![]() | Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers
verbonden met een heelmakende God |
Gelukkig zijn zij, die...naar een idee van Gordon Dalbey1 |
Gelukkig zijn. Gelukkig geprezen worden. Zijn dat geen
zaken waar iedereen ergens wel naar verlangt?
Maar wat is ervoor nodig? Als ik kijk naar de publieke opinie, of naar
m’n eigen hart, dan zie ik wel een aantal aspecten die wij vaak in
verband brengen met succes en met gelukkig zijn.
Jezus had er ook veel over te zeggen. Onder andere in een toespraak die Hij
eens hield op een berg, in de eerste plaats voor Zijn discipelen. Zijn
toespraak – ook wel genoemd ‘de zaligsprekingen’,
opgetekend in Mattheus 5: 1-12 – ging over wat wij zouden
noemen: de normen en waarden van Zijn hemelse Koninkrijk. Wat Hij zei staat
vaak haaks op de ideeën die we vanuit deze wereld aangereikt krijgen.
Hieronder heb ik steeds de wereldse versie eerst neergezet – de visie op ‘gelukkig zijn’ van wat de Bijbel noemt: onze ‘oude natuur’. Ik heb me daarin laten inspireren door Gordon Dalbey, in zijn Amerikaanse artikel over de zaligsprekingen.1 Juist door eerst stil te staan bij hoe we steeds weer verzocht worden om ons geluk te definiëren, blijkt het contrast met Jezus’ woorden des te sterker, en zien we des te duidelijker de verandering in ons hart waartoe Zijn woorden ons uitnodigen.
1. | Gelukkig zijn zij, die alle antwoorden hebben, want ze zullen trots en zelfverzekerd zijn en alles goed in de hand hebben |
In de moderne wereld draait het erom, dat je de touwtjes
goed zelf in handen hebt. Invloed hebben en rap van de tongriem gesneden
zijn worden belangrijker dan menselijke waarde, inhoudelijke capaciteiten of
gevoeligheid voor anderen. Op onze scholen, in de quizzen op TV, ja zelfs
maar al te vaak op de catechesatie, overal draait het erom dat je op elke
vraag snel je antwoord klaar hebt. Solliciteer je naar een baan, dan wordt
verwacht dat je er al alles van af weet.
In Jezus’ dagen hier op aarde waren het vooral de Farizeeërs en
Sadduceeërs die er zeer zelfvoldaan op hamerden dat men alles goed uit
het hoofd wist op te dreunen. De buitenkant telde. Prostituees en
belastingambtenaren (mensen die collaboreerden met de Romeinse overheersers)
vielen zodoende bij voorbaat al buiten de boot.
Hoe anders was Jezus, in Zijn handelen en in Zijn spreken.
Hij wist Zich volledig afhankelijk van de hemelse Vader. „Ik kan niets
doen zonder Hem”, zei Hij (Johannes 5: 19-20 vgl.
1 Petrus 5: 6). Hij zei ons een voorbeeld te nemen aan de afhankelijkheid, eenvoud en
leergierigheid van kinderen. Kinderen weten nog niet alles, en zijn zich dat
bewust. Daarom vragen ze veel, en staan ze open voor nieuwe inzichten.
Hij zei ook dat er hoeren en belastingmensen zouden zijn die die zware
religieuze leiders vóór zouden gaan in Zijn Koninkrijk. Juist
omdat ze wisten dat ze ’t niet van hun eigen goedheid of kennis of rappe
antwoorden hoefden te verwachten, maar van Gods genade!
