijke overvloed had
God gezegd: laat wat halmen achter voor de arme en de vreemdeling. En
toen was zij daar, halmen inzamelend. Boaz ging na: wie is
zij? (2:5) Zij bleek een buitenlandse weduwe van een
Israëlische man te zijn.
Nu is het goed om te weten dat Israëlische mannen niet mochten trouwen
met buitenlandse vrouwen, zodat deze niet hun echtgenoten weg zouden
trekken van de ene ware God, en naar hun afgoden toe. Later zou de
bekende Ezra, wel gezien als de grondlegger van het jodendom, alle Joodse
mannen die tijdens de ballingschap met buitenlandse vrouwen getrouwd waren
hen opdragen, hun vrouwen weg te sturen, met hun kinderen. Hun lot was niet
belangrijk. Er werd zelfs niet nagegaan of ze de God van Israël dienden of
andere goden.
Maar hier hebben we Boaz. Hij veroordeelt haar niet omdat ze een
buitenlandse is. Hij laat haar drinken van het water dat klaarstond voor
de maaiers en de raapsters, en hij geeft zijn werkers opdracht om wat extra
aren voor haar te laten liggen (2:9, 15-16). Hij voedt haar tijdens
lunchtijd (2:14), zodanig dat ze nog over heeft om ’s avonds met haar
schoonmoeder te delen. Hij neemt verantwoordelijkheid voor de weduwe en de
vreemdeling. Hij beschermt en hij zorgt voor voedsel. Wanneer Ruth zichzelf
op een nacht kwetsbaar aan zijn voeten legt (Ch.3), gebruikt hij haar niet
voor zijn eigen plezier. Hij had dat eenvoudig kunnen doen. Dat zij daar
zomaar lag, gaf hem voldoende excuus. Nee, hij breidt Gods instelling van
de zorg van de broer of naastverwante voor een Israëlische weduwe uit naar
deze buitenlandse vrouw, en niet om dat - of haar - voor zijn eigenbelang
te gebruiken. Hij eert haar en verheft haar. Voor hem hoorde zij erbij,
hij sloot haar geenszins buiten.
Wat was het geheim van Boaz? Waarom was hij zo anders? Ik
geloof dat we hiervoor diverse kleine, maar significante aanwijzingen vinden
door het hele verhaal heen. Wat mij ten eerste opvalt is dat hij zijn
werkers zegent in de grote Naam van JaHUaH ('de HEERE'; 2:4).8 Het gebruik van die
glorieuze persoonlijke Naam van God was een teken dat de persoon zich heel
nauw met Hem verbonden voelde. Het laat ook zien waar zijn Bron was. Hij
wist met heel zijn hart dat God JaHUaH de Bron is van alles wat goed
is en van alle voeding en welzijn. Zijn leven – en al zijn gedachten
en acties – vloeien voort uit die Bron! En op zijn boerderij, in zijn
gemeenschap, was dit de gangbare cultuur geworden. Ik concludeer dat, uit
het gegeven dat zijn werkers precies hetzelfde doen. Er straalt een warme
vriendelijkheid uit het hele plaatje zoals de Bijbel het ons beschrijft.
Een andere aanwijzing die ik zie is dat hij rustig dingen natrekt en vooral
luistert naar positieve verhalen over anderen (bijv. 2:11). Hij trekt niet
te snel zijn conclusies, maar hij luistert naar de andere kant van het
verhaal en hij gelooft het positieve. Hij interpreteert het gedrag van
andere mensen in hun voordeel (bijv. 3:10), en hij beschermt hun naam en hun
eer (3:14). Hij geeft ruimte aan het goede, niet alleen voor zichzelf maar
ook voor alle andere betrokkenen (hfdst.4). Uiteindelijk geeft hij zichzelf
om haar ‘losser’ te worden, nadat een ander, meer nabij
familielid die taak uit zorg om zijn eigen belang liet liggen (4:5-6).
‘Losser’ worden voor een weduwe hield in dat je als man de volle
zorg voor haar en haar nakomelingen op je nam, terwijl die nakomelingen de
naam zouden dragen van haar overleden echtgenoot. Zij zouden voor altijd
bijdragen aan zijn naam en faam, niet aan die van jou. Het was een beetje
dat je wel de plichten had maar niet de baten. Hij neemt dat met blijdschap
op zich. Hij voedt en hij beschermt. Hij laat zien hoe God-delijk
gezins- en gemeenschapsleven eruit zien. Hij vermeed de risico’s niet.
