![]() |
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers
verbonden met een heelmakende God |
Het modernisme en de vrienden van Job |
Onlangs - ik schrijf dit in maart 2004 - hoorde ik op de radio een preek
over de raadgevingen die Job van z’n vrienden kreeg toen hij in de
puree zat.1
Ik vond dat een prachtige illustratie van iets waar ik al lang over wilde
schrijven.
Dat ‘iets’ betreft het modernisme en het postmodernisme.
Maar voor ik daarover van wal steek, eerst dus even ’n stukje over die
vrienden van Job.
Wat is de situatie? De tegenstander van God klaagt tegenover God.
Dat is z’n aard. Klagen en aan-klagen. Van Job zegt hij zoiets als:
„Ja, geen wonder dat hij U dient, U maakt het hem ook wel heel
gemakkelijk en comfortabel: een fijn gezin, een mooi huis, en ook verder
materieel alles wat zijn hartje begeert! Geen wonder dat hij tevreden is!
Maar als hem wat van die zaken afgenomen zouden worden, wedden dat hij U
verlaat?”
God neemt de uitdaging aan, want Hij weet uit welk hout Job gesneden is.
God weet dat Job niet van plan is om Hem te verloochenen.
Het resultaat is dat de tegenstander hem stukje bij beetje alles afneemt.
Ten slotte zit Job onder de blote hemel, z’n gezin dood, z’n
huis verwoest, z’n gezondheid aangetast.
Dan beklaagt hij zich tegenover God - hij vindt het niet eerlijk, wat
er allemaal gebeurd is.
![]() |
En ik herken daar veel in. Immers, hebben we er niet allemaal behoefte aan dat de wereld simpel en eenvoudig te verklaren is? En willen we niet allemaal graag - in het bijzonder bij akelige omstandigheden - dat we eenvoudig kunnen afleiden wat er aan zo’n nare situatie te doen is?
Maar was dit inderdaad de situatie zo die er lag?
Uit de achtergrond die beschreven is in de eerste hoofdstukken van het boek
Job, weten we wel beter.
Er speelden zaken waarvan noch Job, noch Elifaz, noch een van Job’s
andere vrienden ook maar iets wisten of enig vermoeden hadden.
Dat maakte dat de waarheden-als-koeien (‘God is liefde’,
‘God is rechtvaardig en straft niet iemand als daar geen reden voor
is’, etc.) waarmee Elifaz aan kwam zetten, wel erg goedkoop werden
en niet van toepassing.
O, zeker, elk op zich, en los van de situatie, klopten deze beweringen
wel... Elke bewering was op zich genomen wel ‘waar’.
Maar ‘de waarheid’, in de zin van: een goed beeld op de
situatie van Job, gaven ze bij elkaar totaal niet weer.
God moet, zo blijkt aan het eind van het verhaal, ook niet zo veel hebben
van dit soort goedkope ‘waarheden aaneenrijgerij’ (zie
Job 42:7-10).
Hij zegt dan: „gij hebt niet recht van Mij gesproken zoals mijn
knecht Job.”
De waarheid is niet een eenvoudige verzameling theologische
‘regeltjes’ die we in onze hand hebben en eenvoudig kunnen
toepassen.
De Waarheid is een Persoon! (vgl. Johannes 14:6)
Hij gaat ons bevattingsvermogen verre te boven!
Dat is ook Job’s conclusie in hoofdstuk 42, als God hem bepaald heeft
bij Wie Hij is: „Toen antwoordde Job de Almachtige:
Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld.
‘Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?’
Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik
niet begreep.
‘Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij
onderricht’
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U
aanschouwd. Daarom herroep ik en doe boete in stof en as” (Job 42: 1-5).
Job begreep toen, dat zijn woorden te groot waren geweest voor een eenvoudig
schepsel tegenover de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
Nu naar het modernisme en het postmodernisme. Is het bovenstaande niet een schitterende illustratie van wat ik wel noem: ‘het faillissement van het modernisme’?
Er was eens, hier ver vandaan, een land dat geregeerd werd door een goede koning. Deze koning was zeer wijs en goed, zodat allen die naar hem luisterden daar de goede vruchten van plukten, en het land veel vrede kende. Zeker, er waren ook mensen die deze koning niet mochten en hun eigen gang gingen, maar toch was de invloed van deze goede koning in het hele sociale leven merkbaar.
In een bepaalde periode ontstond er bij een groep intellectuelen - ze
werden al gauw wel ‘de denkers’ genoemd - steeds meer weerstand
tegen deze koning.