Daarom zei Hij:
Zalig de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
2. | Gelukkig zijn zij, die hun nare ervaringen en de gebrokenheid om hen heen ontkennen, want ze zullen nooit pijn voelen |
In deze wereld telt het succes en is hij of zij geliefd die met een goed en enthousiast verhaal komt. Pijn en ellende moeten we kost wat het kost vermijden – zo menen we maar al te vaak. Er is dikwijls die verzoeking om te denken dat we ellende en nare ervaringen uit ons verleden of uit onze omgeving weg kunnen krijgen door er eenvoudig niet meer aan te denken. We hebben dan moeite met de weduwe die na enkele jaren zo nu en dan nog intens verdrietig kan zijn over het verlies van haar man, of een volwassen kerel die regelmatig nog de pijn voelt van de afwijzing door z’n moeder of de klappen van z’n vader. Al te gemakkelijk wordt dan gezegd: „Ja, ben je daar nou nog niet over heen? Je moet ’ns leren vergeven en vergeten!” Het gevolg is dat we onze eigen pijn en tekortkomingen vaak dan ook maar liever verstoppen. „Hoe gaat ’t?” „O, prima, niks aan de hand!”
Bij Jezus was het anders. Hij nam verdriet serieus. Voor Hem was de zonde met al z’n afschuwelijke gevolgen een reden tot intens verdriet (Lucas 19: 41-42; vgl. Psalm 119: 136). Hij huilde mee met Maria in haar pijn over haar overleden broer Lazarus – zelfs ondanks het feit dat er in Zijn perspectief geen reden was om te huilen, gezien dat Hij Lazarus uit de doden zou opwekken! Hij zag haar verdriet en huilde met Maria mee! Hij huilde, bad vurig en zweette bloed in Getsemané, op Zijn angstige tocht naar Golgotha. Maar de opstanding volgde op het lijden van het kruis. Net zo volgt de diepe levensvreugde vaak op het gaan door het dal – die tijden waarin we nauwelijks uitzicht hebben dan het Woord van Jezus, dat Hij er zal zijn! Daarbij: als we ons afsluiten voor ervaringen van pijn, zullen we ook geen echte vreugde meer beleven. Als we niet meer kunnen huilen, sluiten ons daarmee tevens af voor bekering en strijd tegen de zonde en gebrokenheid.2 Maar dat niet alleen: als we niet meer kunnen treuren, sluiten we ons ook af voor lofzang en dans.
Pijn herinnert ons aan de zonde en gebrokenheid in dit leven
(vgl. ook Romeinen 8:18-27) en aan onze kleinheid – dat we
kwetsbaar zijn. In het verdriet over gebrokenheid kunnen we ook komen tot
verootmoediging, verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen bijdrage aan
gebrokenheid of herstel en Gods herstel actief gaan zoeken. Juist als we
huilen zijn we kwetsbaar – maar ook zeer bereikbaar voor de
reddende en reinigende kracht van God! Huilen is een daad van geloof, zegt
Dalbey, want in het huilen laten we onze eigen verdedigingsmechanismen los en
vertrouwen op de genade van God. En Hij is daar gevoelig voor en zal ons
horen en er iets mee doen!
Daarom zei Jezus:
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
3. | Gelukkig zijn de hooghartigen, want ze zullen ontvangen wat ze geclaimd hebben |
“Als je zelf geen geloof in jezelf hebt, een ander
zeker niet!” hoorde ik eens zeggen in een management-seminar. Je moet
opkomen voor jezelf. Je moet jezelf goed kunnen ‘verkopen’,
anders ‘red’ je het niet in deze wereld. Spierballen-taal, grote
woorden, daarmee bereik je wat je wilt! Je krijgt naar de grootte van je
woorden. Dát is de ‘taal’ van deze wereld.
Ook menen we, dat als we ‘goed ons best’ gedaan hebben, we het
eigenlijk ‘verdienen’ dat God ons goed behandelt.
De verzoeking ligt er om maar al te graag in onze eigen goedheid te geloven
en liefst de arglistigheid van ons eigen hart te verdoezelen.
Je zou je af kunnen vragen: als we zo goed zijn en Gods
genade konden verdienen met onze grote woorden, waarom moest Jezus dan naar
deze wereld komen die vreselijke lijdensweg gaan?