Op de basis van alles wat we over hem en over God weten, weten we dat hij
dat deed, niet vanwege een morele code, maar omdat hij zich zelf gevoed en
beschermd wist door God. Als een gevolg hiervan werden zowel Ruth als
hijzelf gezegend, en wordt er – zelfs tot op de dag van vandaag
– aan hen gedacht.
Als het beeld van wie Boaz was je aanspreekt – vooral als je een man bent, maar ook als je een vrouw bent –, wil ik je deze belangrijke vraag stellen: wil je gemaakt worden zoals hij?
Vandaag de dag, met een toenemend individualisme en
vermijding van binding en hechting die de pan uit rijst, is de behoefte
aan mensen als Boaz groter dan ooit. Zoals aangetipt in de introductie,
roept onze samenleving om mensen die anderen beschermen in plaats van
van hen te profiteren. Om mensen die met God willen samenwerken om mensen
te helpen te worden alles wat ze kunnen zijn, in plaats van hen te
kleineren en weg te drukken in schaamte.
Maar het is een hoge roeping! De weg om een Boaz te worden is niet de
brede en gemakkelijke weg. Zoals ik eerder zei: je kunt het niet zelf.
Het vraagt dat je kwetsbaar wordt, eerst met God, en dan ook met onze
medemensen. Het vraagt dat je geconfronteerd wilt worden met het vuil en
de modder uit je verleden. Het allemaal overgeven aan God in Jezus,
en Hem toe te staan je te reinigen en te vernieuwen. Het vraagt een totale
nieuwe focus op Jezus, en een communicatie met Hem in volle openheid over
elk aspect van je leven dat Hij aan de oppervlakte laat komen. Het vraagt
dat we assertief afstand nemen van alle ongerechtigheid en duisternis die
zo bovenkomt en die in Jezus’ Naam radicaal afzweren.
Het vraagt ook dat we onszelf serieus nemen, zoals Hij
dat doet. Dit kan inhouden dat we Zijn troost zoeken of Zijn genezing op
terreinen waarin we ooit gewond of teleurgesteld raakten, of het nu
relationeel, emotioneel of anderszins was.
Hoe kunnen we ooit anderen eren en verhogen wanneer we rondlopen met het
gevoel dat het leven ons oneer aangedaan heeft, of ons eigen zelf beschaamd
heeft?
Ja ik spreek hier over eer en oneer. Eer en geëerd worden is een belangrijk
aspect van het menselijk functioneren. Hier in het Westen zijn we het zicht
erop kwijtgeraakt, tenminste op een bewust niveau (op een dieper niveau
speelt het nog steeds een grotere rol dan we vaak toegeven). In het
Midden-Oosten en rond de Middellandse zee zijn de mensen zich er nog steeds
wat meer bewust van. Eer heeft te maken met waardigheid, met karakter.9 God wil dat we Hem
eren om Wie Hij is en om wat Hij doet (vgl. Rom.1). Toen Hij de mens schiep
naar Zijn beeld, werden we geschapen met een soortgelijke gevoeligheid voor
waardigheid en eer. Hoe komen vrouwen ertoe zich te geven in prostitutie
of de porno industrie, waar er geen waardigheid is, geen eer? Hoe komen
mannen ertoe, prostituees te bezoeken of duizenden Euro’s, Dollars, Yen
of wat ook te besteden aan porno of andere onterende verslavingen? Vaak is
het nadat ze zich toch al beroofd voelden van al hun waardigheid!
Het is dus van levensbelang om ons besef van waardigheid en eer hersteld te
laten worden! En wie kan dat beter dan het grootste en meest waardige Wezen
van het hele universum? Wanneer Hij tot en over ons een welgemeend
“Ja!” laat horen, wie zal hem dan nog tegenspreken?
Zie hoe Jezus – gedurende de tijd dat Hij fysiek rondwandelde op deze
aarde – mensen behandelde die door de toenmalige geestelijke leiders
gekleineerd en verworpen waren. Zie bijvoorbeeld hoe Hij omging met Zacheus,
veracht omdat hij collaboreerde met de gehate Romeinen en voor hen belasting
inzamelde (en ook zijn eigen zakken flink vulde), ten koste van zijn
volksgenoten. Jezus eerde hem en zei dat Hij vriendschappelijk met hem om
wilde gaan, door Zichzelf voor het diner bij deze man uit te nodigen. Zie
hoe Hij de Samaritaanse vrouw tegemoet trad die op het heetst van de dag
water ging putten om de be-schamende blikken van haar stadsgenoten te
vermijden. Jezus sprak met haar erover hoe zij God kon eren door Hem in
Geest en waarheid te aanbidden. Dat is een activiteit waar waardigheid in
zit. Jezus legde geen schaamte op deze mensen; op geen van hen allen!