Hij vond namelijk iedereen belangrijk, en niet hen, als intellectuelen, in
het bijzonder.
Deze mensen wilden meer invloed. Ze wilden zelf koning zijn.
Zo kwam het dat ze steeds meer het koningschap van de goede koning
ondermijnden, net zo lang tot ze in feite het hele sociale leven in
het land ondermijnd hadden en overal hun invloed merkbaar was.
Ze hadden met de hulp van vijandige legers een staatsgreep gepleegd en de
goede koning dood verklaard.
Dit hadden ze zo gedaan dat de onzekerheid van veel ‘gewone’
mensen dezen ertoe dreef om geen aandacht meer te schenken aan de goede
koning en alleen nog maar te luisteren naar deze groep van ‘de
denkers’.
Waar ze maar konden, ondermijnden ze elke gedachte aan de goede koning en
aan de tijd toen men hem nog zoveel invloed gunde en velen gelukkig waren.
Het gevolg was, dat het land in menigerlei opzicht steeds verder achteruit
ging.
O, zeker, de ‘denkers’ hadden er ook voor gezorgd - althans zo
deden ze het voorkomen - dat veel mensen zich meer gingen hechten aan
materiële rijkdom en inderdaad meer rijkdom vergaarden (in
werkelijkheid was deze grotere welvaart minder door de denkers
veroorzaakt dan door een groep vernieuwers die er voor de denkers waren
geweest en die juist het volk opgeroepen hadden de goede koning te volgen;
maar dat terzijde).
|
Laat ik dit wat nader verklaren.
Gefundeerd op het Griekse denken, in reactie op een wildgroei aan sterk
emotioneel geladen bijgeloof, en bevrucht door de secularisatie (God
verlating) die begon bij Thomas van Aquino en culmineerde in de Franse
revolutie, de zogenoemde ‘renaissance’ en
‘verlichting’ en de ‘God-is-dood’ -theorie, ontstond
het modernisme dat zo bepalend is geweest voor de ontwikkelingen in de
westerse cultuur van de negentiende en twintigste eeuw.
In het modernisme komt sterk de drang van de mens naar voren, om met zijn
eigen verstand en los van God alles te willen beheersen (vgl. Descartes’
‘Cogito ergo sum’ - ‘ik denk dus ik ben’2).
Die beheersing vereist dat er eenvoudige verklaringsmodellen zijn,
zoals de hierboven aangestipte ‘theologie’ van Elifaz.
Verklaringsmodellen en redeneringen van het ééndimensionale
type: ‘als A dan B, en meer is er niet, dus als niet-B dan ook
niet-A’.
Het bestaan van God en Zijn handelen in de situatie wordt daarbij ontkend.
We kunnen deze redeneertrant vergelijkenderwijs illustreren met het volgende
voorbeeld: ‘als je met een paraplu in de regen loopt, word je niet nat;
als iemand wel nat is, heeft hij dus geen paraplu op gehad’ (dat
de paraplu na uren keiharde regen is gaan ‘doorslaan’, of dat er
gaten in zaten, of dat door windvlagen de regen soms tijdelijk ook
ónder de paraplu kwam, of dat voorbijrijdende auto’s het water
op de weg enorm opspoten, dat alles wordt niet beschouwd).
We noemen dit ook wel het reductionisme, omdat het de
werkelijkheid reduceert tot een paar (beheersbare) formules.
Dit uit zich in de moderne psychologie bijvoorbeeld in een sterk
mechanistisch mens- en ziektebeeld met nadruk op een sterk intellectueel
gedreven diagnosestelling met behulp van een beperkte verzameling van
‘erkende ziektebeelden’, welke elk beschreven worden aan de hand
van een beperkt aantal verschijnselen (en dus niet zozeer aan de hand van de
oorzaken).
De rol van luisteren wordt als belangrijk gezien, maar is tegelijkertijd
beperkt omdat er geen wezenlijke relatie is tussen hulpverlener en
hulpvrager (denk aan het begrip ‘professionele distantie’),
of deze gering geschat wordt.
De hulpverlenende psycholoog of psychotherapeut is de ‘expert’ -
hij heeft er vele jaren intensief voor gestudeerd (herken hierin de
intellectuele focus op basis van het Griekse denken).
Het reductionisme en modernisme hebben er ook toe geleid dat ons hele
leven in stukjes lijkt te zijn opgedeeld.
Voor elk stukje zijn er ‘specialisten’.