Het is duidelijk, dat het bij Jezus heel anders is, ook hier weer. Bij Hem
wint niet de haantje-de-voorste, niet de zelfverzekerde. Niet de harde macho
of de harde manager met zijn gespierde taal. Bij Hem ‘wint’
degene die bescheiden blijft, wetend hoezeer hij of zij zelf de genade van
God nodig heeft. Degene die zich verwondert dat God hem (of haar) nog
zó liefheeft, ondanks alles wat hij (zij) heeft gedaan. Zegeningen
zijn niet wat we verdienen, maar bewijs van Gods goedheid. En in Zijn
goedheid wil Hij ons zó rijkelijk zegenen (vgl. Efeze 3: 20)!
Daarom kon Jezus zeggen:
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
4. | Gelukkig zijn de onverschilligen, want het maakt allemaal toch niks uit |
Tot in het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw was er in de westerse maatschappij altijd wel iets om warm voor te lopen: een industriële revolutie te volbrengen, een depressie te boven te komen, een oorlog te winnen, een wederopbouw te realiseren, nieuwe waarden van vrede, flower power en een nieuwe spiritualiteit te propageren. Sinds het falen van eigenlijk alle grote ideologieën – kapitalisme, socialisme, communisme, humanisme, rationalisme, positivisme, en wat voor ‘ismen’ er allemaal zijn – lijkt het wel of tenslotte het nihilisme heeft toegeslagen. In de praktijk van de hedendaagse maatschappij lopen we niet meer zo snel ergens warm voor – hooguit nog voor iets dat onze eigen portemonnee of ons eigen welbevinden betreft. Er gebeurt iets op straat – een gewelddadige beroving of zo – en niemand kijkt op of om. We letten alleen op onze eigen veiligheid en ons eigen gewin. We hebben ons gevoel afgestompt en onze maag (ook geestelijk gezien) met allerlei zoetigheid gevuld en om de rest geven we nauwelijks meer. Of we zijn van binnen wel gevoelig, maar durven er naar buiten toe niets mee te doen.
Hoe anders bij Jezus. Hij daalde af vanuit Zijn hemelse heerlijkheid naar de rotzooi op deze wereld – omdat Hij zoveel om ons gaf. Hij nam onze zonde op Zich en gaf Zijn leven – om ons Zijn gerechtigheid te laten beërven. Het is Zijn wens dat wij in Zijn voetstappen zouden gaan – betrokken zijn bij ons eigen leven en de situatie om ons heen, om daarin door Zijn aanwezigheid meer gerechtigheid tot stand te zien komen. Daardoor kon Hij diegenen bevestigen die verlangend uitzien naar die gerechtigheid, en naar Gods aanwezigheid, door te zeggen:
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
5. | Gelukkig zijn zij, die zich emotioneel nergens door laten beïnvloeden, want ze zullen zich onkwetsbaar voelen |
Arnold Schwarzenegger, Bud Spencer, Bruce Lee, John Wayne,
Chuck Norris – enkele namen van mannen die als voorbeelden gezien worden
of werden van wat ware mannelijkheid inhoudt. Of het nu de ruwe macho in
z’n stoere ronkende pick-up op grote wielen, of op z’n grote
zwarte motor is, of de gedistingeerde manager in z’n strakke antraciet
zwart-grijze pak en z’n gladde snelle zakenauto, de ideale man is
ongevoelig. Zijn (bijna) zwarte kleding en dito auto geven aan dat hij geen
persoonlijke kleur meer heeft – die kwetsbaarheid kan hij zich niet meer
permitteren. Hard als staal raast hij over de weg, veronachtzaamt z’n
leven (en dat van vele anderen), of ontslaat hij z’n duizenden
werknemers in het belang van de aandeelhouder – en niet te vergeten:
z’n eigen imago en portemonnee. Zelfs vrouwen – eeuwen lang vaak
met meer hart en gevoel betrokken bij gezin en medemens – sluiten zich
bij deze afstandelijke norm aan, om ook ‘hogerop’ te komen.
Woorden als barmhartigheid dreigen uit het woordenboek te verdwijnen –
ze worden in het dagelijks leven toch nauwelijks meer gebruikt. Als
maatschappij raken we de voeling kwijt met onze kwetsbaarheid en kleinheid
– en met onze zondigheid. We kunnen wel voor onszelf zorgen en hebben
geen ander nodig – zeker geen hulp ‘van bovenaf’. We zien
zodoende ook weinig meer om naar degene die onze hulp nodig heeft –
degene die we met een paar procenten van ons inkomen weer een menswaardig
leven zouden kunnen verschaffen. Ook op persoonlijk vlak ligt er de
verzoeking, hierin mee te gaan.