Zonder uitzondering herstelde Hij hun waardigheid en eerde hen. Hij kan dat
ook in jouw leven doen! Laat iemand hierover met je bidden, als je het
moeilijk vindt om in je eentje te doen. Ontvang de Aäronitische priesterlijke zegen en geniet van de
blijdschap van onze hemelse Vader over jou! Sta Hem toe om elk koude plekje
in je hart te verwarmen.
Een volgende stap is met anderen te delen wat je van God
ontvangt. Zegen hen, luister naar hun verhalen. Zegen hen mogelijk ook met
woorden die hen helpen, zich te identificeren met Gods grote visie voor
hun leven.
Spreuken 3:27 zegt: „Onthoud het goed niet aan wie het toekomt,
terwijl het in uw macht is het te doen.” Wanneer we proberen goed te
doen vanuit het volgen van een morele code, zullen we onder tegenstand
bezwijken. Wanneer we goed doen vanuit de overvloed die we, zelf, ontvangen
hebben en doorgaand ontvangen van God, gaan we dóór – zelfs onder
tegenstand, want de kracht van God is groter dan elke macht van de
tegenstander.
Wanneer je ervaart dat God een veilige schuilplaats voor je aan het worden is, vraag Hem voor wie jij een veilige schuilplaats mag zijn als Zijn vertegenwoordiger hier. Op die manier bouwen we aan gemeenschap. Een wederzijds liefhebbende gemeenschap waar de Geest van God kan verkeren in overvloed. Een veilige en bemoedigende gemeenschap die ieder die eraan deelneemt vrij zet om te zijn en te groeien en te worden... alles wat God in gedachten heeft voor ons.
Binnen zulke hechte gemeenschappen, kun je verwachten dat je beproefd wordt. Recent hoorde ik een moeder zeggen: „Ik dacht dat ik een geduldig persoon was, tot het moederschap mijn ware kleuren aan het licht bracht.” Maar in een veilige gemeenschap, niet gebouwd op prestatie maar op de genade en trouw van God, is dit voor ons welzijn. Elke zwakte die zo aan het licht komt kan ons niet naar beneden halen, want Gods genade is groter. Het is dus slechts als een stuk vuil wasgoed dat je ergens in je huis tegenkomt: het verrast je niet – dingen worden toch vuil in deze wereld? Dus, je maakt er geen punt van, en je kleineert jezelf of anderen er niet over, je stopt het gewoon in de wasmachine! In dit geval: je brengt de zwakte in contact met God. Er ligt een grote zegen in het toegeven van je kwetsbaarheid en je behoefte aan reiniging, herstel en vernieuwing tegenover God en Hem te vragen in ons te doen wat we zelf niet kunnen. En Hij zal het verder uitwerken! De uitdaging voor ons is om dicht bij Hem te blijven, waar Hij ook leidt. Wat mij motiveert om dat te doen is hetzelfde als wat Petrus motiveerde om bij Jezus te blijven: “Alleen U, Jezus, hebt woorden van Leven!” In de loop van dat proces groeit mijn honger naar meer van Hem in mijn leven, en mijn honger voor wat niet kan bevredigen slinkt... langzaam maar zeker. Alle dank aan Hem! Hallelu JaH! Moge het voor jou ook zo zijn! Jezus verdient het!
1 | Een andere bron schrijft de uitspraak toe aan Barbara Kruger. |
2 | De Bijbel gebruikt twee noties in het bijzonder, om het Karakter van God te
beschrijven. Die zijn weerspiegeld in de Hebreeuwse woorden chesed -
goedheid, vriendelijkheid, genade; en ’emet - trouw, loyaliteit,
waarheid. Zie: Het Karakter van God — חסד ואמת - chesed we ’emet - genade en
waarheid/trouw, Hallelu-JaH website, maart 2013.