Niemand overziet meer de verbanden.
Zoals gezegd: om een situatie te beheersen, moet deze gereduceerd worden,
en losgemaakt, geïsoleerd van de omgeving.
Het is een soort ‘verdeel en heers’.
De relaties - die van de mens met God, die van de mens met zichzelf en met
zijn medemens en die met de natuur - zijn steeds meer verloren gegaan.
Individualisme en eenzaamheid zijn het trieste resultaat.
Dat er voor alles ‘specialisten’ zijn gekomen, heeft ook de
gemeente en de visie op geestelijke gezondheidszorg sterk beïnvloed.
De pastor en de broeder en zuster in de christelijke Gemeente stonden vele
eeuwen centraal waar het ging om het bewaren van de geestelijke gezondheid
van de mensen in de volle breedte van de maatschappij.
Door het modernisme en de genoemde ‘opdeling’ is de geestelijke
taak van deze mensen sterk teruggedrongen; de psychotherapeut, de haptonoom,
de psycholoog, de psychiater en allerlei anderen claimen elk ‘de
waarheid’ op enig stukje van het ‘geestelijk’ terrein in
pacht te hebben, met uitsluiting van alle anderen die niet diezelfde
hoog-intellectuele opleiding hebben genoten.
Zelfs het woord ‘geestelijk’ is hierdoor subtiel maar toch
duidelijk in betekenis veranderd.
Had dit begrip ruim een eeuw geleden nog sterk de verbinding met de
geesteswereld (God, engelen, geesten, demonen), in de moderne
‘geestelijke gezondheidszorg’ lijkt het hoofdzakelijk
(sic!) alleen nog om de mentale vermogens en processen in onze
hersenen te draaien (denk aan uitdrukkingen als ‘het zit tussen je
oren’).
In een laatste stuiptrekking van het technocratisch positivisme
probeert men ook in de gezondheidszorg met enorme hoeveelheden managers
en regeltjes alles beheersbaar te maken.
Het resultaat is onbeheersbaarheid, verkilling, verontmenselijking
en enorm exploderende kosten.
De laatste decennia is tot steeds meer mensen aan het doordringen wat ik
noem: het faillissement van dit modernisme.
Eenvoudige, reductionistische modellen blijken te kort te schieten om het
leven écht te verbeteren - zowel wereldwijd als in het klein.
Met name het relationele, het spirituele en het
intuïtieve, en daarmee het genieten en de
verwondering zijn zwaar onderbedeeld geraakt.
De verbinding tussen geest, verstand, gevoel en lichaam is zoek.
Er is een steeds verder gaande God- en kerkverlating; en waar God niet
meer wordt gedankt, aanbeden en geëerd, vervreemden mensen niet alleen
van God, maar ook van zichzelf en van elkaar (vergelijk Romeinen 1, en wat
Job zegt in Job 6:14 : 'Wie zijn vriend medelijden onthoudt, die verzaakt
de vreze des Almachtigen.' (NBG), of in de Duitse Neue Übersetzung: 'Wer
seinem Freund den Beistand versagt, fürchtet den Allmächtigen nicht
mehr.').3
De gevolgen zijn ernaar: een maatschappij waarin de liefde en
saamhorigheid verdwijnen, conflicten niet meer met wederzijds respect
worden opgelost, en waar relaties niet meer lijken te kunnen gedijen,
waarin het huwelijk niet meer voor het leven is, en waar kinderen
opgroeien in afstandelijke kinderdagverblijven in plaats van bij de
moeder en vader thuis in een fijne gezinscontext met saamhorigheid.
We komen er achter dat het modernistische denken te rationeel was; te
eenzijdig en eendimensionaal, te technisch gericht op functie en niet op
wezen.
Het gevolg is leegte en het verkillen van de liefde.
Want waar ik alleen gewaardeerd word om wat ik presteer en niet om wie en
wat ik ben, daar kan ik niet wezenlijk ‘thuis’ zijn; daar
verkilt alles.
Het postmodernisme is hierop de natuurlijke reactie.
De naam geeft het al aan: het is niet iets nieuws, maar iets wat ná
het modernisme komt.
Het is daarmee een beetje als de reactie van een -vaak terecht- opstandige
puber, die goed de tekortkomingen van het systeem van z’n ouders
waarneemt en zegt: „zó moet het dus niet!”