Temidden van die grootheidswaan zegt Jezus dat we allemaal Hem en Zijn genade nodig hebben. Maar ook: hoeveel we voor die ander kunnen betekenen – denk alleen al aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Als we weten hoe Jezus voor ons opkwam - en zelfs Zijn leven voor ons gaf -, dan zien we ook de medemens die ons nodig heeft. Jezus zet ons op de plek waar we horen, als Hij zegt:
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
6. | Gelukkig zijn de listige slangen, want zij zullen hun zaken gedaan krijgen |
"Het gaat om het resultaat!" De woorden galmen nog na in m’n herinnering. Onder dat motto is alles geoorloofd als het maar bijdraagt aan het doel. Doelgericht gaan we te werk om te bereiken wat we willen. Een klein compromisje hier, een leugentje daar, ach wat hindert dat nou? O, zeker, je moet natuurlijk zorgen dat er niets kwaads van gezegd kan worden; en dus zorg je dat alle sporen van ongerechtigheid aan de oppervlakte zorgvuldig worden uitgewist... Voor de buitenwereld ben je brandschoon – en niemand weet hoe ’n vuile puinhoop het in je gedachten soms is, hoe je je vrienden manipuleert (ze zullen toch niet praten, want je zorgde dat ze er ook ‘in’ zaten), of welke plaatjes je in ’t geheim bekijkt of wellicht zelf maakt...
Dat je op zo’n manier Gods gezicht niet te zien zult
krijgen, moge duidelijk zijn; zou het wel het geval zijn, dan zou je ter
plekke verbranden. Om God te zien, met Hem in contact te komen, is het nodig
dat het ook op die geheime plekjes in ons leven schoon is.
Daarom kwam Jezus – wetend dat wij dat niet uit onszelf voor
elkaar konden krijgen, baande Hij een weg om ons te kunnen reinigen, niet
van buiten af door regeltjes en geboden maar van binnen uit door Hem in ons.
Te beginnen bij ons hart, want daar komt de rest uit voort. Het is belangrijk,
dat we ons hart door Christus bloed laten reinigen, om zó contact met
God te kunnen hebben. Oftewel, in Jezus’ woorden:
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
7. | Gelukkig zijn de strijdlustigen, want zij zullen gerespecteerd worden |
Hierboven noemde ik al enkele mannelijke filmsterren die
vaak met veel geweld weten te overwinnen in hun films en zó respect
weten af te dwingen. Maar ook dichter bij huis: wie trekt er aan het langste
eind in het politieke overleg, of in de medezeggenschap, of zelfs op de
basisschool? Zijn het niet vaak de strijdlustigen, degenen die erop los
slaan als iets hen niet zint? Overal om me heen zie ik hoe er mensen zijn die
anderen onder druk zetten met hun strijdlust, of die proberen te winnen door
verdeeldheid te zaaien. ‘Ja’, zei eens iemand tegen me toen ik er
iets over vroeg, ‘als je in een hoekje gaat zitten, bereik je niets in
deze wereld; je moet de anderen laten voelen dat je gevaarlijk bent, wil je
wat bereiken en gerespecteerd worden’. En in ’t klein zowel als
in het groot: het is altijd de schuld van ‘die ander’, want
‘hij begon’...
Vaak valt het me op hoe weinig er echt bereikt wordt op die manier.
Huwelijken waar de partners tegenover elkaar komen te staan, in plaats van
naast elkaar – en ze verliezen alles.
Bedrijven waar mensen tegen elkaar uitgespeeld worden en ’t verziekt de
sfeer en ’t hele bedrijf gaat eraan kapot.
Scholen en universiteiten waar je er niet komt als je niet bij een of andere
zich militant opstellende groep behoort.
En mensen lijden... Lijden aan de isolatie, de vervreemding, de oorlog en
onrust om hen heen... en in hun eigen hart!