Vaak begint het ermee dat we iets proeven van de genade en de trouw van God via iemand die veel in Zijn aanwezigheid verbleven heeft. Ik heb meerdere mensen horen zeggen dat dit is wat hen deed verlangen naar meer van God, en wat hen binnenleidde in het praktiseren van Gods liefelijke aanwezigheid als iets voor elke dag. Wanneer je meer wilt weten wat het betekent om de tegenwoordigheid van God te praktiseren, beveel ik graag de boeken van Leanne Payne hierover aan - zie de 'Om verder te lezen'-sectie hieronder. |
3 | Dat is precies wat de Hebreeuwse naam Eden betekent. |
4 | Zie Romeinen 5: 10. |
5 | Zie ook Gordon Dalbey, Religion versus Reality – Facing the Home Front in Spiritual Warfare, Civitas Press, San Jose CA, USA, 2013; ISBN 978 0615924045; p. 250. |
6 | In zijn boek Kind aan huis, illustreert Brennan Manning dit via
het contrast tussen een farizeeër-achtige bedrieger aan de ene kant en een
onbedorven kind aan de andere. Zijn boek vormt een oproep om te zoeken naar
die intimiteit met Hem, waar we de hartslag van Jezus bijna kunnen horen
zoals Johannes dat deed, liggend aan Jezus’ boezem. Zie: Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, 2001, ISBN: 9076596417 (vertaling van: Abba’s Child – the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado (USA), 1994). |
7 | Over het punt van kwetsbaar durven worden, kunnen we veel leren van het excellente onderwijs van Brene Brown in haar beroemd geworden TED-talk video (een transcriptie is ook beschikbaar). |
8 | De glorierijke Naam van God geef ik hier zo goed mogelijk weer vanuit het
oudste Hebreeuwse origineel. Voor meer achtergrond informatie over deze glorierijke Naam van God, JaHUaH, zie de artikelen die ik publiceerde op de Hallelu-JaH! website: ‘Leven, veiligheid en verbondenheid in blijde aanbidding, uit de hand van God’ ![]() ‘Het Shema‘ – de Israëlische geloofsbelijdenis (1)’, 28 januari 2012. ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de God Die er was, Die er is, en Die er zijn zal’ ![]() |
9 | We moeten hier een belangrijk onderscheid maken, en dat is tussen het
hebben van waardigheid en iets verdiend hebben. God houdt van
ons. Dat geeft ons waardigheid. Toen koning Willem Alexander der Nederlanden,
toen nog prins, de Argentijnse Máxima Zorreguieta op het oog had gekregen,
en bekend maakte dat hij met haar wilde trouwen, gaf dat haar waardigheid -
de waardigheid van een prinses. Wanneer de Almachtige God zegt dat Hij ons
liefheeft, geeft dat ons waardigheid. Punt. Wat we verdienen, anderzijds, heeft te maken met onze prestatie. Op basis van onze geringe inzet of prestatie kunnen we schaamte voelen en twijfelen of we Gods liefde wel verdienen. Maar dan spannen we de kar voor het paard. In Gods Koninkrijk, overeenkomstig de regels van het Koninkrijk van Jezus Christus, begint alles bij Hem en Zijn Karakter - liefde, genade, trouw, etc. Het feit dat we het object van Zijn liefde zijn, is wat ons waardigheid verleent. Dat moet ons startpunt zijn. Dan, wanneer we dat ervaren, helpt die waardigheid ons om te zien dat sommige dingen – wat de Bijbel zonde noemt – niet passen bij onze waardigheid. Die krijgen dan iets weerzinwekkends om ons mee in te laten. Het is niet zo zeer een morele beslissing, als wel een strijdigheid met de waardigheid van ons hart die ons onszelf van de zonde doet afkeren. Dit is het proces van heiliging. Het is belangrijk om op de juiste plek te beginnen, en niet te proberen de kar het paard te laten trekken... |
Soms, wanneer ik over deze dingen spreek, krijg ik de
vraag over de noodzaak van correctie: „Moeten we dan niet de zonde
confronteren en grenzen stellen in ons gezin, onze gemeente, onze
gemeenschap?” Mijn antwoord op die vraag is eenvoudig. “Ja, het
is goed om zonde en ongerechtigheid bij hun naam te noemen.” Maar wat
er nog meer toe doet is hoe we kijken naar degene die zondigde. Kijk hoe
Jezus de vrouw behandelde die bij Hem gebracht was wegens overspel. Hij
kleineerde haar niet, Hij zei niet dat ze zich moest schamen. Dat laatste
zei Hij impliciet wel van degenen die haar vernederden en die klaar stonden
om haar dood te stenigen. Hij veroordeelde of vernederde haar helemaal niet.