Bijvoorbeeld: ‘autoriteit en macht van hen die kennis (‘dé
waarheid’) meenden te hebben, speelden een rare rol in het modernisme,
dus we willen geen autoriteit en macht meer, en zeker geen mensen die zeggen
dat zij de waarheid in pacht hebben!’
Of: ‘in het moderne reductionisme werden de verbanden verwaarloosd, dus
moeten we weer meer naar een holistische visie (dat wil zeggen een visie die
recht doet aan de verbanden die er zijn, bijvoorbeeld die tussen gezondheid
op geestelijk, lichamelijk, mentaal, intuïtief en gevoelsvlak)’.
Vaak ben ik het in dit soort zaken eens met de kritiek van de postmodernen.
Het is alleen jammer dat ze - net als die puber - vaak doorslaan en daarmee
in dezelfde tegenstelling, in hetzelfde systeem dus, blijven hangen.
Een gezonde, volwassen leefwijze en filosofie kenmerkt zich door niet alleen
een reactie op iets anders te zijn, maar zelf te denken, te voelen en te
leven, en bovenal God te erkennen en eren.
Hier en daar zie ik gelukkig ook zulke meer volwassen vormen ontstaan,
zoals in het sociaal constructionisme (/constructivisme) en de invloed
daarvan op de psychologie, de psychotherapie en het pastoraat.
En ik heb veel respect voor postmodernen die boven de reactie van de puber
uit groeien en bijvoorbeeld de relaties weer centraal durven stellen, op
een manier die veel weg heeft van hoe de Bijbel relaties centraal stelt.
Een voorbeeld hiervan vind ik de narratieve therapie, zoals onderwezen door
David Epston en Michael White.
In mijn artikel over het luisteren ga ik hier nader op in (zie ‘Empathisch luisteren naar veelzijdige
verhalen’).
„ ... De hele discussie tussen de moderne
en de postmoderne visie geeft een goed voorbeeld van een valse
tegenstelling, wat ook een vorm is van het verdraaien van de
waarheid; want geen van beide visies is in staat om inzicht in de
betekenis van het leven te bieden, of de criteria vast te stellen hoe
je God kunt vinden.” David Takle The Truth About Lies And Lies About Truth - A fresh new look at the cunning of Evil and the means for our Transformation, Shepherd's House, Pasadena CA, USA, 2008; ISBN 0 9674357 9 4, p.10 (mijn vertaling). |
Hierboven had ik het al even over de tekortkomingen van de postmoderne visie (zoals: geen zuiver rationele autoriteit meer dulden). Vaak heb ik christenen en anderen ontmoet die hier moeite mee hadden en daarom het postmodernisme heftig bestreden.4 Dat vind ik persoonlijk vaak niet terecht. Veel van de tekortkomingen van de postmoderne visie zijn eigenlijk logische reacties op tekortkomingen van het modernisme. Om weer dat voorbeeld van autoriteit en waarheid te nemen: in een diep-christelijke visie speelt het waarheidsbegrip een grote rol (bijvoorbeeld de waarheid van Gods bestaan), maar ook een menselijke bescheidenheid: als feilbare mensen kennen wij die waarheid maar zéér ten dele - zie Job’s latere woorden (Job 42; vergelijk ook 1 Corinthiërs 13:8-10). Onder invloed van het modernisme is - ook door christenen - vaak een te hoge toon aangeslagen waar het over ‘de waarheid’ ging en ‘de waarheid’ verheven boven de liefde. Het gevolg was: kapotte relaties, verdriet, verkilling en partijschappen - allemaal ontwikkelingen waar God een grote hekel aan heeft. Dat het postmodernisme hierop (over)reageert door weinig op te hebben met absolute (waarheids)uitspraken van mensen, is niet meer dan een begrijpelijke en voorspelbare reactie op deze modernistische hoogmoed die zulke nare gevolgen had.5 In die zin zie ik een parallel tussen Job’s afwijzing van Elifaz’ simplistische redenering en de afwijzing van de falende (!) ‘waarheden’ van het modernisme door het postmodernisme. En het opvallende is dat aan het eind van het liedje God liever een mopperende Job blijkt te hebben, dan een Elifaz die met een te simplistische ‘theologie’ God leek te verdedigen. Job’s verhaal geeft mij de moed om ook door te gaan met een zekere vorm van verzet tegenover het reductionisme en modernisme. Soms ben ik dan blij verrast om in dat proces tijdelijke bondgenoten tegen te komen in bepaalde postmoderne wetenschappers.
1 | De preek was van Ds. Henk
Fonteyn, legerpredikant bij de Koninklijke Landmacht, en ging over Job 4:1-9
en 17-21; 5:17-18.