Zoveel meer kan bereikt worden waar mensen elkaar omhoog
brengen in plaats van neerhalen...
Jezus kwam om vrede (shalom) te
herstellen – in de eerste plaats vrede van ons met God, maar ook vrede
als toestand van rust en harmonie in ons hart en in de relaties tussen mensen.
Daarin leek Hij als twee druppels water op Zijn hemelse Vader. Ook Die
zoekt de vrede te herstellen, mensen in Zijn gemeenschap te verenigen.
Jezus nodigt ons uit om Hem daarin te volgen; Zijn shalom
dóór te geven, als Hij zegt:
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
8. | Gelukkig zijn zij die onopvallend in de middelmaat weten te blijven, want ze zullen de wereld te vriend weten te houden |
Tot nu toe ging het nog om zaken waar we op z’n minst
enig respect zouden kunnen oogsten door ons aan Gods richtlijnen te houden.
’t Was wellicht vaak niet de optie waar we ’t eerst aan dachten,
of datgene wat de wereld om ons heen ons als eerste aanbeval, maar toch...
Bij dit punt gaat het erop aan komen.
’t Gaat hier om die situaties waar we wellicht vrienden kwijtraken,
respect van collega’s of buren verliezen, als we te duidelijk kiezen voor
God en de dingen van Zijn Koninkrijk: recht en gerechtigheid.
En wie wil er nu uitgestoten worden, of gepest omdat hij of zij een
minderheidsstandpunt inneemt?
Al te makkelijk laten we ons dan verleiden om te kiezen voor de brede weg.
“Je moet het jezelf niet te moeilijk gaan maken”, hoorde ik eens
iemand in dit verband zeggen.
Het begint al op school: niemand wil uitgemaakt worden voor ‘nerd’
of ‘fanatiekeling’.
Je kunt je maar beter een beetje aanpassen bij de grijze middelmaat. En we
vergoelijken ons gedrag: ‘niemand verwacht toch van me dat ik...’,
of: ‘ik doe toch goed m’n best, ik geef m’n tienden netjes,
ik steel niet, ik vermoord niemand’...
Jezus zet ons voor de keuze: willen we de wereld te vriend houden of waarlijk God en Zijn Koninkrijk dienen – ook als ’t erop aankomt? Per slot van rekening: Wat bereiken we, als we de hele wereld winnen, maar niets en niemand hebben in ons sterven of daarna? Daarom zei Jezus:
Zalig de vervolgden omwille van de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
9. | Gelukkig zijn zij, die nooit al te radicaal zullen zijn in hun volgen van Jezus, want ze zullen nooit aangevallen of belachelijk gemaakt worden |
Dit punt sluit nauw aan bij het vorige. Waar het daar nog ging om ‘gerechtigheid’ – een begrip dat ook in deze wereld nog op enig respect kan rekenen –, hier gaat het rechtstreeks om ons volgen van Jezus en de prijs die we daarvoor soms moeten betalen. Ook hier is het advies vaak: Een beetje water bij de wijn, je niet te duidelijk uitspreken, niet die collega aanspreken op zijn of haar ijdel gebruik van de Naam van Jezus, onze Heiland en Koning. Zó voorkom je dat je belachelijk gemaakt wordt, of alleen komt te staan. Of dat mensen een hekel aan je krijgen en over je gaan roddelen.
Maar hoe werd Jezus Zelf behandeld toen Hij op deze wereld
leefde? Religieuze leiders probeerden Hem in een valstrik te vangen, en lieten
Hem uiteindelijk met leugens tot de meest afgrijselijke dood veroordelen.
Zelfs Zijn meest intieme vrienden begrepen Hem niet, en lieten Hem in de
steek in Zijn meest angstige momenten. Waarom ging Hij toch door op die smalle
weg? ‘Hij zag op de vreugde die vóór Hem lag’, zegt
de schrijver van de brief aan de Hebreeën (Hebreeën 12: 2). In de hemel wacht er een grote beloning en een heerlijk leven met Hem,
als we Hem hier ook serieus nemen, ongeacht de consequenties.