Toch noemde Hij geen seconde haar zonde gering of dat het er niet toe deed.
Hij zei: ga heen en zondig niet weer! In Zijn visie, paste het kwaad van
overspel eenvoudigweg niet bij haar waardigheid en haar hoge roeping!
En terwijl Hij haar leven redde, liet Hij haar huiswaarts gaan met een nieuw
besef van waardigheid voor haarzelf en haar huwelijk dat het waard was om
beschermd te worden.
En daarnaast..., de Bijbel onderwijst dat het de Heilige Geest is Die ons
bewust maakt van onze zonden. We hebben elkaar niet in de eerste plaats
nodig om dat te doen. Mogelijk hebben we elkaar wel nodig om ons aan te
moedigen goed naar de Heilige Geest te luisteren!
Zie ook noot 9 hierboven.
![]() |
Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, 2001, ISBN: 9076596417 (vertaling van: Abba’s Child – the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado (USA), 1994).
Andrew Comiskey, Kracht in zwakheid, 2e ed., InsideOut, Amersfoort, 2011; ISBN 978 90 779 9215 9; (eerdere uitgave: Telos-reeks, Medema, Vaassen, 2004; ISBN: 90 6353 435 4; vertaling van: Strength in Weakness – Healing Sexual and Relational Brokenness, InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 2003; ISBN: 0 8308 2368 9).
John Piper, Jezus zien en ervaren – en intens van Hem genieten, Gideon, Hoornaar (NL), 2003; ISBN: 90 6067 976 8 (vertaling, door An Molenaar, van: Seeing and Savouring Jesus Christ, Crossway / Good News Publ., Wheaton, 2001).
Gordon Dalbey, Sons of the Father – Healing the Father Wound in Men Today, Civitas Press, San Jose CA, USA, 1992, 1996, 2011; ISBN 978 0615521305.
Gordon Dalbey, Religion versus Reality – Facing the Home Front in Spiritual Warfare, Civitas Press, San Jose CA USA, 2013; ISBN 978 0615924045.
Leanne Payne, Crisis in mannelijkheid, (vertaling van: Crisis in masculinity, Crossway Books / Good News Publ., Westchester (IL, USA), 1985 / Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1988).
Lin Button, Als een vader – Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de HEER - Psalm 103:13, Coconut, Almere, 2011; ISBN: 978 90 72698 00 1 (vertaling, door Martin Tensen, van: Father Matters, HPS, Essex, UK, 2009).
Leanne Payne, Herstel van identiteit – door genezend gebed (de Engelse versie heeft als subtitel: De drie grote barrières op de weg naar persoonlijke en geestelijke vervolmaking in Christus), Navigator Boeken, (NL), 2000; ISBN: 9070656957 (vertaling door Martin Tensen van: Restoring the christian soul – through healing prayer (Overcoming the three great barriers to personal and spiritual completion in Christ), Crossway Books, Wheaton (IL, USA), 1991; ISBN 0 89107 625 5).
Warren Wiersbe, Be compassionate – A call to be more like the Saviour – an expository study of Luke 1-13, SP / Victor, Wheaton (IL, USA), 1988; ISBN: 0 89693 591 4.
Mary Pytches, Yesterday’s Child – Understanding & healing present problems by examining the past, Hodder & Stoughton, London, 1990; ISBN-10: 0 340 52273 9 / 0 340 64286 6; ISBN-13: 978 0 340 64286 3.
J. Oswald Sanders, Enjoying intimacy with God, Moody Press, Chicago (USA), 1980.
J. Oswald Sanders, Facing loneliness – the starting point of a new journey, Highland Books, Crowborough East-Sussex England, 1988 / Discovery House, Grand Rapids (MI, USA), 1990.
John Ernest Sanders, The God Who risks – A theology of providence, InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 1998; ISBN: 0 8308 1501 5.
David A. Seamands, Genezende Genade – bevrijding van prestatiedwang, SP Publications, Colorado Springs (USA) / Shalom Books, Putten (NL), 1991/1998; ISBN: 978 90 73895 12 6. Info: Shalombooks@wxs.nl (vertaling van: Freedom from the Performance Trap – Letting Go of the Need to Achieve (earlier editions titled: Healing Grace), Victor Books, SP Publications (USA), 1988; ISBN: 978 0 8969 3986 8).