Het betrof een uitzending in de serie Job, een vriend van God en mens
van alle tijden, van NCRV's Woord op Zondag.
Zie ook: Keith R. Anderson, Friendships that run deep - 7 ways to build lasting relationships, Inter Varsity Press, Downers Grove, Ill, 1997; ISBN 0 8308 1966 5. In hoofdstuk 4 - ‘Somebody nobody knows’ geeft Keith Anderson een soortgelijke analyse van de ontmoeting van Job met zijn vrienden als ik hier geef. Hij legt daarbij de nadruk op het feit dat Job’s vrienden eerst wel zwegen, maar later faalden in het echt luisteren naar Job. | ||||||||
2 | Zie ook: Antonio R.
Damasio, De vergissing van Descartes - gevoel, verstand en het menselijk
brein, Wereldbibliotheek, 1998, ISBN: 9028418296 (vertaling uit 1995, door Liesbeth Teixeira de Mattos, van:
Descartes’ error - emotion, reason and the human brain, Putnam /
AVON Books, New York, 1994).
In dit boek toont Damasio op basis van neurologisch onderzoek aan, dat emoties en gedachten niet onderling te scheiden zijn en dat beide teruggevonden kunnen worden in de hersenen. Emoties zijn essentieel in het nemen van goede beslissingen. Hiermee weerlegt hij de oude uitgangspunten van Descartes en het modernisme heel duidelijk.
Eugen Rosenstock-Hüssy, 'Farewell to Descartes', hoofdstuk 1 in:
Eugen Rosenstock-Hüssy, I Am an Impure Thinker Ik vind het opvallend hoe de bevindingen van Damasio (en Rosenstock) aansluiten bij het zuivere Bijbelse mensbeeld. In Romeinen 11:33 - 12:3 geeft Paulus aan dat in reactie op Gods grootheid en Zijn grote goedheid, het ons in de eerste plaats past om ons met ons lichaam aan Hem over te geven. Die gedachte stond haaks op de toenmalige Griekse (en de latere modernistische (Cartesiaanse)) filosofie waarin het denken meer centraal werd gesteld en het lichaam als ‘lager’ werd gezien. Paulus zegt dat uit de lichamelijke overgave, de vernieuwing van denken en leven volgen, ja, hij zet die vernieuwing van denken in het kader van het overgegeven lichaam. Damasio zegt dat onze hersenen (lichaam!) in de eerste plaats onze emoties bepalen, en hoe we die hanteren, en dat die in grote mate ons denken en handelen bepalen, daarmee de Bijbelse volgorde bevestigend. Zie hierover ook mijn artikel: Verandering in ons leven, web-artikel op www.12accede.nl, jan. 2007.
Mijn kritiek op het modernisme is niet nieuw.
Zie ook wat de bekende Abraham Kuyper over het religieuze modernisme zei:
Bron: Lezing door Dr. Abraham Kuyper, Het Modernisme -
een Fata morgana op Christelijk gebied, H. de Hoogh & Co.,
Amsterdam, 1871.
Later sprak hij, het religieuze modernisme koppelend
aan het reeds langer bestaande algemene modernisme:
Bron: Lezingen door Dr. Abraham Kuyper, Het calvinisme - I. Het calvinisme in de historie, Höveker &
Wormser, Amsterdam / Pretoria, 1899 [vertaling van:
Abraham Kuyper, Lectures on Calvinism, The
Stone Lectures, Princeton University, 1898 (ook beschikbaar op de site
van de Amerikaanse Kuyper stichting].
Kuyper zag het Calvinisme als het beginsel in het leven zelf dat tegen het modernisme moest opstaan. Ik voeg daaraan nu - meer dan een eeuw later - toe: heeft niet ook het post-modernisme in het leven zelf, d.w.z. in de realiteit, het faillissement van het modernisme aangetoond en het zodoende verslagen en dood verklaard?
Zie ook:
Het feit dat het over-rationele modernisme op zich ook weer een reactie was op het sterk emotioneel geladen bijgeloof van de in bepaalde opzichten enigszins ‘redeloze’ tijd daarvoor (denk aan heksenwagen e.d.!) wordt m.i. kort en goed belicht op p.61-72 van Wim Rietkerk’s boek (onder red. van Marleen Hengelaar-Rookmaaker): Die ver is, is nabij – In de relatie met God komt de mens tot zijn recht, Kok, Kampen, 2005; ISBN 90 435 1095 5. | ||||||||
3 |
|
||||||||
4 | Zulke ongenuanceerde kritieken kwam
ik ooit bijvoorbeeld tegen in het Tijdschrift van het Centrum
voor Pastorale Counseling; in edities Nr. 43 en 44 (jaargang 10), waar
Gene Edward Veith schreef over: ‘Postmodernisme - Geen ruimte voor de
waarheid’ (deel 1: Nr. 43 p.28-31, deel 2: Nr. 44 p.42-45).