Ook de meeste profeten in het Oude Testament hadden met vervolging te
maken wegens het feit dat mensen het niet leuk vonden wat ze namens God
te vertellen hadden. Wat verwachten wij dan, als we in hun voetstappen
treden? Daarom spoorde Jezus ons aan om Hem te volgen, wat het ons hier
-tijdelijk- ook kost. Hij richt onze blik als het ware óver de
omstandigheden, de vervolging en de leugens waarmee we belasterd worden, heen.
En Hij helpt ons te zien op ‘de vreugde die vóór ons
ligt’, waar Hij zegt:
Zalig bent u, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want net zo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.
Wellicht vraagt u zich af: Waarom staat dit artikel hier
op een site over pastoraat?
Het antwoord op die vraag is in feite eenvoudig: Omdat pastoraat te maken
heeft met het begeleiden van mensen in het gezond leren leven.
Dit artikel geeft iets weer van wat Jezus verstond en verstaat onder
‘gezond leven’. Soms ligt dat in dezelfde lijn als wat een goede
psycholoog of andere hulpverlener als zodanig ziet. Soms staat het echter ook
haaks op wat de cultuur van deze wereld ons aanreikt. Gelukkig mogen we dan
weten dat Jezus aan het langste eind trekt – ook waar Hij mensen
‘gelukkig’ prijst die ’t naar ons natuurlijke besef vaak
niet zijn. Heel vaak kan ik, op basis van deze ‘zaligsprekingen’,
mensen bemoedigen in hun gebrokenheid en hun zoeken naar recht en
gerechtigheid (zie bijv. punt 4), of in het feit dat ze ’t allemaal
niet (meer) weten (punt 1). Jezus lijkt juist de ‘losers’ hier
te bemoedigen. Juist als wij aan het eind van ons spreekwoordelijke Latijn
zijn, staan we ervoor open om Hem te zoeken en door Hem gevuld te worden
– en Hij doet niets liever dan ons vullen! Iedereen telt voor Hem!
Door Hem mogen we ons leven laten vernieuwen.
Dat is pas LEVEN!
1 | Bij het schrijven van dit artikel heb ik me sterk
laten inspireren door het Amerikaanse artikel van Gordon
Dalbey, The Way Of The World, The Way Of The Cross,
the Navigators’ Discipleship Journal, Issue 36, 1986, pp.12-14.
Zie ook: Donald W. McCullough, Finding happiness –
in the most unlikely places, InterVarsityPress, Downers Grove Ill, USA,
1990; ISBN: 0-8308-1295-4.
Een heerlijk en praktisch boek over de zaligsprekingen, een echte aanrader voor wie de Engelse taal machtig is. Hans Dercksen, Bijbelstudie over de
zaligsprekingen (hier als onderdeel van een uitgebreide studie van de
Bergrede, gepubliceerd op de site van Stg Saret).
John R.W. Stott, De boodschap van de bergrede -- een christelijke
tegencultuur, Novapres, Apeldoorn, 2003; ISBN 90 6318 302 x
(vertaling van: The Message of the Sermon on the Mount, InterVarsity
Press, Leicester GB, 1990).
Zie voor een alternatieve kijk ook deze Hebreeuwse interpretatie van de
zaligsprekingen. | |
2 | Donald W. McCullough constateert
in zijn hoofdstuk over deze zaligspreking, in: Finding happiness,
p.50, dat vele bekende mensen in de geschiedenis (hij noemt Maarten Luther,
John Wesley, Albert Schweitzer en vele anderen) gerouwd hebben over iets
wat hen heel erg dwars zat. Juist omdat hun verdriet erover zo groot was,
kwamen ze tot actie en deden er wat aan! Zie ook: John Piper, Vechten voor vreugde, Het Zoeklicht, Doorn, 2006; ISBN 978-90-64510-91-5 (vertaling, door D. van der Schaaf, van: When I Don’t Desire God, Crossway Books, Wheaton Ill, 2004; ISBN 1-58134-652-2). |
Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.
home | ![]() | of terug naar de artikelen index |