A.W. Tozer, De rechte kennis van God,
Novapres, 1996; ISBN: 978 90 6318 089 8; (eerder
uitgegeven onder de titel: Het kennen van de Allerhoogste, Pieters,
Groede (NL), 1985; ISBN: 90 60 85 149 8; vertaling van: The
knowledge of the Holy – The attributes of God: their meaning in the
Christian life (), Harper SanFrancisco, USA, 1961/1978 / James Clarke & Co /
STL, Bromley, GB, 1976/77; ISBN: 0 06068412 7; re-issued by HarperOne, 1992;
ISBN: 978 0 060698652).
A.W. Tozer, Verlangen naar God, CAMA Parousia gemeenten / CAMA Zending / Novapress, 1995; ISBN: 90 6318 075 6; (vertaling, door P.J. de Gier, van: The Pursuit of God (1949), Christian Publications, 1982; ISBN: 978 1 60066015 3).
A.W. Tozer, God tells the man who cares, Christian Publications, Harrisburg (PA USA), 1970.
A.W. Tozer (compiled & edited by Gerald B. Smith), Jesus, Author of Our Faith, Christian Publications, Camp Hill (PA, USA), 1988; ISBN: 0 87509 406 6.
A.W. Tozer, Keys to the deeper life, Clarion Classics, Zondervan, Grand Rapids (MI, USA), 1988; ISBN: 0 310 33361 X (revised & expanded edition of: Leaning into the wind, Creation House, 1957 / 1984).
Charles Sibthorpe, A man under authority – qualities of Christian leadership, Kingsway, Eastbourne, Great Britain, 1984.
Lewis B. Smedes, Shame and Grace – healing the shame we don’t deserve (Schaamte en genade - genezing vinden voor de schaamte die we niet verdienen), HarperSanFrancisco, Zondervan / HarperCollins (USA), 1993; ISBN: 978 0 06067522 6.
Charles R. Swindoll, Genade is een risico, Gideon, Hoornaar (NL), 1993 (vertaling, door Loes van Tuyl, van: The Grace awakening, Word (USA), 1990).
Paul E. Billheimer, Bestemd voor de troon – een opmerkelijk perspectief op de eeuwige bestemming van Christus’ gemeente, Gideon, Hoornaar, 1984; ISBN: 978 90 6067 320 1 (vertaling van: Destined for the Throne – A new look at the Bride of Christ, Christian Literature Crusade, Fort Washington PA, USA, 1975; ISBN: 0 87508 014 6 / Baker / Bethany House, 2005; ISBN: 978 0 76420 035 9).
Judson Cornwall & Michael S.B. Reid, Wiens liefde is het eigenlijk?, Sharon, Waddinxveen (NL), 199x (vertaling van: Whose love is it anyway?, Sharon, Pilgrims Hatch Brentwood Essex GB, 1991).
Sandra D. Wilson, Into Abba’s Arms – Finding the acceptance you’ve always wanted, Tyndale House, Wheaton (IL, USA), 1998; ISBN: 0 8423 2473 9.
Henri J.M. Nouwen, In de naam van Jezus – Over pastoraat in de toekomst, Oase - Lannoo, Tielt (B), 1989; ISBN: 90 209 1646 7 (vertaling door Margreet Stelling, van: In the Name of Jesus – reflections on Christian leadership, Crossroad, New York USA, 198x).
Sandra D. Wilson, Released from shame – Recovery for adult children of dysfunctional families (ACDF's), People Helper Books series (Gary R. Collins, ed.), InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 1990.
Sandra D. Wilson, Shame-free parenting – Are you trying to love your children a lot when you don’t like yourself even a little?, InterVarsity Press, Downers Grove (IL, USA), 1992.
Floyd McClung jr, Het Vaderhart van God, Gideon, Hoornaar (NL), 1984; ISBN: 90 6067 337 9 (vertaling door Elsee van der Kroon, van: The Father Heart of God, 1984).
Josh McDowell (with Ed Stewart), The Disconnected Generation – Saving Our Youth from Self Destruction, Word (Thomas Nelson), Nashville, 2000; ISBN: 0 8499 4077 X (zie een impressie van dit boek, bij de uitgever).
Leonard E. LeSourd, Strong Men, Weak Men – Godly strength and the male identity, Chosen Books, Fleming H. Revell, Old Tappan (NJ, USA), 1990.
Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.
home | ![]() | of terug naar de artikelen index |