Een wat meer gebalanceerd beeld kwam ik tegen in enkele artikelen van de hand van Jef De Vriese in andere edities van hetzelfde Tijdschrift (voor Theologie en Pastorale Counseling): ‘Modernisme, Postmodernisme en Hulpverlening’ (8ste jaargang, 4e kwartaal 1997, Nr. 36, p. 23-30.), ‘Christelijke counseling, modernisme en postmodernisme. Deel 1: Gezag.’ (jaargang 11, Nr.49, p.10-14); ‘Deel 2: Waarheid.’ (jaargang 11, Nr.50, Mei-juli 2001, p.4-8); Zie ook:
P. Lenaerts, 'De invloed van postmodernisme op psychotherapie', Tijdschrift voor Familietherapie jrg.8, nr.3, p.21-39. 'What is postmodernism and what does it have to do with therapy, anyway?' - An interview with Lois Shawver, New Therapist, 6.
Joseph Bottum, 'Christians
and Postmoderns', First Things, February 1994.
Rogier Bos, 'The most Postmodern person in the Bible', Next Wave, March 1999. | ||||||||
5 | Wat betreft het
waarheidsbegrip in het postmodernisme wordt soms ook flink gepolariseerd.
Op PostmodernTherapies NEWS,
de website van Lois Sawver, een voorvechtster van het postmodernisme,
las ik dat iemand een vraag had gesteld over dit waarheidsbegrip.
Dit werd geïllustreerd met het voorbeeld van de landing van de mens
op de maan.
De postmoderne mens twijfelt niet aan de feitelijke waarheid van dit
gebeuren, maar zegt wel dat veel van de verhalen erover verteld zijn en
worden vanuit een bepaald gezichtspunt, vanuit een bepaalde -subjectieve-
visie, en dus nooit DE (volledige) waarheid zijn.
In die verhalen zit wel waarheid, maar ook zijn ze gekleurd door degene die
ze vertelt.
Voor mij komt dit sterk overeen met Paulus (a-Griekse en dus a-moderne)
observatie dat ons menselijke kennen z’n beperkingen kent
(1 Corinthe 13:8-10).
Het is niet een tegenstelling: een verhaal is óf DE waarheid,
óf een verzinsel, maar vaak beide.
Het is juist de moderne mens die hiermee moeite heeft, omdat deze
‘onduidelijkheid’ of ‘onbeslistheid’ zijn beheersing
begrenzen.
Tijdens m'n studie, jaren geleden, hoorde ik het Tony Lane, Bijbelleraar
aan het London Bible College, zó formuleren in een discussie over
het waarheidsbegrip ten aanzien van de Bijbel: „De Bijbel is Gods
absolute waarheid, verteld in de taal van feilbare mensen.”
Theologieën zijn mensenwerk en beperkt en feilbaar, ook al gaan ze
over de onfeilbare God - over DE Waarheid.
Als we als mensen daar bovenuit willen gaan - zoals in het modernisme -
dan komen we verkeerd uit.
We zijn geschapen om in bescheidenheid God als God te erkennen en te danken
en eren.
Doen we dat niet, willen we zelf ‘als God zijn’ en het roer
volledig zelf in handen hebben, is er geen plaats meer voor verwondering en
erkenning van onze feilbaarheid, dan gaat het de verkeerde kant op (zie
Romeinen 1:17-2:1; vgl. ook Prediker 11:1-12:1, waar de schrijver welhaast
op postmoderne wijze een lans breekt voor een levenshouding die erkent niet
alles zelf in handen te hebben).
Iedereen die dat ziet, kan ik bevestigen in die erkenning.
In het vervolg van het verhaal op de website van Lois Shawver blijkt ook dat het postmoderne verzet tegen autoriteit eigenlijk een verzet is tegen de verheerlijking in het modernisme van de mensen die ‘kennis’ hadden. We hoeven maar een halve eeuw terug te gaan, en komen in een tijd waar de dominee (of pastoor), de huisarts en de burgemeester een status hadden waar door de ‘eenvoudige werkman’ hoog tegen op werd gekeken, omdat zij ‘gestudeerd’ hadden. Leanne Payne zou dit waarschijnlijk noemen dat de ‘werkman’ van die tijd geleerd was om ‘gebogen’ te zijn naar zijn geleerde mede-schepsel. (Terzijde: autoriteit die gebaseerd is op kennis is ook niet een Bijbelse notie van autoriteit.) De postmoderne mens schudt als het ware deze ‘gebogen’ naïviteit van die spreekwoordelijke ‘eenvoudige werkman’ van zich af. De postmoderne therapeut wil evenzo niet de ‘alwetende’ expert uithangen, zoals zijn moderne collega dat deed; hij wil zijn confident juist omhooghalen. En dat gebeurt meer door als feilbaar mens naast de ander te gaan staan dan door als ‘expert’ hem ‘ernstig ziek’ te verklaren... Maar ook dát is natuurlijk niet een kwestie van gepolariseerd óf, óf... Als het postmodernisme voor meer balans in dat soort zaken gaat zorgen, dan kan ik mij ook als christen daarin verheugen. Dan neem ik het goede - ook van het postmodernisme - en vergeet de rest ervan gewoon wel weer (vgl. 1 Thessalonicenzen 5:21). Voor een analyse van de moderne psychiatrie, waarin men het persoonlijke leek te zijn kwijtgeraakt, zij ook verwezen naar: Osborne P. Wiggins & Michael Alan Schwartz, ‘The Crisis of Present-Day Psychiatry: The Loss of the Personal’, Psychiatric Times, Vol. XVI, Issue 8, August 1999. Zie ook: Philip Troost, ‘Verwondering’, Kwartaalmagazine Groei. |
Een heel duidelijk citaat over het thema van dit
artikel kwam ik tegen op de blog But i want easy answers!:
"The role of Job serves as paradigm for a righteous
man faced with the human condition. As often noted, Job protests against easy
answers, but the power of these protests derives from the many ways in which
Job makes his point by challenging accepted wisdom and traditional teachings.
In a very real way, Job takes on religious orthodoxy as an insufficient means
to express the complexity of life. Job protests against the reduction of
tradition into simplistic cause and effect theology."
— James D. Nogalski, “Job and Joel: Divergent Voices on a Common Theme,” in: Katharine J. Dell and Will Kynes (Eds.), Reading Job Intertextually, LHBOTS 574, T&T Clark, London, 2013, p.137.
Een video-registratie van beelden en Engelstalige poëzie over Job en het bezoek door zijn vrienden, tekst: John Piper, video: Bryan Turner, op Bryan Turner's website. Zie ook de tekst van deel 3. van deze gedichtenserie, door John Piper, op John Piper's website: www.desiringGod.org.
![]() | 2020-06-20 |
![]() | 2008-07-26 |
Joseph Bottum, 'Christians and Postmoderns', First Things, February 1994.
![]() | 2009-07-28 |
Dallas Willard, 'What Significance Has 'Postmodernism' for Christian Faith?', webdocument op zijn eigen site, ongedateerd.
![]() | 2010-01-29 |
Arno Gruen, 'Reductionistic Biological Thinking and the Denial of Experience and Pain in Developmental Theories', Journal of Humanistic Psychology, Volume 38, No. 2, Spring 1998, pp. 84-102.
![]() | 2010-03-03 |
Kalman J. Kaplan, Matthew B. Schwartz, A Psychology of Hope – A
Biblical Response to Tragedy and Suicide, W.B. Eerdmans, Grand Rapids MI
(USA) / Cambridge (UK), 1993, 1998 (Revised & Expanded Edn.); ISBN
978 0 8028 3271 9.
Dit boek laat treffend een groot verschil zien tussen het Griekse
denken en het Joods-Christelijke wereldbeeld: de wortel van acceptatie
van suïcide, als waardige weg uit de tegenstellingen van dit leven, ligt
in het Griekse denken, terwijl het Judaeo-Christelijke wereldbeeld altijd het
leven nastreeft.
De auteurs putten daarbij uitgebreid uit Bijbelse verhalen en Rabbijnse
literatuur.
Zo hebben ze ook een schitterende Rabbijnse parabel opgenomen (p.39-40),
die scherp het falen van het modernistische rationalisme laat zien.
Het is een parabel van de Oost-Europese Rabbi Elchonon
Wasserman uit de periode tussen de twee wereldoorlogen.
Met de dood door de Nazi's voor ogen, beschreef deze Rabbi:
„Ooit kwam een man die absoluut niets wist van landbouwkunde bij een boer en vroeg onderwezen te worden over de landbouw. De boer nam hem mee naar zijn akker en vroeg hem wat hij zag. „Ik zie een prachtig stuk land, vol gras, en een lust voor het oog.” De bezoeker stond perplex toen de boer het gras onder ploegde en het prachtige groene veld omvormde in een massa smalle bruine greppels. „Waarom heb je het veld geruïneerd?” vroeg hij streng.
„Heb geduld. Je zult ’t zien.” sprak de boer. Hij liet zijn gast een zak volle graankorrels zien en zei: „Vertel eens, wat zie je?” De bezoeker beschreef het voedzame, uitnodigende graan – en zag nogmaals geschokt toe, terwijl de boer zoiets moois vernietigde. Dit keer wandelde hij op en neer over de voren en liet onder het gaan de korrels in de open grond vallen. Toen bedekte hij de korrels met kluiten aarde.
„Ben je gek geworden?” vroeg de man streng. „Eerst verknoeide je het veld en toen vernietigde je het graan!”
„Heb geduld. Je zult ’t zien.” De tijd verstreek en weer nam de boer zijn gast mee naar de akker. Nu zagen ze eindeloze, rechte rijen groene stengels ontspruiten aan de voren. De bezoeker glimlachte breed. „Neem me niet kwalijk. Nu begrijp ik waar je me bezig was. Je maakte het veld mooier dan ooit. De landbouwkunst is werkelijk wonderbaar.”
„Nee,” zei de boer. „We zijn nog niet klaar. Je moet nog even geduld hebben.” Meer tijd verstreek, tot de stelen volgroeid waren. Toen kwam de boer met zijn zeis en haalde ze neer, terwijl zijn bezoeker met open mond toekeek hoe het ordelijke veld een lelijk schouwspel van vernietiging werd. De boer bond de gevallen stengels in bundels en decoreerde het veld ermee. Later nam hij ze mee naar een andere plek en sloeg ze kapot tot er niets overbleef dan een massa kale strootjes en korrels. Hij scheidde de korrels van het kaf en gooide ze op een grote hoop. Steeds vertelde hij zijn protesterende bezoeker: „We zijn nog niet klaar. Je moet nog meer geduld hebben.”
Toen kwam de boer met zijn wagen en laadde die hoog op met het graan, en bracht het zo naar een molen. Daar werd het prachtige graan vermalen tot vormeloos, verstikkend stof. De bezoeker klaagde weer. „Je hebt het graan genomen en veranderd in stof!” Weer werd hem gezegd, geduld te hebben. De boer deed het stof in zakken en nam het mee terug naar huis. Hij nam wat van het stof en vermengde het met water terwijl zijn gast zich verbaasde over de dwaasheid van het maken van „witte modder.” Vervolgens vormde de boer de ‘modder’ in de vorm van een ovale bol. De bezoeker zag de perfect gevormde bol en glimlachte breed, maar zijn geluk duurde niet lang. De boer ontstak een vuur in een oven en schoof de bol er in.
„Nu weet ik echt dat je gek bent. Na al dat harde werk, verbrand je wat je gemaakt hebt.”
De boer keek hem aan en lachte. „Heb ik je niet gezegd, geduld te hebben?” Uiteindelijk opende de boer de oven en haalde er een vers gebakken brood uit – knapperig en bruin, met een aroma waarvan de bezoeker het water in de mond liep.
„Kom,” zei de boer. Hij leidde zijn gast naar de keukentafel en bood zijn nu tevreden bezoeker een ruim beboterde plak.
„Nu,” zei de boer, „nu begrijp je het.”
God is de Boer en wij zijn de dwazen die nog geen idee hebben van Zijn wegen of de uitkomst van Zijn plan. Pas als het proces volledig compleet is, zullen we weten waarom dit allemaal zo moest zijn. Tot die tijd, moeten we geduld hebben en geloven dat alles – zelfs als het vernietigend en pijnlijk lijkt – een onderdeel is van het proces dat goedheid en schoonheid op zal leveren.
(Aharon Sorasky, Reb Elchonon – The life and ideals of Rabbi Elchonon Bunim Wasserman of Baranovich (trans L. Oshry), Artscroll History Series / Mesorah, New York, 1982/1990, p.431)
Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.
home | ![]() | of terug naar de artikelen index |